De ijzeren poort van het kerkhof zwaait open. Het is ver voorbijmiddernacht en alles is rustig. De bewoners van het kerkhof slapen allemaalstil onder de grond. Een donkere gedaante stapt door de poort naar binnen.Hij kijkt even in het rond en loopt dan snel, zonder aarzelen, het pad op.Hij kent de weg, hij weet waar hij naartoe wil, want hij is hier al eerdergeweest. Deze zelfde avond nog, met anderen, maar het lijkt al langgeleden, heel lang. De anderen zijn nog slechts naamloze schimmen in zijnherinnering. Gek, het is maar een paar uur geleden, maar hij weet niet eensmeer precies wat er gebeurd is, alsof een rode mist zijn gedachtenvertroebelt. Op dit moment kan hij zijn eigen naam zelfs niet herinneren.Hij weet alleen dat hij op deze plek moet zijn.Herfstbladeren ritselen over het pad. Hoog in de bomen schreeuwt een uil.Hij let er niet op. Iets drijft hem voort langs de scheefgezakte kruisen engrafstenen. Een brandend, kloppend gevoel aan zijn hals, ter hoogte vanzijn halsslagader is het enige waar hij zich van bewust is. Hij wrijft overde twee rode wondjes, maar het gevoel verdwijnt niet. Hij loopt verder,langs een dikke boom. Dan blijft hij staan op een open plek. Een grafsteenstaat daar eenzaam in het maanlicht. Aan weerskanten van het graf vierkuilen, open graven, geen grafstenen, nog niet bezet. Hier is het, hiermoet hij zijn. Hij zakt op zijn knieën. Het is doodstil op het kerkhof.Geen zuchtje wind. De doden houden hun adem in onder de grond. Geen bladritselt aan de bomen. Geen mier verroert zich. De jongen gaat op de7
grond zitten. Hij haalt een vel wit papier uit zijn jaszak, vouwt het openen spreidt het uit op de grond. Met een klein kwastje veegt hij uit hetgras iets op het papier. Grijze as. Restanten van iets dat nog niet langgeleden verbrand is. Hij legt zijn handen op zijn knieën, kijkt naar hetkleine hoopje as op het papier.Dan kijkt hij omhoog en het maanlicht schijnt op zijn gezicht, weerkaatstop zijn bril. Het gezicht van een jongen. Jong nog, hoogstens een jaar oftwaalf. Hij zet zijn bril af en legt hem naast zich neer in het gras. Uitzijn binnenzak haalt hij een mes te voorschijn. Langzaam stroopt hij zijnlinkermouw op tot aan de elleboog. Hij houdt zijn arm horizontaal boven hetpapier. Het mes schittert in het maanlicht als hij een snee in zijnonderarm maakt. Van zijn gezicht vertrekt geen spier. Hij kijkt toe,terwijl bloed opwelt. Donkerrode druppels vallen op het papier, het bloedvermengt zich met de as tot een donkere brei, die begint te borrelen. Dejongen deint traag heen en weer, zijn handen uitgestrekt boven het papier.Hij neuriet zachtjes, een melodie, onbekende klanken, die niet uit hemzelfkomen, maar die hem worden ingegeven. Zijn halsslagader klopt nog feller enzwelt op. De donkere brei van bloed en as verspreidt zich over het papierin kronkels die op letters lijken. Nog steeds deint de jongen heen en weer.Zijn handen schrijven tekens in de lucht, terwijl vreemde dampen van hetpapier opstijgen, een rode mist, die niet wegdrijft maar de jongen omhult.Boven het kerkhof weerlicht het en plotseling zigzagt een bliksemflits doorde donkere lucht. De rode mist licht fel op, wordt dunner en lost op inkleine deeltjes. Nog steeds zit de jongen daar. Voor hemop de grond ligt niet meer een blad papier, maar een boek, dat uit de as isherrezen. Het is een dik boek. Op de kaft staat met bloedrode letters: Degriezelbus.Een knetterende donderslag doet de grafstenen op het kerkhof trillen. Degrond beeft. Er klinkt geklapper van vleugels, als vogels massaal opvliegenuit de bomen en wegvluchten. Er gaat een trilling door het boek, alsof heteen levend ding is. Ritselend slaan de bladzijden om. Vanzelf. Nog steedsstijgen er nevels van het boek op. Nevels die zich verstrengelen en weliets weg hebben van een gedaante. De jongen zit over het boek gebogen,kijkt nieuwsgierig naar de betoverende, haast lichtgevende dampen. Danspuit de nevel met volle kracht omhoog, recht in het gezicht van de jongen.Dikke slierten, kronkelend als slangen, boren zich in zijn neusgaten, inzijn mond, in zijn ogen. De jongen kokhalst, valt achterover, schudt enschokt met zijn lijf, wappert met zijn armen, spartelt met zijn benen. Zijngezicht wordt lijkwit, zijn ogen puilen uit en veranderen van kleur, eerstwaren ze blauw, dan worden ze donkerder, paars, zwart en ten slottebloedrood. Ze gloeien als remlichten op een duistere weg. Dit alles gebeurtin enkele seconden. Dan doven de ogen, houden zijn ledematen op metspartelen, keert de rust weer in zijn lijf. Hijgend ligt hij op zijn rug inhet gras. Hij staart naar de maan, die loodrecht boven hem staat, rond enverblindend wit. Maar hij knippert niet met zijn ogen. Wel een halfuurblijft hij zo liggen. Dan gaat hij staan, pakt het boek op en houdt het mettwee handen vast, een peinzende uitdrukking op zijn gezicht. Nog steeds hetgezicht van een jongen van twaalf, maar ook schemert er iets andersdoorheen.10Heel even beweegt er iets achter zijn ogen, als een vis onder hetwateroppervlak. Een glimp van een oeroud wezen. Hij streelt de kaft van hetboek, zoals een ander kind zijn kat of zijn konijn zou strelen. Dan raapthij zijn bril op. Hij zet hem op zijn neus, draait zich om en loopt het padaf, naar de uitgang van het kerkhof. Het boek stevig onder zijn arm. Hijkijkt niet meerom.In een van de vier grafkuilen beweegt iets. Aarde brokkelt af, langzaamklauwt iets zich naar boven. Een hand verschijnt boven de aarde, eenspierwitte hand. Van een skelet...
11
Twee jaar later..Kijk," zegt meester Jacques tegen zijn groep van achtentwintig leerlingen."Deze Mercedes Benz is ooit van de Duitse keizer Wilhelm de Tweede geweest.Hetding is gepantserd en weegt 2750 kilogram. Niet mis,Kwam hij dan nog wel vooruit? vraagt Mitchell. Zo'n log ding. Net een tank.Geef mij maar een Ferrari, een rode."Dat zou jij wel willen, Mitch, maar dan zul je toch eerst beter je bestmoeten doen op school, wil je ooit een baan krijgen waarmee je zo'n wagenkunt betalen," zegt meester Jacques.Komt vanzelf, mees, ik doe mee aan de staatsloteï>rij.Meester Jacques glimlacht. Droom jij maar lekker verder, Mitch. Wij doenondertussen ons best iets te leren."Groep acht van de Sjoerd Kuyperschool is op bezoek in het Automobielmuseumvan het Autotron. Het is Kinderboekenweek en het thema is dit jaar AllesWat rijdt". Een uitstapje naar het Autotron is dus wel op zijn plaats, vondmeester Jacques. Een paar jaar geleden is er precies in de Kinderboekenweekiets naars gebeurd op zijn school. Een leerling is spoorloos verdwenen ennooit meer teruggekomen. Sindsdien zit er voor meester Jacques een naarsmaakje aan deze speciale week. Maar juist daarom probeert hij het voorzijn leerlingen zo leuk mogelijk te maken.Het Automobielmuseum is een groot gebouw met twee lange zijvleugels, waareen enorme verzameling15
auto's te bewonderen is. Niet alleen gewone, maar ook gekke, grappige,onzinnige, en bijzondere auto's van soms wel honderd jaar oud. Aan hetplafond hangen drie levensgrote vliegtuigen, als pterodactylen uit deoertijd.Er zijn bijna geen andere bezoekers vandaag, ongetwijfeld doordat het weerbar en boos is: harde regen, zachte regen en nu en dan ietsje minder regen.Het voordeel is dat groep acht het museum nu bijna voor zich alleen heeft.De meester leidt zijn klas rond en geeft hier en daar wat uitleg. Het is debedoeling dat iedereen de volgende dag een keurig verslag maakt van hetuitje.Wat een gezeik, zucht Lydia, die helemaal achteraan staat.Lydia houdt van duidelijke taal. De jongens van groep acht noemen haar hetRode Gevaar, vanwege haar lange, rode haar en haar scherpe tong.Ik ben die auto's nu wel beu. We lopen hier al uren rond. Kan mij hetschelen wat voor auto een dode Duitse keizer onder zijn reet had. Ze stootShakir aan, die naast haar staat. "Zullen we 'm smeren?""Waar naartoe?""Weet ik veel. Naar buiten, die amfìbievaart doen, of een tochtje met dehuifkar maken. Straks gaat de hele boel dicht, dan kan het niet meer."Shakir aarzelt en kijkt naar de meester, die met brede gebaren uitlegt datdie dode Duitse keizer na de Eerste Wereldoorlog verbannen werd naarNederland. Shakir doet niet graag iets wat niet mag. Meester Jacques is eenleuke meester, maar je moet hem niet kwaad maken. Dan kan hij ontploffen,al gebeurt dat16hoogstens éénmaal per jaar.Nou, zegt Shakir. "Ik weet niet..."Ach joh, maak je niet druk. Jacques merkt toch niets, zegt Lydia. "Als hijeenmaal bezig is, ziet hij niets meer. Dadelijk gaat hij in zijn eentje dehele Eerste Wereldoorlog naspelen. Vraag even of Richard ook meegaat."Shakir knikt. Hij trekt aan de mouw van zijn vriend Richard. "Ga je mee?Lydia wil naar buiten."Eindelijk een goed idee," zegt Richard. "Ik heb het nu wel gezien hier."Ik ga ook mee," fluistert Berry, die de woorden van Shakir opgevangenheeft. "Ze hebben hier jammer genoeg geen Batmobiel, die had ik wel eens inhet echt willen zien."Berry is het lachspiegelbeeld van Richard. Richard: lang, mager, blondkrulhaar, een leren jack met op de achterkant in grote letters: METALLICA.Berry: kort, gezet, met zwart, steil haar. Onder zijn jasje draagt hij eenBatmanT-shirt.Kom mee," fluistert Lydia en op haar tenen sluipt ze weg van de groep. Dedrie jongens volgen haar stilletjes, terwijl meester Jacques eenneerstortende bommenwerper nadoet onder luid gelach van zijn leerlingen.In de Eerste Wereldoorlog hadden ze nog geen bommenwerpers, Jacques," roeptiemand tegen de gevallen meester.Weet ik ook wel," hijgt de meester, maar ik kon het niet laten."Niemand merkt dat de vier verdwenen zijn. Ze gaan gauw een hoekje om enbeginnen te rennen, kriskras17
tussen de rijen auto's door, tot de stemmen van Jacques en de rest van degroep niet meer te horen zijn.Waar is de uitgang? vraagt Berry. Ze kijken rond. Dan horen ze een luidgeroffel en een donderslag.Onweer, zegt Shakir. "En het giet buiten nog harder dan daarnet, zo tehoren. Die amfibievaart kunnen we dus wel vergeten."Weer terug naar Jacques en de groep?" zegt Berry.Lydia schudt haar hoofd. Dan merkt hij dat wij hem stiekem gesmeerd zijn."Richard is het met haar eens. We gaan straks gewoon naar de parkeerplaatsen als de schoolbus ons komt ophalen, sluiten we ongemerkt weer aan bij degroep."Maar wat nu dan? zegt Berry.Ik weet 't,"roept Shakir. "Naar de videospellen."Kom op, wie het eerst daar is." Richard is al weg. De anderen hollen achterhem aan. Even later staan ze in de donkere hoek waar je in stoelen kuntkruipen om zelf een wagen op een van de diverse schermen te besturen.Shit, 't kost een gulden," zegt Richard. Die heb ik niet bij me." Ze zoekenallemaal in hun zakken. Niemand heeft een gulden bij zich.Plotseling licht een van de videoschermen fel op. Het plaatje van een race-auto verdwijnt en het gezicht van een jongen met een zonnebril enstekelhaar verschijnt. Hij lijkt een jaar of veertien. Het is net of hijhen aankijkt.Jullie zijn op zoek naar iets leuks," zegt hij. "Iets avontuurlijks, waarof niet?"Richard kijkt Lydia verbaasd aan. "Heeft die maf18kees het tegen ons?Voor Lydia kan antwoorden, gaat het hoofd op het scherm verder: Ja, dezemafkees bedoelt jullie. Wat heb je nou aan die videospelletjes, die kostennog geld ook."Ze snappen er niets van. De andere schermen vertonen allemaal gewooncomputerbeelden van race-auto's.Da's natuurlijk een reclamefilmpje voor een of ander iets, zegt Shakir. Dieknul kan ons niet eens zien. Of toch, Richard?"Richard haalt zijn schouders op. 't Is een truc. Er zit hier ergens eenverborgen camera." Hij kijkt omhoog. "Misschien wel in een van die oudevliegtuigen aan het plafond. Beveiliging, weet je wel."Dit heeft niks met Beveiliging te maken," zegt Lydia en ze loopt naar hetscherm. De jongen op het scherm lacht. Het is een duistere lach, die Shakirkippenvel bezorgt. Stiekem wenst hij dat hij bij meester Jacques en degroep gebleven was. Hij heeft het sterke gevoel dat er iets niet klopt, dater iets heel vreemds aan de hand is. Misschien komt het door de donkerebril van de jongen op het scherm. Shakir vindt het nooit prettig als hijiemands ogen niet kan zien.Natuurlijk zie ik jullie. Ik nodig jullie uit om iets te beleven, wat jezelfs in je dromen nog nooit meegemaakt hebt. En het kost niets."Oh, dat klinkt interessant," zegt Richard.Lydia zet haar handen in haar zij. "Oh ja? Wat dan?"Dat zul je zo zien," zegt de jongen. Met een flits verdwijnt zijn gezicht.Het scherm wordt zwart. "Hé, wacht even," zegt Lydia. Ze steekt haar handuit en trekt hem meteen met een gil terug.19Wat is er?" vraagt Shakir bezorgd. "Is dat ding heet?"Nee, koud," gromt Lydia. "Ijskoud, alsof het zo uit de diepvries komt."
Richard en Berry onderzoeken het scherm, zonder het aan te raken. "Geloofhet of niet, er zit een laagje ijs op," zegt Richard. Ze zien hoe deijskoude damp van het scherm walmt, dan klinken er zachte tikken op devloer. Het ijs smelt razendsnel en druppelt op de grond. Het scherm flitstaan en vertoont het begin van een videospelletje. Een poosje staren ze metz'n vieren naar het scherm, zonder iets te zeggen. Hebben ze alle viergedroomd? Het lijkt of er niets gebeurd is, nu alle schermen weer normaalzijn.Wat bedoelde die jongen nou?" zegt Berry. "Wát zullen we zo zien?"Misschien gaan die vliegtuigen dadelijk rondzweven en wordt er vuurwerkontstoken," grijnst Richard. "En omdat een van ons de honderdduizendstebezoeker is, krijgt die een enorme geldprijs."Ja, of we zitten midden in de surpriseshow en wij krijgen van het Autotroneen gloednieuwe, supersnelle auto aangeboden. De rest van de klas enmeester Jacques weten ervan, die zitten ook in het complot."Richard en Berry schateren het uit. Ze beginnen al half in hun eigenfantasie te geloven. Lydia grinnikt wat om hun kinderlijke gedrag, maarShakir staat doodstil, zijn oren gespitst.Horen jullie dat?" zegt hij opeens.Wat, ik hoor nog niets," giechelt Berry. "Komt Hennie Huisman er al aan metde prijzen?" Richard krijgt weer een lachaanval.20Nee, luister dan, het is opeens zo stil!"Ze draaien zich om en luisteren. Het is inderdaad doodstil. Geengeroezemoes van stemmen, zelfs de luide stem van Jacques is niet meer tehoren. Ook de zachte muziek die constant in het museum klinkt, isuitgevallen. Het lijkt of iedereen plotseling vertrokken is en zij met z'nvieren alleen nog in het museum zijn.Hoe kan dat nou?" Berry kijkt omhoog. Ook van de bovenverdieping komt geengeluid. Dan horen ze toch iets: een zacht rommelend geluid en hetaanhoudend geroffel van de regen. De keiharde donderknal komt zo onverwachtdat ze alle vier opspringen. Het licht knippert, uit-aan-uit-aan...uit.Ineens is het schemerig donker in de grote zaal, waardoor alles er andersuitziet. De auto's, die overal staan, zijn roerloze, donkere vormengeworden. Nog steeds is er geen geluid, behalve de regen en het gerommelvan het onweer. Een bliksemflits zet de ruimte een seconde in een helwitlicht, waardoor ze elkaar als spookgestalten met witte gezichten zien. Dedrie vliegtuigen aan het plafond zijn veranderd in reusachtige insecten metschaduwen die langs het plafond bewegen. De auto's lijken op reuzentorrenmet blinkende pantsers. Shakir weet wel dat hij zich dit alles maarverbeeldt, toch heeft hij op de gezichten van de anderen ook schrik gezien.Behalve bij Lydia misschien. Lydia laat nooit blijken dat ze bang is.Misschien is ze ook wel nooit bang, denkt Shakir. Stiekem bewondert hijLydia en hij is ook een beetje op haar. Maar dat laat hij nooit merken,bang dat ze hem zal uitlachen. Bovendien vermoedt hij dat Richard ook gekop haar is, dat maakt hij op uit de manier waarop Richard soms naar haarkijkt. En Richard loopt opvallend vaak met21
Lydias tas te sjouwen, terwijl ze zelf sterk genoeg is om die te dragen.Terwijl Shakir zo staat te denken, klinkt er een vreemd geluid. In hetschemerdonker verroert zich iets. Een enorm, donker gevaarte komt over hetpad in hun richtingLieve help, wat is dát?" fluistert Richard. Hij staat vlak achter Lydia enlegt zijn hand op haar schouder.In elk geval niet Hennie Huisman," zegt Berry met een hoog stemmetje. Hijgrijpt Shakirs arm beet. "Zie je dat?" Shakir knikt alleen maar. Hij durftniets te zeggen, omdat hij bang is dat zijn stem zo erg zal bibberen dat eralleen maar gebrabbel uit zijn mond komt. Het ding dat daar aankomt lijktop iets dat hij wel eens in nachtmerries tegengekomen is, nadat hij eenenge griezelfilm gezien had. Hij hoort Lydia sissen tussen haar tanden. Vanverbazing, hoopt hij, want als Lydia óók bang is, dan is het echt goed mis.Het grote monster nadert langzaam over het pad dat precies bij hen uitkomt,schurend, schrapend, grommend. Want dat het een monster is, staat vast voorShakir. Een tor, denkt hij. Een monsterlijke tor, met een pantser dat overde vloer schuurt, net zoals laatst in die film waarin insecten doorkernafval uitgegroeid waren tot afzichtelijke monsters.Misschien is dat wat er gebeurd is: een nucleaire ramp, waardoor allestroom is uitgevallen. De omgeving van het Autotron is gebombardeerd metradioactiviteit, insecten zijn op slag uitgegroeid tot monsters. Ze moetenvluchten, wegrennen, voor dat monster hen te grazen neemt. Maar in plaatsvan te vluchten, blijft hij doodstil staan, terwijl het monster steedsHa ha, die oude bus is aan de rol geraakt," lacht Berry. "Ik dacht even..."22dichterbij komt. Ook de andere drie bewegen zich niet. Berry sliktduidelijk hoorbaar en Richard fluistert: "Shit!"Plotseling zijn er twee lichtflitsen en ze staren recht in tweeverblindende, bolle ogen. Shakir houdt zijn handen voor zijn gezicht.Radioactieve straling, denkt hij. Nu vallen wij uit elkaar, of we wordenafschuwelijk misvormd door de straling. Tot zijn verbazing lacht Lydiaopeens.Koplampen," zegt ze. "Het is een bus."Wist ik wel," zegt Richard meteen.Nu zien de anderen het ook. De bus blijft vlak voor hen stilstaan. Het iseen gammel ding op slappe banden, met koplampen die er half uit liggen. Debus is beschilderd met figuren en er staan letters op, maar het is tedonker om te zien wat dat allemaal voorstelt. Shakir staat nog te trillenop zijn benen, tegelijkertijd is hij opgelucht. Hoe kon hij daar nou eenmonster inzien?De koplampen doven en ratelend schuift een deur van de bus automatischopen. Een hoofd komt naar buiten. Shakir herkent in het silhouet de jongenmet de zonnebril die ze zojuist op het videoscherm gezien hebben. Vrolijksteekt hij zijn hand op. Hoi, hier ben ik al, zoals ik beloofd heb. Nou,wat zeggen jullieWaardeloos," zegt Berry. "Geef mij maar de Batmo biel." Hij probeert stoerte klinken, maar de hoge klank van zijn stem verraadt dat hij ookbehoorlijk geschrokken is.ervan i23Wat moet dit allemaal voorstellen?" zegt Lydia. "Is dit het, wat je onswilde laten zien? Dit oude wrak?"De jongen lacht zachtjes. Hij drukt op een schakelaar en debinnenverlichting van de bus floept aan. Nu zien ze hem in elk geval ietsduidelijker. Hij draagt een spijkerbroek en een wit T-shirt met de opdruk:
DE GRIEZELBUS. Een nieuwe bliksemflits schiet door de zaal, de donderslagklinkt als een explosie."Oud wrak? Misschien. De Griezelbus is inderdaad een oud beestje, maardachten jullie niet dat er een vreselijk hellemonster op jullie afkwam? Eenuit zijn krachten gegroeide tor?"Sprakeloos staren ze de jongen aan. Hoe weet hij dat? Een rare gedachtekomt in Shakir op: misschien heeft de jongen hen vanaf het videoschermgehypnotiseerd? Zoiets is niet onmogelijk. Zijn ze misschien nog steedsonder hypnose en lijkt het daardoor alsof het museum verlaten is? En datbevroren videoscherm...De jongen lacht om de uitdrukking op hun gezichten, "'t Klopt, hè, wat ikzeg. En jullie vragen je af hoe dat kan. In de werkelijkheid veranderenoude bussen niet in reuzentorren. In de werkelijkheid kunnen warmevideoschermen niet spontaan bevriezen."Hoe weet je dat allemaal?" zegt Lydia met een vijandige klank in haar stem.De jongen stapt uit de bus en gaat voor hen staan. Hij is iets kleiner danRichard.Omdat ik expert ben in de Andere Werkelijkheid. Wat jullie zojuistmeegemaakt hebben, was niet de werkelijkheid, maar jullie hebben een glimpopgevangen van de Andere Werkelijkheid."Richard valt meteen tegen hem uit. "Andere werke-24lijkheid? Flauwekul! Er bestaat maar één werkelijkheid en die is dat jijkunt oprotten met je hoop roest." Richard voelt zich opgelaten omdat hijzich angst heeft laten aanjagen door een gammele bus en een jongen diemisschien een jaar of twee ouder, maar in elk geval kleiner is dan hijzelf.Er blikkert even iets achter de zwarte brillenglazen van de jongen als hijRichard aankijkt, maar hij blijft kalm.Dat is geen flauwekul. Ben je wel eens wakker geworden midden in de nachten zag je dan slaapdronken een kromme heks met gebogen klauwen naast je bedstaan, of een vampier, of Freddy Krueger met zijn dolkvingers?"Nee!" snauwt Richard, hoewel hij laatst, na het zien van NIGHTMARE ONELMSTREET VI een stevige nachtmerrie heeft gehad. Maar dat hoeft diewijsneus met zijn zonnebril niet te weten.Ik wel, denkt Shakir. Vaak genoeg heb ik monsters in mijn slaapkamergezien, Freddy, Dracula, de hele mikmak.De jongen gaat gewoon verder, alsof hij Richards antwoord niet gehoordheeft.Op dat moment bevond je je heel even in de Andere Werkelijkheid. Later,toen je je nachtlampje aanknipte, zag je dat die heks gewoon een stoel waswaar kleren op hingen. Toen bevond je je weer in de werkelijkheid. Maar watzou er gebeurd zijn als je het licht niet had aangedaan?"Dat wil ik niet weten, denkt Shakir. Ik knip altijd meteen het licht aan.Lydia slaakt hard een verveelde zucht. "Wat wil je nu zeggen met al dieonzin? Dat wij net sliepen en plotse25
ling wakker schrokken, toen jij er niet die bus aankwam?"De jongen glimlacht. "Ik wil alleen maar zeggen dat er in de AndereWerkelijkheid dingen gebeuren die je in de werkelijkheid nooit zultmeemaken."En moeten wij nu 'hoera' roepen?"De jongen grinnikt. Hij stapt weer in de bus en wenkt hen. "Wacht maar afen stap maar in. Hierbinnen kun je de Andere Werkelijkheid beleven, zonderdat je ervoor in slaap hoeft te vallen."Als niemand hem volgt, blijft hij op de treeplank staan.Kom op nou. Jullie houden toch van videospelletjes? Nou dan, dit is netzoiets, maar dan eindeloos veel gaver. Hierbinnen heb ik pas prachtigspeelgoed waarmee je spannende en leuke dingen kunt beleven. Jullie mogenproefpersonen zijn voor deze nieuwe aanwinst van het Automobielmuseum. Ofdurven jullie niet?"Het is een goedkoop trucje, maar het werkt altijd. Dus ook nu.Richard stuift meteen op. "Niet durven? Waarom zouden wij niet in dieroestbus van jou durven? Denk je soms dat wij watjes zijn!" Hij staptmeteen op de treeplank. "Kom, jongens, we zullen het 'speelgoed' van ..."Hij stoot de jongen aan. "Hoe heet jij eigenlijk?"Eddy C."Eddy C.?" zegt Lydia. "Wat is dat voor een maffe naam? Wat betekent die C?"De jongen glimlacht even. "De C staat voor: Computergenie."26Shit, er staat hier een genie voor ons, jongens," zegt Richard.Waanzinnig," zegt Lydia en ze maakt een diepe buiging. Shakir en Berrygiechelen. Eddy C. kijkt onbewogen toe.Oké," zegt Richard. "We zullen het speelgoed van het genie even bewonderen,dan is hij tenminste gelukkig. Of willen jullie Jacques en de groep gaanzoeken?"Omdat de stroomuitval nog steeds niet geregeld is, heeft niemand zin om inhet donker door het museum te gaan ronddwalen. Bovendien heeft Eddy C. hunnieuwsgierigheid geprikkeld met zijn geheimzinnig gedoe.Gaver dan videospelletjes," zegt Berry. "Dat wil ik wel eens meemaken."Instappen dan maar," zegt Lydia.Welja, waarom ook niet," zegt Berry. "Het is wel even iets anders dan deBatmobiel, maar dan hebben we tenminste toch nog ergens in gezeten."Shakir aarzelt weer. Hij ziet Richard, Lydia en Berry, donker afgetekendtegen het zwakke licht dat uit de ingang van de bus straalt. En opeenskrijgt hij het rare idee dat daarbinnen iets vreselijks op hen wacht. Dater, wanneer ze eenmaal binnen zijn, geen terugkeer meer mogelijk is. De busvervormt in zijn verbeelding tot een zwart roofdier dat hen met open muilopwacht.Shakir schudt met zijn hoofd om die vreemde gedachte kwijt te raken. "Hetis alleen maar een oude bus," fluistert hij. Gewoon een bus, meer niet."Het spookbeeld verdwijnt uit zijn hoofd. Stom van hem2728-om zich zo aan te stellen. Gelukkig hebben de anderen niets gemerkt. Waarkomen die rare voorgevoelens toch vandaan? Hij heeft ze wel vaker,bijvoorbeeld toen zijn oma van de trap gevallen was. Dat voelde hij toen inde klas, voordat het gebeurde. Maar vaak genoeg heeft hij ook voorgevoelensdie niet uitkomen. Snel stapt hij achter de anderen de bus in. Heel evenvoelt hij een prikkeling op zijn huid, het lijkt op statischeelektriciteit, alsof de bus omgeven wordt door een of ander onzichtbaarmagnetisch veld. Het is al voorbij voordat hij erover na kan denken.
Wauw, die bus ziet er vanbinnen heel anders uit dan je zou verwachten,"zegt Richard. Hij fluit van bewondering.Niet alles is wat het lijkt, zegt Eddy C. met een mysterieuze glimlach. Hijstaat over het dashboard gebogen en rommelt met wat schakelaars. Lichtjesknipperen, een klein venstertje, een digitale display licht op en lettersvormen woorden, die steeds van links naar rechts over het display rollen:BEZOEK DE GRIEZELBUS, DE WERELD VAN DE ANDERE WERKELIJKHEID.Zoiets heeft de frietzaak bij ons op de hoek ook," grinnikt Berry.VOORDELIGE AANBIEDING. SLA DEZE WEEK EEN SLAATJE UIT ONZE KROKETTEN, staater dan bijvoorbeeld."Terwijl de kinderen nieuwsgierig rondkijken, sluit achter hun rug de deurvanzelf. Het interieur van de bus is omgebouwd tot iets wat lijkt op decontrolekamer van een ruimtevaartcentrum. Computerschermen lichten op,kabels en snoeren kronkelen over de vloer, links en rechts staantoetsenborden slordig op elkaar29
gestapeld naast diverse video's en onbegrijpelijke regel panelen. Op debestuurdersplaats liggen stapels computeruitdraaien. Vóór in de bus zijnslechts vier zitplaatsen, die verlicht worden door spotjes. Daarachter isgeen enkele stoel meer, alleen een donkere, lege ruimte.Op de zitplaatsen liggen een soort futuristische ruimtehelmen, die door dekabels met de computers verbonden zijn. Op elke helm staat met groteletters AW. Ook hangt aan elke stoel een handschoen, eveneens via een kabelaangesloten op een computer.Welkom in de Griezelbus," zegt Eddy C., "een wonder van technologie, hetcentrum van de Andere Werkelijkheid. "Lydia kijkt nog eens goed rond. Mooie praatjes. Waarom heet dit ding deGriezelbus? Omdat het zo'n griezelig zootje is hier? Mijn kamer is er nietsbij."Eddy C. glimlacht. Let niet op de rommel. Die ruim ik op voor de busofficieel wordt opengesteld voor het publiek. En die naam zal dadelijkduidelijk worden."In elk geval staat er een kapitaal aan speelgoed," zegt Richard. Ik wou datik zoveel computers op mijn kamer had. Waarvoor zijn die helmen eigenlijk?"Eddy C. wijst naar de zitplaatsen. "Jullie mogen ze dadelijk opzetten. Gazitten, dan leg ik uit wat de bedoeling is."Lydia gaat rechts van het gangpad bij het raam zitten en Richard ploft snelnaast haar neer. Shakir en Berry gaan aan de andere kant van het gangpadzitten.Shakir bekijkt zijn helm. Het is een vreemd ding. Zwart, glanzend. Aan devoorkant zit een soort langwerpige snuit. Boven op de helm zitten, allerleivreem30tde uitsteeksels en uit de achterkant komen geribbelde kabels, die verbondenzijn met de computers voor in de bus.Dat ding lijkt op de kop van een buitenaards monster, zoals in de filmALIEN, denkt Shakir. Of op Darth Vader uit STAR WARS. Weer voelt hij eenhuivering. Misschien veranderen ze wel in monsters als ze die dingenopzetten en op de computers worden aangesloten. Het volgende moment besefthij hoe absurd die gedachte is. Zijn probleem is dat hij te veel fantasieheeft en soms denkt dat het leven een sciencefiction film is. Dat heeftRichard hem wel eens gezegd en Shakir weet dat Richard gelijk heeft.De andere drie zijn ondertussen ook hun helmen aan het bewonderen.Wat betekent AW?" vraagt Lydia.Dit zijn helmen waarmee je in de Andere Werkelijkheid kunt stappen, kortwegAW-helmen" zegt Eddy C. Er zitten twee beeldschermpjes in enstereokoptelefoontjes. Geloof me, je weet niet wat je meemaakt. Net echt."Hij is op een krukje bij de computers gaan zitten en toetst verschillendeknoppen in. Het licht van de computerschermen schijnt op zijn gezicht, maarzijn ogen blijven onzichtbaar door de zwarte zonnebril. Shakir ziet tweekleine bobbeltjes op de hals van Eddy C., littekentjes lijken het. Shakirkijkt er even peinzend naar. Hoe komt Eddy C. aan die littekens? Net of hijgebeten is, denkt Shakir, maar vergeet het dan weer.Als jullie de AW-helmen nu opzetten, begint eerst een korte kennismakingmet de Andere Werkelijkheid van de Griezelbus," zegt Eddy C. Steek je handin de handschoen, want die hoort er ook bij."31Handschoenen? Ik heb geen koude handen, hoor," zegt Berry. Moet dat?"Eddy C. knikt. "Door de handschoen heeft je huid ook contact met de AndereWerkelijkheid, dat maakt de beleving nog echter."Voor mijn part," zegt Richard. Hij zet zijn helm op en steekt zijn hand inde zwarte handschoen. De anderen volgen zijn voorbeeld. De handschoen voelt
zacht aan en sluit als een tweede huid om hun handen. Plotseling ziet iedertwee flikkerende beeldschermpjes voor zijn ogen. In hun oren klinkt hetgeruis van de kopte lefoontjes.Het volgende moment verschijnt Eddy C. op de schermpjes. Mooi," zegt hij,we beginnen."Een verblindend witte lichtflits. De twee beeldschermpjes versmelten toteen beeld.Shakir sluit zijn ogen. Opent ze weer.Het interieur van de bus is volkomen veranderd. Verdwenen zijn decomputers, de kabels, de papier rommel. Ook Eddy C. is weg, maar op debestuurdersplaats zit doodstil iemand met een zwarte pet en een kaal, witachterhoofd. Achter alle ramen is niets dan duisternis. Shakir kijkt opzij.Daar zitten Berry, Richard en Lydia. Zonder helmen, gewoon zoals ze in debus gestapt zijn. Ze kijken beduusd rond, net zoals hijzelf waarschijnlijk.Shit, wat is er gebeurd?" zegt Richard. Waar zijn die helmen ineensgebleven?"Nog steeds op onze hoofden, denk ik," zegt Lydia. Volgens mij zijn wij ditniet echt."Shakir schuift naar voren op zijn stoel. Hij beweegt32zijn armen, zijn benen. Ze doen precies wat hij wil.Hoe bedoel je, niet echt? Ik zie jullie toch. Kijk dan, nu raak ik Berryaan." Hij steekt zijn hand uit om hem op Berry's arm te leggen. Berry'shuid biedt geen weerstand. Shakir voelt helemaal niets. Er is een zachtgeknetter en kronkelige lichtflitsjes en zijn hand verdwijnt gewoon in dearm van Berry. Met een kreet trekt Berry zijn arm weg en Shakirs hand komtweer te voorschijn. Ze kijken elkaar aan, alsof ze twee spoken zijn.Dat bedoel ik," zegt Lydia. Net echt, maar niet echt. We zien elkaar wel,maar we zijn het niet echt. Een soort computerbeelden of zoiets, denk ik.Waanzinnig!"Even tsjekken," zegt Richard. Hij buigt zich naar Lydia en kust haar. Dehelft van zijn gezicht verdwijnt in haar wang.Idioot," zegt Lydia. Als het echt was, zou ik je een klap gegeven hebben.Maar nu voel je het toch niet."Daarom," grinnikt Richard. In het echt zou ik het niet durven."Shakir zegt niets. Hij kijkt ongelovig naar zijn hand. Hij beweegt zijnvingers, balt ze tot een vuist. Net echt, maar toch ook weer niet. Hijdurft Berry niet meer aan te raken, bang dat zijn hand weer zal verdwijnen.Welkom in de Andere Werkelijkheid," zegt opeens de stem van Eddy C. Julliebevinden je nu in de AWGriezelbus. Vanaf nu is alles anders dan in dewerkelijkheid. Niets is meer wat het lijkt." Het geluid van een startendemotor vult hun oren. De bus schokt en schudt. Hij begint te rijden.33
Gek, denkt Shakir. Net of we echt rijden. Ik hoop dat ik niet misselijkword. Vorig jaar moest ik overgeven, tijdens het schoolreisje. Als ik noumaar niet... Opeens duikt er uit het niets een gedaante voor hen op, alseen spook dat plotseling zichtbaar wordt. Een man in een zwarte mantel, diebehangen is met botjes. Kaal hoofd. Lang, mager gezicht. Om zijn nek draagthij een ketting van tanden en kiezen, onder zijn arm houdt hij een boek.Hij draagt een gouden ring in zijn linkeroor. Shakir veert overeind vanschrik als de man hen één voor één recht in de ogen kijkt. Shakirs stoelrammelt onder zijn achterwerk en door de voorruit ziet hij koplampen vanauto's voorbijschieten. Ze rijden over een donkere weg. De man in het zwartstaat daar nog steeds doodstil voor in de bus en blijft hen aankijken. Hetlijkt allemaal levensecht.Schrik niet, klinkt opeens de stem van Eddy C. in zijn oren. Wat julliezien is een door computers gemaakt beeld van P. Onnoval, de helaas te vroegoverleden schepper van de Griezelbus."De man loopt recht op Shakir af.P. Onnoval was een schrijver van griezelverhalen, gaat de stem van Eddy C.verder. Hij bedacht de Griezelbus om zijn verhalen te kunnen voorlezen aanschoolklassen, die hij uitnodigde voor een griezelrit in zijn bus."De man blijft voor Shakir stilstaan, haalt het boek onder zijn arm uit enlaat het zien. De titel is: De griezelbus."Zoals je al begrijpt, is de bus genoemd naar het boek," zegt Eddy C.Shakir vindtdat de man nu wel erg dicht bij hem staat en dat bevalt hem helemaal34niet. Computerbeeld of niet, de gloeiende ogen in het bleke gezicht blijvenhem strak aankijken, alsof ze tot diep in zijn geest doordringen. Gelukkigdraait de schrijver zich opeens om en gaat weer naast de chauffeur staan.Jammer genoeg kwam de heer Onnoval ongelukkig aan zijn einde, tijdens eenrit met de Griezelbus," klinkt de stem van Eddy C. in Shakirs oren. Hijleeft dus niet meer, maar dankzij de moderne technologie hebben wij hemweer tot leven kunnen roepen in de Andere Werkelijkheid. Straks zullenjullie hem weer zien." De schrijver buigt, steekt zijn hand op. In eenflits verdwijnt hij en Eddy C. staat nu naast de chauffeur, in preciesdezelfde houding, het boek onder zijn arm. Hij draagt geen zonnebril. Ditben ik in de Andere Werkelijkheid," zegt hij met een knipoog. En onzechauffeur heet Beentjes."Plotseling kijkt de chauffeur om. Onder de zwarte pet is zijn gezichtduidelijk te zien: een doodskop, spierwit met diepe, zwarte oogholten. Hijgooit het stuur om en het lijkt of de bus kantelt.Hé, kijk uit!" schreeuwt Lydia. Ze grijpt Richards arm, maar pakt dwarsdoor hem heen.Shakir probeert zich vast te houden aan de leuning van zijn zitplaats. Eenzure smaak komt omhoog in zijn keel. Niet overgeven, denkt hij. Nietmisselijk worden.Het computerbeeld van Eddy C. begint keihard te lachen en zijn ogen wordenvuurrood. Voor de voorruit verschijnt opeens een diepe afgrond, eenpikzwart gat. De bus rijdt met brullende motor door en stort naar beneden.Shakir schreeuwt. De gezichten van35
Lydia, Richard en Berry wervelen om hem heen. Hij valt tegen het plafond.Boven alles uit klinkt het gelach van Eddy C. Dan wordt alles zwart.Handen tillen de AW-helm van Shakirs hoofd. Zwaar hijgend ligt hij halfover de leuning van zijn zitplaats. Hij is hartstikke duizelig en zijn hartklopt in zijn keel.Ik ben dood, denkt hij. We zijn in een afgrond gestort, te plettergeslagen. Richard, Lydia, Berry, ook allemaal dood. De dood zat achter hetstuur. Ik heb hem zelf gezien, hij droeg een zwarte pet.Hij opent zijn ogen. Eddy C. staat voor hem met zijn zonnebril op. Hij legtde AW-helm op Shakirs knieën. De bestuurdersstoel is leeg en het interieurziet er weer net zo uit als toen ze instapten. De computerschermenflikkeren. Geen blaadje papier is verschoven. Niets wijst op een dodelijkeval in een ravijn. Hijgend kijkt Shakir naar zijn vrienden. Ook zij liggenschuin weggezakt in hun stoelen, alsof ze een dodenrit achter de rughebben. Ze zien er net zo verward uit als hijzelf. Bij Berry staat hetzweet op zijn voorhoofd. Richard strijkt woest door zijn haren en Lydiakijkt met grote ogen naar haar AW-helm.Eddy C. gaat op een krukje zitten en kijkt hen met een stralende lach aan.En? Heb ik te veel gezegd? Veel beter dan die afgezaagde videospelletjes,nietwaar?Shit, ik schrok me kapot," zegt Richard. Ik dacht dat we in een afgrondstortten, ik voelde het. Hoe..."Illusie, allemaal illusie," zegt Eddy C. De bus heeft niet bewogen. Zoalsje ziet, staan we doodstil. Maar dankzij de AW-helm zaten jullie in deAndere Werke36lijkheid in de AW-Griezelbus. Het was echt grappig om te zien hoe julliehalf uit jullie stoelen vielen, terwijl de echte bus niet eens bewoog."Je had ons wel eens mogen waarschuwen," zegt Lydia.Eddy C. grinnikt. Sorry, maar ik wilde even testen hoe jullie zoudenreageren. Die afgrond was gewoon een grapje. Maar het was toch de moeitewaard, of niet?"Lydia knikt ten slotte. Het was best wel gaaf."Cool," geeft Richard toe. Ik wil best nog meer zien, nu ik weet hoe hetwerkt."Nu ze van de schrik bekomen zijn, worden ze ineens allemaal enthousiast.Zelfs Shakir moet toegeven dat dit een veel grotere kick is danbijvoorbeeld een rit in de achtbaan. Hij is een klein beetje misselijkgeworden, maar dat is al over. De schrik zit nog wel in zijn benen. Hetbeeld van de chauffeur en Eddy C. met zijn rode ogen staat hem nog steedshelder voor de geest.Zet je zonnebril eens af, die had je net ook niet," zegt hij tegen Eddy C.Ik wil je ogen wel eens in het echt zien."Natuurlijk," antwoordt Eddy C. Geen enkel bezwaar." Hij neemt de bril vanzijn neus. Zijn ogen zijn blauw, normaal.Hij zet de zonnebril weer op. Dat computerbeeld van mijzelf was ook erggeslaagd, hè. Jullie dachten natuurlijk dat ik er echt stond. Ik vond hetwel een leuk idee om mijzelf ook even een rol te geven in de AndereWerkelijkheid."Hij kijkt naar Shakir.Je dacht toch niet dat ik echt37
rode ogen heb, hè?" Zijn stem heeft een spottende klank.Natuurlijk niet," zegt Shakir haastig. Ik was gewoon benieuwd hoe je erachter die zonnebril uitzag.Dus die schrijver, eh... Onnoval heeft echt bestaan?" vraagt Berry.Ja, hij is de uitvinder van de Griezelbus. Alleen gebruikte hij geencomputers net als ik. Hij vertelde gewoon verhalen uit zijn boek."Eddy C. bukt zich, schuift een berg computeruitdraaien opzij en haalt eenboek te voorschijn. Het is hetzelfde boek dat ze zojuist in de AndereWerkelijkheid gezien hebben. Eddy C. klopt met zijn knokkels op de kaft vanhet boek. Dit is het originele, handgeschreven boek van P. Onnoval: Degriezelbus. Er staan verhalen in die nog nooit gepubliceerd zijn. Wedachten dat het vernietigd was, maar door wat eh... repara tiewerk hebbenwe het weer kunnen herstellen."Vernietigd? Waardoor?" vraagt Richard.Eddy C. lijkt even in verlegenheid gebracht door die vraag. Dat vertel ikmisschien nog wel, als we tijd over hebben." Hij legt het boek weg achtereen van de computers.Voorlezen is spannend, natuurlijk. Maar dankzij de AW-helmen kun jeOnnovals verhalen nu beleven alsof je er zelf bij bent. Dus, als jullie zinhebben..." Hij gebaart uitnodigend naar de helmen.Ze kijken elkaar aan. Lydia kijkt op haar horloge. Vier uur pas. We hebbennog een uur de tijd. De schoolbus komt ons om vijf uur ophalen. Ik wilwel.""Maar zou Jacques niet ontdekt hebben dat wij weg38zijn?" zegt Shakir. Misschien zoekt hij ons wel."In het donker zeker!" zegt Lydia. De stroomuitval is nog steeds nietverholpen. En zolang het donker is, kunnen wij toch nergens naartoe.""Ik doe mee," zegt Richard.Berry knikt. Ik ook. Ik wil dit wel eens meemaken."Shakir geeft na enig aarzelen toe. Nog steeds heeft hij een voorgevoel. Hetzegt dat het helemaal verkeerd is om hier te blijven. Dat Eddy C. niet iswat hij lijkt. Dat ze beter kunnen uitstappen en proberen Jacques en degroep te vinden. Maar dat zijn natuurlijk typisch gevoelens van eenschijtluis. En hij wil beslist niet dat de anderen, vooral Lydia, denkendat hij een schijtluis is. Hij knikt.Goed, de reis begint" zegt Eddy C. Maar eerst nog even dit!" Onmiddellijkschieten er uit de stoelen brede, stalen banden te voorschijn, die onder dearmen van de kinderen door buigen en met een klik om hun borstkas sluiten.Hé, wat is dat?" roept Richard.Maak je niet dik," zegt Eddy C. Veiligheidsgordels. Puur eenvoorzorgsmaatregel. Je hebt net al even gevoeld wat er kan gebeuren, toenjullie bijna uit de stoelen vielen. Jullie geest zit in de AW, maar jelichaam is gewoon hier in de werkelijkheid en het reageert op signalen vanje geest. Ik wil niet dat er gewonden vallen."Het klinkt allemaal heel begrijpelijk en logisch. Maar waarom heeft Shakirdan toch het gevoel dat hij in een val zit? Gewone autogordels zouden tochook goed geweest zijn.39Helmen op en handschoenen aan," zegt Eddy C. De Griezelbus vertrekt naar deAndere Werkelijkheid. En daar wachten prachtige verhalen op jullie."De kinderen kijken elkaar nog een keer aan, als astronauten die op het puntstaan een verre ruimtereis te maken.Zo voelt het ook, denkt Shakir. Wie weet wat we onderweg zullen tegenkomen.Hij zet als laatste zijn helm op.flits!Huizen glijden voorbij. Het motregent zachtjes. De Griezelbus rijdt door destille, donkere straten van een stadje. Het is avond, de straatlantaarns
zijn aan. Shakir staart door zijn halfgesloten oogleden naar buiten. Hijvoelt zich loom. Ook de andere drie kijken suf naar buiten, alsof zezojuist ontwaakt zijn in een droom. Het interieur van de bus is weerveranderd. Eddy C. is weg, de computers zijn weg, maar op debestuurdersplaats zit weer de chauffeur met het merkwaardige gezicht.Wat is dat eigenlijk voor een maffe chauffeur, die Beentjes?" vraagt Berryopeens.Shakir haalt zijn schouders op en geeft geen antwoord. Stel je voor dat dechauffeur het hoort en weer omkijkt met dat grijnzende doodskopgezicht.Liever niet.Opeens mindert de bus vaart en stopt met piepende remmen. Ze zien eenbushalte. De chauffeur draait zich met een ruk om. Zijn knekelvinger wijstnaar de opening.Eruit!" zegt hij met een krakende stem, die nodig40eens geolied moet worden.Wat?" zegt Lydia.Eruit!"Die botkop meent het," fluistert Richard. Laten we maar doen wat hij zegt."Achter elkaar verlaten ze de bus.Dadelijk rijdt hij zonder ons weg," fluistert Shakir. En wat dan?"Lydia haalt haar schouders op. Dit hoort gewoon bij het spel, maak je nietdruk."Rillend staan ze bij elkaar bij de bushalte. Mistslierten drijven om depaal.En nu?" vraagt Berry. Moeten wij nu de hoelahoela gaan dansen bij dezehalte?"Vanuit de bus klinkt een gierende lach. De deuren sluiten met een sissendgeluid. Pruttelend start de motor en de bus scheurt weg in de mist.Hé, hij gaat ervandoor!" schreeuwt Shakir. Help, ik wil terug!""Rustig nou maar, Shakir," zegt Lydia. "Er is niets aan de hand. We zittengewoon in de bus in het Auto tron.""Wel maf, het lijkt alsof ik hier echt sta," zegt Berry."Ik heb het zelfs koud. Net of ik die mist op mijn huid voel.""Komt door die handschoen," zegt Richard. Dan zwijgt hij, want er klinkenvoetstappen in de mist. Een donkere schim nadert. Een raspende ademhaling,een klepperend geluid en vreemd geruis."Wat is dat?" fluistert Berry.Shakir zet een stap naar achteren. Weet ik niet, ik wil weg hier." Hijheeft het gevoel dat er een reuzen41
vleermuis op hen afkomt. Iets zwarts golft op en neer in de mist.Wie is daar?" roept Richard, met een nauwelijks hoorbare bibber in zijnstem.P. Onnoval, om jullie te dienen." Uit de mist stapt de schrijver tevoorschijn. Zijn zwarte mantel zwiert om hem heen en ruist bij elke pas diehij zet. De ketting van tanden kleppert om zijn hals. Botjes glanzen opzijn mantel.Richard zucht opgelucht. Oh, gelukkig, het is die schrijver maar."Onnoval glimlacht en kijkt hen één voor één aan.Klopt, ik ben het maar." Een simpel zinnetje, wel met een dreigendeondertoon.Eh, ik bedoel het niet beledigend, hoor," zegt Richard. Ik..."Al goed!" De schrijver wuift Richards verontschuldiging weg met een blekehand. Aan zijn lange vingers schitteren drie zilveren ringen. Onnoval haalthet boek De griezelbus onder zijn mantel uit.Vanaf nu ben ik jullie reisleider in de Andere Werkelijkheid. Ik heb eenheleboel mooie verhalen voor jullie. Daarvoor zullen wij allerlei gebouwenbezoeken."Gebouwen?" zegt Richard. Gebouwen zijn hartstikke saai, man. Wordt dit eensoort stadswandeling? Dan ben ik weg, hoor."Oh ja? Waar naartoe?" zegt Onnoval met een opgetrokken wenkbrauw.Dan glimlacht hij, terwijl hij door het boek bladert. Wacht maar af.Gebouwen zijn reuze-interessant. Vragen wij ons niet allemaal af wat erzich afspeelt achter42de gesloten deuren van anderen?" Hij houdt het boek geopend voor hen. Hierbijvoorbeeld, in een kamer van dit huis, de zolderkamer, spelen zich dingenaf die niemand kan vermoeden. Kijk maar eens goed."Ze kijken naar de opengeslagen bladzijden en zien een afbeelding van eenkamer. Eerst is het een tekening, maar die verandert langzaam in een foto.Wauw, net echte magie, waanzinnig, die computer trucs," fluistert Lydia. Zeis al helemaal in de ban van dit spel. Plotseling beginnen de bladzijden testralen. Het lijkt of ze lichtgevend worden. Een fel, verblindend licht, enin dat licht zien ze een gedaante bewegen.Hé, het leeft," roept Berry. Ik bedoel, het beweegt, het is echt."Ze kijken in een zolderkamertje, alsof ze door een raam gluren. De randenvan de pagina's vervagen, verdwijnen. Ver weg klinkt de stem van Onnovalnog. Dit is de kamer van Randy. Randy is dol op computerspelletjes. Hoeechter ze lijken, hoe leuker hij het vindt."Vol verwondering kijken de kinderen om zich heen. Ze zijn in dezolderkamer. Er hangen posters aan de muren, er staat een kast volstripboeken en een bureau met een computer. Een jongen komt de kamerbinnen.Dat is dus Randy," zegt Berry.Stil," fluistert Shakir, anders hoort hij ons."Tuurlijk niet," zegt Lydia. Hij ziet ons niet en hij hoort ons ook niet.Wij zitten toch in de bus."Eigenlijk zijn wij dus een soort geesten hier?"Ja, zo moet je 't zien, denk ik."Boe-oe, Randy, ik ben een geest," zegt Berry. Ik43
kom je halen." Hij gaat voor de jongen staan, rolt met zijn ogen en steektzijn tong uit.Berry, stomme idioot," sist Shakir. Maar de jongen loopt naar het bureau,zonder dat hij Berry opmerkt.Het verhaal begint nu," fluistert de stem van Onnoval. Hij begint tevertellen, terwijl de kinderen alles voor hun ogen zíen gebeuren.44De zolderkamerRandy schuift achter zijn bureau, zet de computer aan en duwt op de knopwaardoor het laatje van de cd rom naar buiten schuift. Hij haalt de cd-romschijf uit de doos, legt hem in het laatje en drukt opnieuw op de knop.Het schijfje schuift naar binnen. Het programma wordt geladen en even laterverschijnen bloedrode letters op het nachtzwarte scherm: DRACULA ONTKETEND.Uit de luidsprekertjes klinkt 'O Fortuna', het thema van de opera CarminaBurana, onheilspellende, opzwepende muziek, die de sfeer oproept vandonkere kastelen in stormachtige nachten. De muziek is al in talloze filmsgebruikt, in The Omen, bijvoorbeeld. Ook Michael Jackson heeft hem alsintro laten klinken bij zijn laatste wereldtournee om zijn opkomstindrukwekkender te maken. Maar hier, als ondersteuning van de rode lettersop het scherm, bezorgt hij Randy pas echt een flinke dosis kippenvel."Gaaf," mompelt hij.DRACULA ONTKETEND is een horrorfilm op cd-rom, een spel waarbij je zelf degebeurtenissen kunt sturen. Interactief heet dat. In de film lopenverschillende personages rond en je kunt uitkiezen wie je wilt zijn, doorop het vakje met zijn naam te klikken met de computermuis. Je kunt als hetware in zijn huid kruipen. De letters vervagen en er verschijnen een aantalvierkantjes waarin namen staan: Dracula, Dr. Van Helsing, Seward, Morris.De laatste drie zijn de vampierjagers. Randy heeft zijn keuze al gemaakt.Hij verschuift de muis op het bureaublad en het pijltje op het scherm gaatnaar het vakje van Dracula.45Jou wil ik zijn," mompelt Randy en hij klikt op het vakje.De namen verdwijnen en op het scherm verschijnt een doodskist in een keldervol spinnenwebben. Krakend gaat het deksel open. Een witte hand met benigevingers komt te voorschijn en even later kruipt de vampier uit zijn kist.Randy huivert van genot. Wat ziet Dracula er gruwelijk uit in zijn zwartecape, met zijn lijkwitte gezicht, bloeddoorlopen ogen en lange hoektanden.Het mooiste van alles is, denkt Randy, dat hij nu zelf een vampier kanzijn, dat is cool. De vampier staat rechtop naast de doodskist. Hij rektzich uit en kijkt Randy dreigend aan. Het beeld op het scherm bevriest enonderin verschijnen allerlei sym booltjes: een koets, een huis, een boot.Dat betekent dat Randy nu moet kiezen wat de vampier gaat doen.De koets, denkt hij, en hij klikt op het vakje. De film gaat weer verder.Dracula verlaat zijn grafkelder, loopt door een lange gang naar buiten.Daar staat een koets met vier zwarte paarden te wachten en de vampier staptin. Het beeld bevriest weer..."Lopen," zegt Randy en hij klikt op het paarden symbool onder in hetbeeldscherm. De paarden hinniken en even later boldert de koets over eenrotsachtig pad. Randy kan de wind die over de rotsen huilt haast voelen.Hoog boven donkere bergtoppen flitsen bliksemstralen en ergens in de verteklinkt wolvengehuil. Het gezicht van Dracula licht even op achter het
venster van de koets. Randy grijnst naar het scherm. "Ik ben Dracula en wijwillen bloed, vanavond!""Randy, kom je eten!" De stem van zijn moeder, beneden in de hal.46"Shit!" Randy staat op en loopt naar de deur, waarop een poster van Guns n'Roses hangt. Net nu hij lekker in de rol van vampier aan het kruipen is,moet zijn moeder hem weer storen voor zoiets stoms als het avondeten."Ik kom zo," roept hij naar beneden. "Nog even iets afmaken."Hij loopt terug naar de computer. De koets van Dracula is inmiddelsaangekomen in een dorpje. Slierten mist drijven door de straten enkringelen rond de ouderwetse straatlantaarns. De koets stopt voor een huis.Achter een raam ligt een dame op een bank te slapen."Naar binnen, die dame gaan we te grazen nemen," zegt Randy.De deur van de koets gaat open en Dracula stapt uit. Hij heeft zijn cape omzich heen geslagen en lijkt op een grote, zwarte vogel. Hij kijkt even omzich heen, loopt naar het raam en klopt op de ruit. De dame opent haarogen. Haar gezicht wordt spierwit. Haar mond gaat open, maar klapt meteenweer dicht. Dracula grijnst en Randy grijnst met hem mee. Hij ziet dat dedame langzaam opstaat en naar het raam begint te lopen. Ze moet wel, ze iswilloos, in de macht van de vampier.Randy zit bijna met zijn neus tegen het scherm. Hij is alles om zich heenvergeten. Het is alsof hij zelf in een vampiercape voor het huis staat."Maak het raam open," fluistert hij. "Je bent in mijn macht."De dame strekt haar hand uit naar het raam. Het beeld bevriest opnieuw.47
"Randy, waar blijf je nou? Je eten wordt koud!"Randy draait zijn hoofd in de richting van de deur. Hij heeft het gevoeldat zijn ogen rood zijn, net als die van Dracula."Ik kom zo!!" schreeuwt hij. Hij kijkt weer naar het scherm. Onder in hetbeeld staan drie nieuwe sym booltjes: een raam, een vleermuis en driemannen met hoeden. Hij klikt op het raam. De dame op het scherm pakt deklink beet en duwt die omlaag. Haar bewegingen zijn robotachtig en ze heefteen glazige blik in haar ogen. Het raam zwaait open en de vampier staptover de vensterbank naar binnen."Yes!" zegt Randy.De dame staat stokstijf als Dracula zijn witte handen om haar hals legt. Devampier spert zijn mond wijd open en achter zijn computer doet Randyhetzelfde. Plotseling klinkt er het geluid van wielen die over keienroffelen. Een andere koets komt met een razende vaart aanrijden en stoptvoor het huis. Dracula laat zijn slachtoffer los en kijkt opzij."Bijt haar dan!" roept Randy. Maar Dracula stapt terug over de vensterbanknaar buiten.Opnieuw bevriest het beeld. Op dat moment gaat de deur open en Rachel,Randy's zusje, kijkt naar binnen. "Je moet komen, joh, wij zitten al langaan tafel."Randy voelt het bloed naar zijn hoofd stijgen. Langzaam draait hij zijnhoofd. "Sodemieter op," grauwt hij. Zijn stem klinkt schor. "Ik zit middenin een film."Rachel wordt bleek van schrik als ze Randy's gezicht ziet. Ze geeft eengilletje en trekt de deur dicht. Randy lacht tevreden, een korte, grommendelach. Die is weg.48Blijkbaar heeft ze aan zijn gezicht gezien dat het menens is. Mooi zo,moeten ze hem maar met rust laten, nu het net spannend wordt. Hij wendtzich weer tot de computer en kijkt naar de symbooltjes op het scherm: eenvleermuis, een wolf, drie mannen met hoeden. Waarschijnlijk zitten die inde koets, denkt Randy. Vampierjagers. Dus Dracula kan ontsnappen alsvleermuis, als wolf, of hij krijgt de vampierjagers op zijn dak.Randy trommelt met zijn vingers op zijn bureau. Wat moet hij nu doen.Ontsnappen is flauw, vindt hij, vooral nu Dracula op het punt staat diemooie dame te bijten. Maar hij kan zichzelf toch moeilijk door devampierjagers te grazen laten nemen. Waarom is er nou geen anderemogelijkheid? Hij kijkt naar het bewegingloze scherm. Hoe weten dievampierjagers trouwens dat Dracula in dit huis zou zijn!"Stom," mompelt Randy. "Hij is niet voorzichtig genoeg geweest, de eikel.Ik had het heel anders aangepakt."Het beeld op het scherm staat nog steeds doodstil, maar plotseling draaitDracula zich om. Hij kijkt naar Randy. Randy knippert met zijn ogen. Hoekan dat nou? Hij heeft nog geen keuze gemaakt, hij heeft de muis nietaangeraakt, dat weet hij zeker. Maar er is geen twijfel mogelijk. Vanaf hetscherm kijkt Dracula hem strak aan, terwijl de rest van het beeldbewegingloos blijft. De rode ogen van de vampier houden Randy in bedwang.Hij moet naar het scherm blijven kijken. De vampier komt dichterbij. Zodichtbij, dat zijn hoofd het hele scherm vult. Het gezicht van Dracula islijkwit, zijn mond is half geopend en toont49
vlijmscherpe hoektanden. Het is een wreed, angstaanjagend gezicht en Randywil dat het weggaat. Het is net of hij naar een vreselijk misvormdspiegelbeeld van zichzelf kijkt.Hij krijgt het benauwd. Opeens vindt hij het niet leuk meer. Dit staat nietin de gebruiksaanwijzing die bij de cd-rom hoort. Hij drukt snel op eenpaar toetsen en daarna op de muis, maar er gebeurt niets. De vampier spertzijn mond nog wijder open en lacht daverend. "Te laat! Jij wilde Draculazijn en nu zul je hem zijn!"Een onzichtbare kracht grijpt Randy beet. Het lijkt of hij uit zijn velgetrokken wordt en naar het scherm toegezogen. Hij gaat erdoorheen, alsofhet water is. Tegelijkertijd voelt hij dat er iets uit het scherm komt datdwars door hem heen gaat. Wit licht. Een explosie. Een fractie van eenseconde verliest Randy zijn bewustzijn. Hij komt haast onmiddellijk weerbij en ontdekt dat hij buiten zit, op vochtige keien in een straat.Kreunend krabbelt hij overeind. Verward kijkt hij om zich heen. Hijbegrijpt niets van wat hij ziet: twee koetsen met paarden, het huis met dedame die met haar handen opgeheven achter het raam staat, haar mond geopendin een geluidloze schreeuw.Hoe komt hij hier terecht? Niets beweegt, behalve hijzelf. Zelfs de misthangt roerloos in de straat. Dan klinkt er ergens boven hem een valse lach.Geschrokken draait Randy zich om en kijkt omhoog. Zijn hart slaat over.Daar, hoog in de donkere lucht, is een enorm venster. Achter een wand vanglas ziet hij iemand zitten die naar hem kijkt. Zijn handen rusten op eenkolossaal toetsenbord. Hij is het zelf, zo groot50als een reus. Tenminste, degene die daar zit, lijkt heel erg op hem. Maarhij ziet er net iets anders uit. Een lijkbleek gezicht, een duivelse blikin ogen die duizend jaar oud lijken.Langzaam dringt tot Randy door wat er gebeurd is. Dat enorme venster in delucht is het computerscherm, van binnen uit gezien. Achter het venster ligtzijn eigen kamer, waar nu iemand anders zit die op hem lijkt. Zo erg zelfs,dat het tot Randy doordringt dat zijn ouders het verschil nooit zullenzien. Op de een of andere onmogelijke manier is hij in de computerterechtgekomen. Deze cd-rom is wel erg interactief!De jongen achter het venster glimlacht vals."Dracula," hijgt Randy. De jongen glimlacht nog valser. Dus dat is ergebeurd, denkt Randy. Ik heb de rol van Dracula gekozen en nu is hij inmijn huid gekropen. Hij zit daar op mijn stoel. Ik ben hem en hij is mij.Hij kijkt in de/ ruit van het huis en ziet zichzelf weerspiegeld: eenlange, bleke man in een zwarte cape, een vampier./"Precies!" zegt Dracula. "En nu spelen we verder." Hij klikt met de muis enplotseling vliegt de deur van de koets open. Drie mannen met hoeden stappenuit. Alle drie hebben ze kransen van knoflook om hun nek. De dame in hethuis ziet Randy en begint vreselijk te krijsen. Randy kijkt verschrikt naarhaar, dan naar de mannen."Niet gillen, alstublieft," zegt hij smekend. "Ik ben niet wie u denkt."Het gevolg is dat de vrouw nog harder begint te schreeuwen.De drie mannen stormen op hem af. Een van hen51
houdt een kruisbeeld voor zich uit, dat opgloeit in het duister. De anderetwee grijpen Randy's armen beet. Randy kokhalst. De sterke geur vanknoflook maakt hem misselijk en het kruisbeeld maakt hem doodsbang."Geef je over, duivelsgebroed," beveelt de man met het kruisbeeld."Eindelijk hebben we hem te pakken, dr. Van Helsing. Dood de Nosferatu,"roept een andere man. "Doorboor de ondode met een staak, hak zijn koperaf.""Nee!" roept Randy. "Ik ben Dracula niet! Ik..."Een arm wordt om zijn hals geklemd, knijpt zijn keel dicht en snijdt zijnadem af. Er verschijnen donkere vlekken voor zijn ogen. Op de achtergrondhoort hij de vrouw nog steeds krijsen. Terwijl twee mannen hem in bedwanghouden, loopt de derde naar de koets en komt terug met een hamer en eenlange, scherpe, houten staak. Hij tilt de staak op en plaatst de punt opRandy's borst, ter hoogte van zijn hart. Dan gaat de hand met de hameromhoog."Sterf, vampier," gromt de man.In doodsangst draaien Randy's ogen omhoog. Daar, achter het venster in delucht, ziet hij het glimlachende gezicht van de vampier die in zijn huidgekropen is. Hij ziet zijn vertrouwde kamer, de poster op de deur,onbereikbaar achter de glazen wand van het computerscherm. Dracula knipoogtnaar Randy en strekt zijn hand uit naar het toetsenbord. Onderaanverschijnt een tekst in spiegelbeeld: Einde programma ja/nee?Dracula's vinger zweeft boven de toetsen. Dan drukt hij op de toets met deletter J."Nee!" gilt Randy.52i53
Tevergeefs.Er is een lichtflits, alle geluid wordt weggezogen en het is duister."Uit!" zegt de jongen achter de computer en hij drukt op de power-knop. Hijkijkt naar het computerscherm dat in een flits donker wordt. Op het schermis alleen de reflectie te zien van zijn ogen, twee rode punten."Randy, als je nu niet komt, ga je maar zonder eten naar bed!" De stem vanmoeder in de hal klinkt woedend.De jongen schuift de stoel naar achteren en staat op. Hij kijkt nog eenkeer naar de computer. Grinnikend likt hij langs zijn scherpe hoektanden."Ik kom," mompelt hij. "Ik heb reuzehonger, reken maar. Of eigenlijk vooraldorst!"Dan loopt hij de kamer uit, naar beneden, waar de familie op hem zit tewachten.54Drieëntwintigzap!De kamer is in een flits verdwenen en ze staan zomaar weer bij de bushalte,alsof iemand hen met een reusachtige zapper verplaatst heeft. Ook deschrijver is daar, met zijn boek. Achter hem staat de AW-Griezel bus teronken, hij is weer terug. Het benige gezicht van de chauffeur is vaagzichtbaar achter de voorruit."Hè, wat is dat nou?" roept Richard. "Waarom gaat het niet verder? Ik wilweten wat er gebeurt met die familie."Onnoval schudt zijn hoofd. "Onmogelijk. Een verhaal duurt maar tot hetafgelopen is. En dit verhaal is afgelopen. Wat daarna komt, moet je zelfmaar bedenken." Hij draait zich om naar de bus. "Kom, we gaan naar devolgende halte."Ze volgen de schrijver de bus in."Te gek was dat," zegt Lydia. "Veel beter dan een film en echter dan eenboek." Haar ogen glanzen. Het is duidelijk dat zij verkocht is."Ongelooflijk, we zaten echt in het boek," zegt Berry."Als een droom die je echt beleeft," zegt Lydia peinzend. "Die AW-helmenzijn een soort droom-helmen. Waanzinnig."Ze ploffen op hun stoelen neer en de bus vertrekt onmiddellijk. Onnovalstaat voor in de bus, naast de chauffeur, en tuurt in het duister. Hijbeweegt niet en soms vervaagt hij even en wordt een beetje doorzichtig. Danlijkt hij opgebouwd uit kleine, verschuivende vierkantjes, zoals eenfiguurtje uit een computerspel.55Dat is hij ook, denkt Shakir. Eddy C. zit achter de knoppen in de echte busen bestuurt hem. Hij is geprogrammeerd. Maar wij niet. Wij besturen onszelfmet onze gedachten en ondertussen worden we ook nog heen en weer gezapt,van de ene plaats naar de andere. Hij schudt zijn hoofd. Eigenlijk begrijpthij er geen snars van. Hij is een beetje moe.Plotseling verdwijnt de duisternis, alsof er een gordijn opengetrokkenwordt. Het is klaarlichte dag. Blijkbaar kunnen dag en nacht elkaar zomaarafwisselen in de Andere Werkelijkheid. Shakir raakt niet alleen langzaamzijn gevoel voor de gewone werkelijkheid kwijt, maar ook zijn gevoel voorde tijd. Misschien zitten ze al uren in de bus. Misschien is meesterJacques al vertrokken met de anderen."Berry, hoe lang zijn we hier al?" fluistert hij. Onnoval kijkt hem opeensaan. "Maak je geen zorgen. Jullie zijn pas vijf minuten bezig."
"Vijf minuten?" vraagt Shakir ongelovig, terwijl hij door de ruit ziet hoede bus een parkeerplaats oprijdt, waar een nieuwe bushalte staat. "Ik dachtdat we hier al minstens een halfuur zaten! Of langer, ik weet hetniet meer.""Schijn bedriegt. De tijd in de Andere Werkelijkheid is anders. Wat hiereen halfuur duurt, is in de werkelijkheid maar vijf minuten. Dus maak jegeen zorgen."Shakir weet niet of hij Onnoval moet geloven. Zijn ze echt pas vijf minutenin de bus? En zou meester Jacques nog niet ontdekt hebben dat zij weg zijn?Onnoval lacht zachtjes, alsof hij stiekem ergens van geniet. Het volgendemoment klinken er klossende en soppende geluiden. Tot zijn schrik zietShakir hoe in56het gangpad uit het niets iets ontstaat. Eerst zijn er alleen maar vage,trillende vormen en kleuren, die langzaam steeds duidelijker worden ensamensmelten tot een gedaante. Hoge kaplaarzen, een lange, druipnatte jas,bedekt met schelpen, zeewier en zand. Shakirs blikt kruipt langzaam omhoog.Als hij bij het hoofd aangekomen is, schreeuwt hij het uit van afschuw. Hetgezicht dat hem aankijkt, ziet er uit als een beschimmelde spons. Een oogontbreekt en uit de lege kas kronkelt een worm. De wangen zijn ingevallenkraters vol putjes en de mond is een gat waarin een tong kronkelt als eenwitbespikkelde, groene worm. Lange, witte haren slierten als spinrag langsde schedel, waarvan de huid grotendeels weggerot is. Een grote, zwarte hoedbedekt het hoofd gelukkig voor een gedeelte. Een kapitein uit een oudepiratenfilm, maar dan een die al lang gestorven is. Het ene oog kijktShakir aan en uit de mond borrelt een gebarsten stem op. "Mijn," zegt hetwezen dreigend, "mijn." Hij wijst naar een houten beeld, een zeemeermin,dat hij over de grond achter zich aan sleept. Shakir zegt niets, hij wordtmisselijk van de stank van bederf en verrotting die de verschrikkelijkegedaante uitstraalt. De kapitein tilt het zware houten beeld op en heft hetmet twee handen boven zijn hoofd. "Shakir, pas op!" roept Lydia. "Meester!"gilt Shakir."We zullen maar naar huis gaan, jongens," zegt meester Jacques. "Het heeftgeen zin meer om hier te blijven. Die stroomuitval duurt nu al veel telang."Nadat het licht uitgevallen is, is de meester met zijn57
groep heel voorzichtig naar het restaurant van het Automobielmuseumgeschuifeld. Gelukkig kent hij de weg goed, omdat hij hier elk jaar met eengroep heen gaat, dus zijn ze zonder ongelukken in het restaurantaangekomen. Daar kunnen ze tenminste zitten. Maar ook hier werkt het lichtniet en meester Jacques houdt het wel voor gezien. De leerlingen wordenonrustig. Als er nu iemand kwam om uit te leggen wat er aan de hand was,maar blijkbaar hebben de mensen van het museum het te druk met het oplossenvan het probleem."Au, stomme eikel, houd je handen thuis," gilt Joke."Meester, Johan heeft zijn kauwgum in mijn kraag gestopt," roept Stephanie.Meester Jacques zucht en plukt aan zijn baardje. Hij schuift zijn stoelnaar achteren en staat op. "Ophouden met dat geklier. We gaan. Blijfallemaal vlak achter mij lopen, dan zijn we zo bij de uitgang." Hij kijktrond en probeert de gezichten van zijn leerlingen te zien, maar het is tedonker."Zijn we er allemaal?" vraagt hij. "Is er niemand achtergebleven?"Joke stoot Mitchell aan. "Lydia is weg," fluistert ze. "En Richard, Shakiren Berry zijn met haar mee. Moeten we dat niet zeggen?""Nee, joh, je moet ze niet verraden. Waar zijn ze heen?""Naar die amfibiedingen buiten, geloof ik. Dat hoorde ik Lydia tenminstezeggen. Ze wilde even in zo'n bootje varen.""Oh, dan komen ze vanzelf naar de parkeerplaats," zegt Mitchell. "Misschienstaan ze daar nu al te wach58ten. Zeg maar niks, anders wordt Jacques woest.""Oké, geen flauwe grappen meer en allemaal achter mij blijven," zegtmeester Jacques.Met veel geschraap en gekras van stoelpoten komen de leerlingen overeind.Voorzichtig sluiten ze in een rij achter meester Jacques aan en gaan op wegnaar de uitgang.Shakir kruipt diep weg in zijn stoel en kijkt met angstige ogen naar devreselijke gedaante, die over hem heen gebogen staat. De kapitein zwaaithet houten beeld boven Shakirs hoofd. Richard en Lydia zijn opgesprongenuit hun stoelen."Niet doen, Mordegai," zegt Onnoval. "Dit zijn de nieuwe passagiers."De kapitein kijkt woest om. Als hij de schrijver ziet, komt er op slag eennederige uitdrukking op zijn gezicht. Hij laat het beeld op zijn schouderzakken."Ja, meester," zegt hij met een borrelende stem."Ga nu maar," zegt Onnoval.De kapitein draait zich om en sloft met het beeld op zijn schouder naarvoren, langs de bestuurder, dwars door het dashboard van de bus naarbuiten, zo lijkt het tenminste, want bij elke stap wordt hij vager, losthij op, tot hij verdwenen is. De plassen water op de vloer verdwijnen ophetzelfde moment."Dat was kapitein Mordegai," zegt de schrijver vrolijk, alsof er nietsgebeurd is. "Het zat erin dat hij hier zou opduiken. Hij heeft iets metwater, want zelf komt hij uit de zee. Ik ben vergeten te vertellen dat ersoms nog wat geesten van figuren uit oudere verhalen in de busrondscharrelen. Ze kunnen maar geen afscheid59
nemen van de Griezelbus. Het zijn mijn geesteskinderen. Maar je hoeft nietbang voor ze te zijn, hoor. Ze kunnen jullie niets doen. Het zijn immersgeesten."Het begint Shakir te duizelen. Langzamerhand weet hij niet meer wat echtis. Werkelijkheid, Andere Werkelijkheid en dan bestaan er in die AndereWerkelijkheid ook nog eens geesten.Onnoval grinnikt zachtjes. "Maar jullie houden toch van spannende dingen,anders was je nooit in de Griezelbus gestapt. Laten we nu maar gauw in hetvolgende verhaal stappen."De bus stopt en door de voorruit zien ze een stenen gebouw met groteruiten. Achter de ruiten lopen mensen in zwemkleding.De schrijver opent het boek. Er valt een kledder water uit. Meteen beginnende pagina's te stralen. Er klinken stemmen, geplons van water. flits!Shakir wil nog iets zeggen, maar plotseling bevindt hij zich ergens anders.De geur van chloor dringt zijn neusgaten binnen. Joelende stemmenweerkaatsen tegen de stenen muren. Ze zijn in een zwembad en zitten op eenbankje langs de kant. Mensen lopen langs, maar niemand merkt hen op.Onnoval begint voor te lezen uit zijn boek en al zijn woorden worden weeromgezet in beelden.60Het zwembadArno weet één ding zeker: nooit van zijn leven zal hij van de hoge in hetdiepe duiken. Hij kijkt naar zijn klasgenootjes, die achter elkaar de trapopklimmen, naar het einde van de hoge duikplank lopen en dan naar benedenspringen. Het water spat over Arno heen, terwijl hij vanaf de kanttoekijkt. Hij ziet de bewegende armen en benen van de duikers, die onderwater naar de kant toe zwemmen. Soms meent hij nog iets te zien. Donkerevormen, van andere... dingen die op de bodem van het zwembad huizen en jebij je enkels proberen te pakken om je naar beneden te sleuren. Arno kijktnaar de andere kinderen, ziet hoe ze keer op keer in het water duiken envrolijk lachend met hun glimmende lijven op de kant kruipen om daarnaopnieuw in het water te plonzen.Zij weten het niet. Niemand weet het, behalve Arno. En opa, maar die is allang dood. Verdronken. Hartstilstand, werd er gezegd, maar Arno weet welbeter. Ze hadden hem helemaal blauw uit het zwembad opgevist. Eenhartstilstand was het beslist niet geweest. Iets anders had opa te grazengenomen en het leven uit hem geknepen. Opa was zo fit als een jongen vantwintig en zijn hart was zo sterk als dat van een paard. Daarom ging hijhier elke ochtend zwemmen. Baantjes trekken. Kon hij elke dag even bij zijnoude maatjes zijn, zei hij altijd. Op de plaats waar het zwembad gebouwdwas, lag vroeger namelijk een begraafplaats. Daar waren verschillende oudevrienden van opa begraven. Maar de begraafplaats was verplaatst. De gravenwaren geruimd en naar een andere plek overgebracht. Een mooie, nieu61
we plek met veel groen.En nu stond het zwembad hier al weer enige jaren. Arno had er zijnzwemdiploma gehaald, vroeger, toen hij nog niet zo over de dingen nadacht.Maar ook toen al had hij een vage angst gevoeld, telkens als hij het waterin moest. Hij had zijn uiterste best gedaan om zo snel mogelijk het diplomate halen, want daarna hoefde hij er niet meer in. Toen hij het diplomaeenmaal had, mocht hij zelf weten of hij wilde zwemmen. Vanaf die tijd deedArno niets anders dan het water bestuderen als hij in het zwembad moestzijn met schoolzwemmen. Toen had hij voor het eerst de donkere schaduwendiep onder het wateroppervlak ontdekt. Vage, donkere vormen, onzichtbaarvoor wie niet erg goed keek. Je moest minutenlang met tot spleetjesgeknepen ogen in het water staren, dan zag je ze. En ze verplaatsten zich.Haast onmerkbaar bewogen ze zich over de bodem van het diepe.Net als nu. Daar beweegt weer iets onder het wateroppervlak. Voor Arno naarachteren kan stappen, splijt het water open. Met een luide brul schiet ietsuit het water te voorschijn. Een golf water spettert op de kant. Arno ziettwee enorm grote, blikkerende ogen, een kaal hoofd, groen met bobbels.Ijskoude klauwen grijpen zijn enkels beet."Nee," schreeuwt Arno en hij trappelt met zijn benen, laat zichzelf naarachteren vallen. Twee armen vangen hem op, voor hij op de tegels belandt."Ho, ho, rustig aan. Het is hier glad en je kunt je lelijk bezeren." Het isde stem van meester Bies. Hij zet Arno overeind."Kevin, het is levensgevaarlijk iemand onverwacht62bij zijn enkels te pakken aan de rand van een zwembad.""Sorry, meester." Het monster met het groene, bobbelige hoofd klautert opde kant. Hij trekt de badmuts van zijn hoofd en zet zijn duikbril af.Arno's benen zijn nog slap van schrik."Nou, nog één duik en dan eruit," zegt meester Bies. "Het is bijna tijd."Hij wandelt verder langs de rand van het zwembad en roept. "Over tweeminuten aankleden!"Kevin stompt Arno vriendschappelijk tegen zijn schouder. "Het was eengrapje, Arno. Je stond daar zo dromerig in het water te turen. Ik kon hetniet laten. Maar ik wist niet dat je zo erg zou schrikken."Arno schudt zijn hoofd. "Geeft niet, ik was met mijn gedachten ergensanders." Zijn hart bonkt er nog steeds van.'t Wordt te gek, denkt hij. Ik kan niet eens normaal een beetje lol makenin het zwembad, net als de anderen. Misschien verbeeld ik mij alles maar.Kevin legt zijn hand om Arno's schouder. "Kom, we gaan een keertje van dehoge samen. Kijken wie de beste plons kan maken.""Van de hoge?""Ja, je durft toch wel?" Kevin kijkt hem onderzoekend aan. Als Arno nutoegeeft dat hij niet durft, kan hij net zo goed verhuizen. Kevin zou hetover het hele schoolplein rondbazuinen. Kevin gedraagt zich vriendelijk,maar hij is zo vals als een sluipwesp. Hij zal het nooit nalaten iemandvoor schut te zetten als hij de kans krijgt."Ik zie jou eigenlijk nooit zwemmen. Je hebt je63
diploma toch?""Ja, natuurlijk.""Nou dan, kom op." En Kevin loopt al in de richting van de hoge. Aarzelendloopt Arno achter hem aan. Hij heeft het gevoel dat iedereen in het zwembadop hem let. Hij probeert niet naar het water te kijken, niet te denken aande dingen die daar over de bodem rondkruipen.Onzin, houdt hij zichzelf voor. Het moet maar eens afgelopen zijn met datkinderachtige gedoe. De anderen duiken er toch ook gewoon in en er is nogsteeds niemand naar de bodem gesleurd. Nou dan!Ondanks die gedachten voelt Arno zijn knieën knikken als hij achter Kevinde trap van de hoge duikplank opgaat. Kevin kijkt over zijn schouder eneven flitst er een valse glimlach over zijn gezicht. Nog steeds probeertArno niet naar het water te kijken. Kevin is al boven. Hij loopt naar heteinde van de plank en springt een paar keer op en neer. De plank veert ende trillingen zijn voelbaar in de ijzeren trap."Daar ga ik," roept Kevin en met een sierlijke duik verdwijnt hij uitArno's zicht, zijn lichaam gebogen in een hoek van negentig graden. Arnoknijpt zijn ogen dicht en hoort even later de plons waarmee Kevin in hetwater belandt."Nu jij, Arno!" roept Kevin, zodra hij weer boven water is.Zie je wel, niets aan de hand. Ook Kevin is niet naar beneden gesleurd."Arno, waar blijf je?"Arno ziet nu dat er verschillende klasgenoten langs de kant naar hem staante kijken. Een of andere leukerdkrijgt het idee om Arno's naam te roepen. Al snel nemen de anderen hetover: "Ar-no, Ar-no, Ar-no!" Die idioten staan hem aan te moedigen. Wat eenramp. Er is nu geen weg terug meer. Met een bleek gezicht schuifelt Arnoover de plank. Hij voelt zijn benen en zijn armen verkrampen.Niet naar beneden kijken, denkt hij. Ogen dicht en springen. Proberen nietdiep onder te gaan en meteen naar de kant zwemmen. Een fluitje van eencent."Ar-no, Ar-no!" De stemmen dreunen in zijn oren, maar het lijkt alsof dedingen die daar over de bodem van het zwembad scharrelen, hem roepen.Houterig loopt Arno naar het einde van de duikplank, een kilometerslangeweg lijkt het. Zijn benen voelen aan als stokken, zijn vel verschrompelt,de stemmen zingen rond in zijn hoofd. Dan is hij er. Zijn tenen steken overde rand van de plank. Onder hem strekt het zwembad zich uit als eenoneindige watermassa. Snel sluit hij zijn ogen weer. Hij heeft ze gezien,de schimmen onder water, hij weet het zeker."Ar-no, Ar-no, Ar-no!""Aankleden allemaal, nu meteen!" De stem van meester Bies klinkt boven deaanmoedigende kreten uit."Arno, kom naar beneden!""Maar meester, Arno moet nog duiken," zegt Kevin."Jammer voor hem, had hij dat maar eerder moeten doen. Ik wil niemand meerin het water zien. Vooruit, naar de kleedkamers."Morrend draaien de leerlingen zich om."Arno, kom naar beneden, langs de trap!" roept meester Bies.6465*í'Arno kan het nauwelijks geloven. Hij is gered. Hij hoeft niet te duiken.Terwijl hij snel achterwaarts de trap afdaalt, voelt hij de teleurstellingvan de wezens onder water. Ze hadden gehoopt dat hij zou springen... Maardaar kan hij maar beter niet over nadenken.
"Je durfde niet, hè," zegt Kevin, terwijl ze terug naar school fietsen. Hetregent zachtjes, maar gelukkig is het niet erg ver. Arno trapt harder op depedalen. Hij heeft geen zin erover te praten, zeker niet met Kevin. MaarKevin blijft achter hem aan fietsen."Mietje," fluistert Kevin.Arno wordt rood. "Tuurlijk durfde ik wel. Maar het mocht niet meer van demeester. Dat heb je toch zelf gehoord.""Kletskoek," zegt Kevin. "Je stond te trillen als een rietje. Je was bang,geef het maar toe.""Val dood!" Arno zwenkt met zijn fiets naar links, voor de meester langs,om van Kevin afte zijn."Hé, kijk uit waar je fietst, Arno," zegt meester Bies. Kevin grijnst vals,maar hij zegt niets meer. Hij fietst vooruit en fluistert iets tegen Ella.Zij draait haar hoofd om, kijkt naar Arno en giechelt. Tegen de tijd dat zebij de school aankomen, heeft Kevin aan de halve klas verteld wat voor eenschijterd Arno is.Het moet afgelopen zijn, denkt Arno als hij naar huis fietst. De rest vande dag is een kwelling voor hem geweest. Gesmoes achter zijn rug. Pesterigeblikken. En dat allemaal omdat hij die vreemde waterangst heeft, die hijaan niemand kan uitleggen. Hij scheldt66zichzelf uit. Ongelooflijke sul. Druiloor.En opa dan? Opa vertelde hem toch dat er dingen in het water zaten. "Maarjij bent nog te jong om dat te begrijpen," had hij gezegd. "Later, als jezo oud bent als ik, zul je de geheimen van het leven en de dood beterdoorgronden. Vergeet het verder maar."Meer had opa er niet over gezegd, niet wetend dat hij een zaadje van angstgeplant had in Arno's hoofd. Want Arno vergat het niet. Hij bleef nadenkenover de raadselachtige woorden van opa, tot hij de duistere dingen op debodem van het zwembad met eigen ogen ging zien.Maar, zo vraagt hij zich nu af, terwijl hij de weg inslaat naar het huiswaar opa woonde, waren het misschien de woorden van een wat kindse oude mangeweest? Had opa alleen maar een grapje gemaakt om hem op de kast te jagen,zonder te weten wat voor een diepe indruk zijn woorden achterlieten? Opahield van kinderlijke grapjes, net zoals hij het nog steeds leuk vond omheel hard 'poep' te roepen.Nu Arno hier door het smalle straatje met de kleine huisjes en de bomenfietst, lijken zijn angsten belachelijk. Het is tijd om er voor eens envoor altijd mee af te rekenen. Volgend jaar gaat hij naar de havo en danwil hij bevrijd zijn van kinderachtige angsten.Hij zet zijn fiets tegen een knalroze geschilderd hekje, loopt het tuinpadop en belt aan. Even later doet zijn oma open."Arno, wat leuk dat je me komt opzoeken, lieve kleine."Zo klein ben ik niet meer, oma. Volgend jaar ga ik naar de havo."67*»Hij geeft oma een zoen."Ja, ja," zegt ze, "maar voor mij ben je nog steeds mijn lieve, kleinejongen. Dat vind je toch niet erg?""Nee hoor, oma."Ze lopen door het halletje naar de woonkamer. Daar is het licht en groen.Grote ramen, veel planten, bloemen vers uit de tuin. Een
grootbeeldtelevisie staat bijna midden in de kamer. Oma is dol op soaps enAmerikaanse series, waarvan er juist een aan de gang is. Arno gaat naastoma op het gebloemde rotan bankstel zitten. Op het televisiescherm zegtiemand volgens de ondertiteling 'klootzak' en smijt de deur dicht voor deneus van een jonge man in een witte doktersjas."Snoepje?" Oma houdt de snoeptrommel onder Arno's neus."Kijk je even gezellig met mij mee? Dit is een van mijn lievelingsseries.Zij daar doet het stiekem met hém, zonder dat haar man het weet. Maar dieheeft weer wat met zijn secretaresse en die heeft een ongeneeslijke ziekte.Ingewikkeld hoor, die moderne televisieseries. Je moet wel blijven kijkenom er iets van te snappen."Arno hoort niet wat oma zegt. Hij kijkt een poosje peinzend naar de fotovan opa op de televisie. Vijfjaar geleden is hij gestorven."Oma, heeft opa vroeger wel eens iets gezegd over dingen in het zwembad?""Dingen in het zwembad? Wat bedoel je?""Nou... dingen die over de bodem van het zwembad kruipen en die proberen jebij je enkels te pakken."Oma fronst haar wenkbrauwen en kijkt Arno aan. Ze pakt de afstandsbedieningen zet de tv uit.68"Wat gaat er in jouw hoofd om, Arno? Heb je weer nachtmerries, net als toenopa gestorven was?""Nachtmerries?""Ja, herinner jij je dat niet meer?" zegt oma, terwijl ze hem ernstigaankijkt. "Je werd nachtenlang schreeuwend wakker. Je ijlde en riep steedsdat opa aan het zwemmen was en naar de bodem gesleurd werd door onzichtbaremonsters."Arno kan zich niets meer herinneren. Zouden die nachtmerries de oorzaakzijn van zijn angsten?"Dus opa is echt aan een hartstilstand gestorven?"Oma glimlacht droevig en strijkt hem over zijn haar. "Natuurlijk, jammergenoeg wel, jongen. Het kwam als een grote schok, want hij had een sterkhart. Maar de dokter zag het onmiddellijk: zijn hart had het bege))ven."En opa heeft echt nooit iets gezegd over dingen"i"op...?Oma giechelt even. "Opa zei zo veel. Hij hield ervan verhaaltjes teverzinnen. Mij hield hij ook altijd voor de gek. En hoe ouder hij werd, hoegekker zijn verhalen werden. Ik nam ze allemaal met een korreltje zout.Misschien heeft hij jou vroeger ook wel eens rare verzinsels verteld."Arno weet genoeg. "Ik stap weer eens op, oma, anders weet mama niet waar ikblijf." Hij geeft oma een zoen en loopt naar de hal."Dag jongen, fijn dat je even langskwam. Kom je gauw weer?""Ja, oma. Dag."Terwijl Arno naar huis fietst, ontstaat er langzaam een plannetje in zijnhoofd. Een plannetje, waardoor69«,1hij voor eens en voor altijd van zijn waterangst hoopt af te komen.Het zwembad steekt donker af tegen de nachthemel. Achter de hoge ruitenbrandt geen licht, maar in het glas weerspiegelt het heldere licht van demaan. De parkeerplaats is verlaten. Het zwembad is al lang dicht. Het is
tien uur 's avonds. Arno zet zijn fiets in de schaduw van een struik. Hetheeft hem wel wat moeite gekost om zo laat nog thuis weg te komen. Maarblijkbaar klonk zijn smoes dat hij absoluut een aardrijks kundeboek moestophalen bij een klasgenoot, overtuigend genoeg."Blijf niet te lang hangen," had zijn vader gezegd. "Zorg dat je om halfelf weer thuis bent, jongen."Arno kijkt op zijn horloge. Nog een halfuur, dat moet lukken. Snel loopthij naar de achterkant van het gebouw naar een raam. In zijn binnenzakheeft hij een stevige schroevendraaier. De kier tussen de sponning en hetraam is breed genoeg. Schroevendraaier ertussen en het raam knalt open. Datgaat gelukkig makkelijk. Arno kijkt snel om zich heen. Niemand te zien,geen mens heeft het gehoord. Hij trekt zichzelf op aan het kozijn, duwt hetraam verder open en zwaait zijn benen over de vensterbank. Hij is binnen.Zachtjes landt hij op de tegelvloer. Hij staat in het gangetje achter dekleedhokjes. De geur van schoonmaakmiddelen, vermengd met chloorluchtprikkelt zijn neus. Het maanlicht werpt vierkante vlakken op de vloer. Arnostaat doodstil en luistert. Geen geluid. Er is niemand. Snel loopt hij naarhet einde van het gangetje. Daar zijn de doucheruimtes en daarachter ligthet zwembad.70Even dringt zich in Arno's geest het beeld op van dingen die daar onderwater liggen te wachten. Dingen die hun armen naar hem willen uitstrekken,hem willen laten verdwijnen in hun duistere onderwaterwereld. Hij kan nogweg, terug door het raam, niemand zal ooit weten dat hij hier geweest is."Ren dan weg, mietje," hoort hij Kevin fluisteren. Arno rent niet weg. Inplaats daarvan loopt hij langzaam naar de hoge duikplank. Hier, vanavond,zal hij voorgoed afrekenen met zijn angsten. Kevin kan naar de hel lopen.Arno's schaduw glijdt over het spiegelende water met hem mee, terwijl hijverder loopt. Het enige geluid is de zachte tred van zijn rubberen zolen.Bij de hoge duikplank blijft hij staan. Hij trekt zijn schoenen uit endaarna zijn sokken, onderbroek, spijkerbroek, jack en shirt. De ijzerentraptreden voelen ijskoud aan zijn blote voetzolen. Tree voor tree klimtArno omhoog, tot hij de plank bereikt heeft. Langzaam loopt hij naar derand van de duikplank. Het water ziet er zo strak uit, zo perfect, dat hethaast zonde is om het dadelijk te breken. Maar het moet. Eén keer duiken enhij zal bevrijd zijn. Hij zal naar de kant zwemmen als een olympischkampioen. Arno strekt zijn armen kaarsrecht voor zich uit. Achter de hogeramen ziet hij de bomen op het parkeerterrein. De toppen deinen zachtjes inde wind. Hij kan de bladeren horen ritselen. Steeds harder. Het dringtslechts langzaam tot hem door dat het geen bladergeritsel is, wat hijhoort. Dat kan ook niet. Het geluid van de bladeren kan onmogelijk door destenen muren en de ramen dringen.Fluisterende stemmen zijn het. Knisperende stem71
men, ritselend als herfstbladeren. Ze fluisteren zijn naam, ze roepen hem,blazen in zijn oren: "Ar-no, Arno, Ar-no."Arno staat doodstil, zijn armen uitgestrekt. Zijn witte huid glanst in hetmaanlicht. Hij lijkt een marmeren beeld, niet in staat zich te bewegen,terwijl het gefluister sterker wordt. Als een golf spoelen de stemmen overArno heen. Ze weerkaatsen tegen de tegelmuren, tegen het plafond, wordenduizendvoudig vermenigvuldigd. "Ar-no, Ar-nonoarnoarnoarnooo..." Het klinktals een bezwering, een toverspreuk, die alle weerstand uit zijn lijfverdrijft.Onder hem, in het bassin rimpelt het water. Er ontstaan golfjes, het waterkolkt alsof iets vanaf de bodem met veel geweld naar boven komt. Het spattegen de kant, klotst over de rand. Het zwembad wordt een woeste,schuimende massa. Arno staat roerloos als een stenen beeld in een ziedendeorkaan van wind en water. Zijn ogen draaien omlaag, worden naar het watergetrokken. Uit de golven komen armen te voorschijn, tientallen armen zonderhuid, magere, met spierweefsels overdekte grijpers. Ze klauwen in de luchtnaar de hoge. Hoofden duiken boven water, ontvelde koppen, haarlozeschedels waar de huid in lappen aan hangt, lege oogkassen, monden als gatenmet afgebrokkelde tanden, die steeds zijn naam herhalen. "Ar-no, Ar-no, kombij ons, kom bij ons."Hij moet springen, hij weet het. Hij ziet honderden koppen met open mondenonder zich in het woedende water. De stemmen vullen zijn hoofd, dringennaar binnen door zijn oren, zijn neusgaten, alle poriën in zijn lichaam.Zijn lichaam volgt het bevel op. Hij7273
buigt voorover, zijn spieren spannen zich, klaar voor de sprong. De klauwenin het water wenken hem, de stemmen lokken hem: "Spring dan, Arno, kom bijons, voor altijd.""Niet doen, Arno," zegt een zachte stem. Een hand, een zachte hand op zijnschouder. Arno knippert met zijn ogen, alsof hij ontwaakt. Nog steedsroepen de stemmen hem. Maar er klinkt twijfel in, woede ook. Ze vullen zijnhoofd niet meer. Het is alsof Arno langzaam weer zelf kan beslissen overwat hij doet. Hij kijkt om. Achter hem staat een oude man in een veel tewijde bloemetjeszwembroek.Arno slikt. Een warm, prikkend gevoel achter zijn ogen."Opa?"De oude man knikt vriendelijk. Nog steeds rust zijn hand op Arno'sschouder."Ar-no, spring dan!" dringen de stemmen aan.Opa schudt zachtjes zijn hoofd. Zijn witte haren glanzen als eenstralenkrans. Met zijn vrije hand wenkt hij."Luister niet naar ze, Arno. Ga niet naar ze toe. Je hoort niet bij hen.Zij zijn dood en jij leeft."Arno slikt nog een keer. Hij ziet opa door een vochtig waas. Hij is hetecht. Het vriendelijke, gerimpelde gezicht. De heldere, lichtblauwe ogen.De witte haren, waar hij vroeger zo graag zijn gezicht tegenaan drukte."Opa, je bent niet dood, je leeft, ik dacht..." Hij fronst zijnwenkbrauwen. Waar is opa al die jaren geweest? Heeft hij zich ergensverborgen gehouden? Waarom heeft hij nooit iets van zich laten horen? Geenbrief, geen verjaardagskaart. Wat doet opa hier zo laat74op de avond in zijn zwembroek? Heeft hij ook ingebroken? En opeens beseftArno dat hij hier poedelnaakt op de duikplank staat. Kwetsbaar, weerloos.Onder hem kolkt en spat het water. Schurende stemmen roepen hem nog steeds.Hij kijkt omlaag met grote, verschrikte ogen."Kom nou maar," zegt opa. Langzaam leidt hij Arno terug naar de trap.Behoedzaam, zoals je probeert iemand ervan te weerhouden uit een torenflatte springen. Voetje voor voetje dalen ze de trap af."Kleed je aan," zegt opa, als ze onder aan de trap staan. Arno raapt zijnkleren op. Hij kijkt opzij."Kijk niet naar ze! En luister niet naar hun stemmen."Wie, wie zijn dat?" fluistert Arno, terwijl hij zijn spijkerbroekaantrekt. "Zombies?""Zoiets," zegt opa. "Het zijn de doden die vroeger hier begraven lagen. Zezijn boos. Ze willen wraak. Wraak op de levenden die op hun rustplaatsplezier maken, gillen, de rust verstoren.""Maar waarom willen ze mij?"Opa kijkt Arno vol meeleven aan. "Omdat jij ze gezien hebt. Ze kunnenalleen mensen lokken die hen kunnen zien, die hun aanwezigheid voelen."Er komt een droevige blik in opa's ogen. "Het is mijn schuld. Ik heb het jeverteld. Door mij ging je ze zien." Opa kijkt naar het water, waaruit nogsteeds kreten komen. "Schiet eens wat op, Arno," zegt hij gehaast.Arno strikt zijn veters en trekt zijn jas aan. "Dus... u had ze echtgezien?"Opa knikt. "Ik was al oud, jongen. Ik dacht veel na75
over mijn oude vrienden. Ik ging ze vaak opzoeken op de begraafplaats. Enlater ging ik elke dag zwemmen op die plek, toen het zwembad daar wasneergezet. Misschien heb ik er wel te veel over nagedacht. Misschien heb ikze zelf daardoor opgeroepen, terugge-. haald naar deze plek."Water spat op Arno's been. Een gezicht, een afschuwelijk masker van botten,gerafeld vel en een gapend gat als mond, waar water uit golft, duikt bovende rand van het zwembad op. "Ar-no," rochelt de stem, die niets menselijksheeft. De arm van de zombie klauwt over de tegels en graait naar Arno'senkel. Meer armen komen boven de rand te voorschijn."Ren, Arno," roept opa. "Wegwezen, ze komen eruit." Arno deinst terug enrent naar de uitgang. Hij glibbert weg over het water dat op de kantgegolfd is. Hijgend krabbelt hij overeind. Als hij omkijkt, ziet hij datopa is blijven staan. Drie zombies zijn al op de kant geklauterd. Opgammele benen en met knikkende koppen komen ze overeind."Opa, kom dan, anders pakken ze u!"Opa schudt zijn hoofd. Zijn stem klinkt onmetelijk droevig. "Mij niet,jongen. Ik ben net als zij."En opeens staat daar, waar opa stond, een zombie met ingevallen wangen,lege oogkassen. Een veel te wijde bloemetjeszwembroek slobbert om zijnmagere benen. Een zombie in een zwembroek, dat is alles wat van opa overis.Arno schreeuwt het uit en vlucht dan weg, door de doucheruimte, langs dekleedkamers het gangetje in, het zwembad uit. Hij struikelt, staat weer op.Hij kan het raam aan het einde van de gang al zien. Achter76hem klinkt het geklets van zombievoeten op de tegels. Klagende, huilendestemmen roepen zijn naam, maar het lijkt of ze steeds zwakker worden. Meervoorovervallend dan rennend bereikt hij het raam. Het staat nog steeds opeen kier en de koele nachtlucht stroomt naar binnen."Ar-no, Ar-no!" roepen de stemmen vanuit het zwembad."Val dood!" mompelt Arno. Hij hijst zich op aan de vensterbank, duikt hetraam uit en valt voorover in de struiken. Er kraakt iets in zijn linkerarmen hij schreeuwt het uit. Maar hij heeft nu geen tijd voor pijn. Elk momentkunnen gruwelijke handen door het raam naar buiten komen. Hij ondersteuntzijn arm met zijn rechterhand en strompelt naar zijn fiets. Met eenbibberende hand frommelt hij het sleuteltj e in het slot. Zijn linkerarmbrandt als de hel. Moeizaam hijst Arno zich op de fiets. Dan kijkt hij naarhet raam. Niets beweegt daar en het is doodstil. Er komt geen geluid meeruit het zwembad. Zouden ze het opgegeven hebben? En opa? Hoort opawerkelijk bij hen? Opa heeft hem gered, tegengehouden, anders zou hijgesprongen zijn. Is het allemaal wel echt gebeurd? Het zijn te veel vragendie door zijn hoofd malen.Een hand pakt zijn schouder beet en Arno veert op."Rustig maar, jongeman. Wat doe je hier zo laat? Het zwembad is gesloten."Achter Arno staat een agent. Een eindje verderop staat een wittepolitieauto. Arno was zo verdiept in zijn gedachten dat hij hem niet eensheeft horen aankomen. Hij wil iets zeggen, maar een stekende pijn schietdoor zijn arm. Zijn gezicht vertrekt van pijn.77
"Zo, wat heb jij gedaan?" zegt de agent verbaasd, als hij Arno's arm ziet."Daar zit een vreemde knik in, jongen. Die arm is gebroken. Hoe komt dat?""Gevallen," kreunt Arno.De agent handelt snel. Hij gooit Arno's fiets in de achterbak, zet Arnonaast zich in de auto en rijdt richting ziekenhuis.Drie dagen later zit Arno weer bij oma op de bank met één arm in het gips.Voorlopig is hij daar zes weken zoet mee. In elk geval hoeft hij dus zesweken niet mee met het schoolzwemmen. Zijn ouders waren zich een ongelukgeschrokken, toen de politieman hem thuisbracht met een gebroken arm in hetgips. Van de fiets gevallen, had hij alleen maar gezegd. Over de rest hadhij gezwegen.Hij heeft lang over alles nagedacht en besloten dat het niet echt gebeurdis. Wat hij gezien heeft in het zwembad is alleen maar verbeelding geweest,dat kan niet anders.Ik heb gedroomd, denkt hij. Gedroomd terwijl ik wakker was. Toen ik op dehoge in het zwembad stond, was ik zo bang, dat ik rare dingen ging zien. Enhet raarste van alles was wel opa in die bloemetjes zwembroek.Hij heeft er tegen oma ook niets over gezegd. Alleen maar dat hij met zijnfiets gevallen was en verkeerd terechtgekomen."Snoepje, lieve jongen?" zegt oma en ze houdt de trommel onder zijn neus.Met zijn vrije hand pakt Arno een zuurtje."Weet je," zegt oma. "Laatst is er hier ook iets78lvreemds gebeurd, dezelfde avond dat jij met je fiets gevallen bent.""O ja?" vraagt Arno verbaasd. "Wat dan?""Nou, die avond, om ongeveer tien uur, hoorde ik een vreemd geluid in huis.Een soort geschuifel in de slaapkamer. Ik pakte de bezem en ging kijken.Tegenwoordig zijn inbrekers zo dapper dat ze zelfs alleenstaande vrouwenberoven, dus je weet maar nooit, dacht ik.""En was er een inbreker?"Oma schudt haar hoofd. "Nee hoor, er was niemand te zien, maar ik dacht weleven dat ik voetstappen hoorde, heel zacht. En het gordijn wapperde even.Dat moet allemaal verbeelding geweest zijn.""Ja, verbeelding kan soms heel lastig zijn," zegt Arno."Maar weet je wat het rare was," zegt oma. "De volgende dag merkte ik dater wel iets weg was.""Echt waar, oma? Wat vreemd."Oma knikt. "Het was iets waar een inbreker beslist geen belangstelling voorkan hebben. En toch is het sinds die avond verdwenen: opa's oude bloemetjeszwembroek. Dat ding was veel te wijd, maar toch ging hij er altijd inzwemmen. Hij was er dol op."Oma glimlacht. "Soms denk ik dat opa die avond eventjes teruggekomen is, omzijn zwembroek op te halen. Misschien was hij er zo aan gehecht, dat hijhem niet kan missen. Ik vind dat wel een schattige gedachte."Arno hapt naar adem. Een vreemd, duizelig gevoel maakt zich van hemmeester. De kamer begint te draaien voor zijn ogen.79
"Wat is er, Arno?" zegt oma bezorgd. "Je ziet opeens net zo wit als datgips om je arm. Wat is er dan? Ar-no, Ar-no!"zap!"Ar-no, Ar-no." Berry hoort de stem van oma nog nagalmen in zijn hoofd. Hetlijkt wel of zij Ber-ry, Berry, roept. Maar de huiskamer is verdwenen. Zezijn weer teruggezapt in de AW-bus en kijken tegen het benige achterhoofdvan de chauffeur aan. Onnoval staat op zijn vaste plek, naast debestuurder, met zijn rug naar hen toe. De motor ronkt. De Griezelbus is opweg naar een volgende halte."Pfjoeh! Dat was heftig!" zegt Richard."Ja, zombies in zwembroeken, waanzinnig." Lydia giechelt en ook Richardbegint te lachen, terwijl langs de ramen van de AW-Griezelbus steeds meerbomen voorbijflitsen. Berry kijkt stil voor zich uit."Ik vind het echt te gek! Waanzinnig, die Andere Werkelijkheid," zegtLydia.Shakir begrijpt haar niet. Wat was er zo leuk aan dat verhaal? Hij vond hetvreselijk en is zelf nog nauwelijks bekomen van de schrik. Het leek of hijzelf Arno was en alles voelde. Zelfs Arno's gedachten waren zo helder alskristal voor hem. Het angstzweet staat nog op zijn rug. Want ook de angstvan Arno heeft hij in elke vezel van zijn lichaam gevoeld. Zouden deanderen daar helemaal geen last van hebben? Die AW-helmen zijnwonderbaarlijke dingen, denkt hij. Maar gevaarlijk. Je wordt meegesleurd inde Andere Werkelijkheid en het lijkt of je alles zelf meemaakt. Knapvermoeiend is dat. Shakir krijgt er een loom gevoel van. De gedachte datzijn vrienden helemaal in de ban zijn van dit spel - als je het zo noemenkunt - is verontrustend. Hij luistert81
nog even naar hun gelach. Het klinkt opeens spottend, alsof ze hemuitlachen. Natuurlijk, ze weten allemaal dat hij eigenlijk bang is en nulachen ze hem uit. Ook Lydia, dat is het ergste."Ik wil eruit!" roept hij opeens. "Eddy C., hoor je mij? Ik doe niet meermee."Eddy C. geeft geen antwoord, maar Onnoval kijkt Shakir strak aan en schudtalleen maar zijn hoofd."Eddy C., geef antwoord. Ik vroeg het aan jou, niet aan dat stommecomputerbeeld van die schrijver!" schreeuwt Shakir."Hé, Shakir, doe niet zo flauw," zegt Richard. "Ik wil verder, meer zien.Dit is toch hartstikke gaaf. Zoiets heb je nog nooit meegemaakt.""Ja, kom op, Shakir, ik wil ook nog meer zien. Je wilt mij toch wel eenplezier doen?" Lydia loopt naar hem toe en strijkt over zijn wang. Hijvoelt er niets van."Ik vind jou anders best stoer," zegt Lydia. "Je bent toch niet opeens eenwatje geworden?"Shakir kijkt schuin op naar Lydia. Er is iets in haar ogen wat hem nietbevalt. Ze lijkt helemaal bezeten van dat gedoe met de AndereWerkelijkheid. Maar ze lacht allerliefst naar hem. Hij zucht eens.Waarschijnlijk lachte ze hem helemaal niet uit. Dat was natuurlijk weer diesterke verbeelding van hem. Vooruit dan maar. Hij heeft nu eenmaal een zwakvoor Lydia en vooral als ze het met zo'n poeslieve stem vraagt, kan hijniet weigeren."Ik ben geen watje," mompelt hij beledigd. Maar wel een schijtluis, denkthij bij zichzelf."Zo mag ik het horen!" zegt Onnoval. "We gaan82door! Met de Griezelbus in de Andere Werkelijkheid reizen is net zoiets alseen spannend boek lezen. Dan wil je ook steeds weten hoe het verder gaat enkun je niet ophouden."Kan wel zijn, denkt Shakir, maar een boek kun je dichtslaan als het te engwordt. En dat kan niet bij deze verhalen. Je zit er telkens middenin en jemóet mee tot het einde. En wie weet hoe het afloopt!Meester Jacques en groep acht wandelen naar de parkeerplaats van hetAutotron toe. Het regent nog steeds een beetje en het begint donker teworden, maar het onweer is opgehouden. Gelukkig blijkt de verlichting langshet pad wel te werken. Met opgezette kragen loopt de groep onder delantaarns door, meester Jacques met gebogen schouders voorop. Hij heeftzijn pijp aangestoken en die gloeit als een baken in het donker."Bij elkaar blijven, jongens," roept meester Jacques. "Hopelijk is de buser al, dan kunnen we meteen instappen.""Busje komt zo, busje komt zo, busje komt zo...," begint iemand te zingen.De rest van de groep neemt het over en zingend volgen ze de meester. Jokeen Mitchell lopen helemaal achteraan."Moeten we het Jacques nu niet vertellen van Lydia en de rest?" zegt Joke."Nee, wacht nog maar even, die komen heus wel," antwoordt Mitchell."Misschien zijn ze al op de parkeerplaats. Als we ze nu verraden, krijgenze ongelofelijk op hun donder."Joke knikt, maar ze is er toch niet helemaal gerust83
op. Ze kijkt telkens achterom. Nergens is een spoor van Lydia en haarvrienden te zien. In het Automobiel museum brandt nog steeds geen licht.Het gebouw ziet er hartstikke verlaten uit. Daar zijn ze in elk geval nietmeer, denkt Joke. Als ze weer voor zich kijkt, ziet ze dat ze een beetjeachterop is geraakt. Ze zet het op een rennen en sluit zich vlug weer bijde groep aan."Ik geloof dat ik in de verte de bus al zie," roept meester Jacques. "Datis mooi, dan kunnen we meteen vertrekken.""En als ze niet op de parkeerplaats zijn?" fluistert Joke.Mitchell trekt zijn kraag wat hoger op, want het begint weer harder teregenen. "Dan wordt het tijd om alarm te slaan," zegt hij."Klaar voor het volgende verhaal?" Onnoval houdt het boek op, de afbeeldingop de bladzijde komt razendsnel op hen af.flits!Voor hen ligt een kruising van vier wegen. In de verte klinkt geraas vanverkeer, maar op de kruising is het stil."Wat nu?" zegt Lydia. "Waar wachten we op?" "Zo dadelijk gaat er hier ietsgebeuren," klinkt de stem van de schrijver. "Let maar op. Daar komen ze al55aan.Twee auto's naderen met volle snelheid van verschillende kanten. Midden opde kruising rijdt een fietser, een meisje van een jaar of twaalf. Ze heeftlang, zwart haar, dat wappert in de wind."Hé, die meid ziet die auto's niet," zegt Richard.84l"Dadelijk rijden ze haar van haar sokken."Onnovals lach galmt. "Klopt, dat moet ook gebeuren. Daarna begint hetverhaal."Lydia kijkt Richard ongelovig aan. "Niks ervan. We moeten haarwaarschuwen." Ze begint te roepen en te zwaaien. "Hé, jij daar op diefiets, pas op. Die auto's..." Ook Richard, Berry en Shakir beginnen teroepen.Het heeft geen zin. Het meisje hoort hen niet. Ze bestaan eenvoudig nietvoor haar. Onontkoombaar rijdt het meisje haar noodlot tegemoet. Op hetlaatste moment ziet ze de auto's van twee kanten naderen. Ze wordtspierwit. Haar mond gaat open en er ontsnapt een luide angstkreet, dieverloren gaat in het geluid van gierende banden.Shakir sluit zijn ogen, Lydia wendt haar gezicht af, terwijl Richard enBerry nog een keer tevergeefs roepen. Alleen Onnoval kijkt rustig toe.Krijsende remmen, dan een vreselijke klap.De auto's staan met rokende motorkappen op de kruising. De neuzen van beidewagens zijn in elkaar gefrommeld, ruiten aan scherven. De deuren gaan open.Beide bestuurders stappen wankelend uit. Een eind van de wagens vandaanligt een verkreukelde fiets. En nog wat verder ligt het meisje, languit opde straatstenen, haar haar als een zwarte inktvlek om haar hoofd gespreid.Bloed druppelt uit haar mondhoek. Van alle kanten komen mensen aanlopen.Auto's stoppen, fietsers stappen af. In de verte klinkt het geloei van eenambulance."En nu begint het verhaal," zegt Onnoval.85
De voorraadkamer"Maak plaats, uit de weg, daar is de ambulance."De loeiende sirene en de stemmen van de mensen om haar heen dringen maarvaag en vervormd tot het meisje door. Ze wil dat het gebonk in haar hoofdophoudt. Slapen wil ze, heel lang. Maar de grond waar ze op ligt is zohard.Grond? Hoe komt ze hier eigenlijk terecht? Vaag herinnert zij zich haarfiets. Ja, ze was op de fiets, dat is het enige wat ze nog weet. Toenkwamen er twee auto's. Ze reden allebei op haar af, zagen haar niet, zagenelkaar niet. Daarna een klap. Ze werd door de lucht geslingerd. Toen wasalles even zwart geworden. Met verbazing merkt ze dat ze haar naam nietmeer weet. Nadenken doet pijn, maar na heel veel moeite duikt haar naam uithaar herinnering op. Chantal, zo heet ze.Het snerpende geluid van een sirene snijdt door haar gedachten. Chantal wilhaar hoofd schudden om dat rotgeluid weg te jagen. Maar ze kan het nietbewegen. Ze probeert haar arm op te tillen. Die weegt wel een ton en komtgeen millimeter van zijn plaats. Zelfs haar oogleden zijn zwaar als lood enze krijgt haar ogen niet open. Gelukkig houdt die sirene plotseling op."Uit de weg, laat ze erbij met de brancard," roepen stemmen.Brancard? Heel langzaam dringt tot Chantal door wat er gebeurd is.Shit, ik heb een ongeluk gehad! Een aanrijding. En nu kan ik me niet meerbewegen. Ben ik bewusteloos? Verlamd? Dood? Nee, dat kan niet, want ik hoorvan alles.86Onbekende handen tillen haar op en leggen haar op iets wat minder hardaanvoelt dan de grond."Voorzichtig maar, laten zakken, ja, goed zo."Wie zijn die stemmen toch? Wat doen ze met haar?"Leeft ze nog?""Nauwelijks, volslagen buiten bewustzijn. Ze moet onmiddellijk naar hetziekenhuis om te redden wat er te redden valt."Nietes, ik ben niet buiten bewustzijn en ik ga heus niet dood, denktChantal. Ze wil het uitschreeuwen, maar er komt geen geluid uit haar mond.Chantal zweeft. Ze wordt gedragen en dan weer neergelegd. Deuren slaandicht. Een motor start en die akelige sirene begint weer te loeien. Met eenenorme krachtsinspanning kan Chantal haar oogleden een millimeter openen.Drie gedaanten staan om haar heen in een kleine ruimte. Er zijn kleineraampjes, maar die zijn geblindeerd. Ze ligt in de ambulance, begrijpt ze,en die gedaanten zijn broeders. Ze dragen witte jassen, witte petjes enwitte maskertjes voor hun gezicht, zodat je alleen hun ogen ziet.Maskertjes? Waarom? Dit is toch geen operatiekamer? Chantal probeert beterte kijken, maar alles wordt vertroebeld door haar wimpers, die als eengordijn voor haar ogen hangen."Zo, dat is er weer eentje voor de voorraadkamer," zegt een van de drie.Voorraadkamer? Dat heeft ze vast verkeerd verstaan. Dat moet natuurlijkoperatiekamer zijn. Moet ze geopereerd worden?Ik wil niet, denkt Chantal. Ze wil opstaan, weg uit de ambulance, maar zevoelt dat ze langzaam wegzinkt.87
"Sst," zegt een andere man."Waarom? Die hoort en ziet echt niks. Kijk maar, helemaal knock-out." Eengezicht zweeft als een ballon vlak boven haar. Er is iets vreemds aan dehand met de ogen, die over de rand van het masker naar haar kijken. Ze zijnglanzend wit, net zo wit als het masker.Dat kan toch niet, denkt Chantal. Ze probeert uit alle macht scherper tezien, maar de inspanning is te groot. Zonder dat ze er iets aan kan doen,vallen haar oogleden dicht en trekt een diepe duisternis haar omlaag. Hetlijkt of ze in een zwarte put valt. In die duisternis ziet ze nog steedstwee spierwitte ogen. Dan verdwijnen ook die en alles is donker.Chantal knippert met haar ogen. Wit licht verblindt haar. Ogen, denktChantal. Witte ogen. Maar het zijn lampen aan het plafond waar ze in kijkt.Ze merkt dat ze haar hoofd kan bewegen. Ook haar armen en haar benenluisteren weer naar haar. Gelukkig, ze is dus niet verlamd. Maar ze voeltzich nog steeds zwak en duizelig. Ze ligt in bed, weggestopt onder eendeken. Nu weet ze het weer: het ongeluk, de ambulance, de verpleger met dewitte ogen. Dat laatste was natuurlijk haar verbeelding geweest,veroorzaakt door de aanrijding.Ze ligt in het ziekenhuis, dat is duidelijk. Haar bed staat bij het raam ennaast haar staan nog twee bedden. Het is doodstil in de zaal. De tweekinderen slapen, zo te zien. Naast haar ligt een jongen met zwart haar. Hijheeft een bleek, ingevallen gezicht en donkere vlekken onder zijn ogen.Naast hem ligt een meisje. Ook zij is in diepe slaap en haar gezicht is netzo bleek en inge88vallen als dat van de jongen. De andere bedden zijn leeg. Chantal duwtzichzelf overeind. Het lijkt of er zware stenen door haar hoofd rollen. Zekijkt naar de doodsbleke gezichten van haar buren. Het is net of zenauwelijks ademhalen. Die kinderen lijken zwaar ziek. Is zij er zelf ook zoaan toe?Chantal is doodmoe geworden van het steunen op haar armen en gaat weerachterover liggen.Hoe lang ben ik hier al? Wat hebben ze met me gedaan? Hoe laat is heteigenlijk? Ze heeft geen idee. Haar horloge heeft ze niet meer om. Ook haarkleren heeft iemand uitgetrokken. Ze draagt nu een nachthemd met kortemouwen. Verbaasd kijkt ze naar haar arm. Ze ziet een grote, blauwe plek aande binnenkant van haar elleboog. In het midden is er een pleister opgeplakt. Als ze de pleister een eindje opzijtrekt, ziet ze een wondje,alsof ze daar een prik gehad heeft.De jongen naast haar kreunt zwak en zijn ogen gaan wijd open. Even maar. Dejongen staart naar de muur aan de overkant, alsof daar iets afschuwelijkste zien is. Dan vallen zijn ogen weer dicht. Chantal voelt het kloppen vanhaar hart. Nog nooit heeft ze zo'n doodsangst in iemands ogen gezien.Waarvoor? Op de muur aan de overkant is niets bijzonders te zien. Het moetiets anders zijn. Misschien heeft de jongen koorts. Misschien zag hij inzijn hoofd iets. De stilte in de kamer wordt onbehaaglijk.Ik wou dat er iemand kwam, denkt Chantal. Iemand die mij vertelt hoe langik hier al ben en..."Hallo, hallo, eindelijk wakker, zie ik. En hoe voelen we ons?" De deurzwaait open en een jonge vrouw in een witte jas komt de zaal in. Chantaltilt haar hoofd89
een beetje op. De vrouw lacht haar vriendelijk toe, donkerblauwe ogen, eenmond vol rechte, hagelwitte tanden, felrode lippenstift. Ze heeft lange,glanzend zwarte haren. Om haar nek hangt een stethoscoop. Op hetnaamplaatje op haar witte uniform staat: dr. Dorian. Ze gaat op de rand vanhet bed zitten en strijkt over Chantals voorhoofd."Hoe lang lig ik hier al?" vraagt Chantal."Eens even kijken." De dokter pakt een kaart uit haar borstzak. "Preciesdrie dagen, kindje.""Drie dagen!" Chantal gaat met een ruk overeind zitten. "Drie dagen! Datkan niet. Wat is er met mij aan de hand? Is mijn moeder al op bezoekgeweest?""Rustig, rustig, kindje. Ga nou maar weer liggen. Het is niet goed als jeje opwindt. Je hebt een zwaar ongeluk gehad."De dokter steekt een hand uit en duwt Chantal zachtjes terug op het kussen."Natuurlijk zijn je ouders al op bezoek geweest. Ik moest je van allebei dehartelijke groeten doen. Ze hebben uren aan je bed gezeten, maar jij wasvolslagen buiten bewustzijn. Ze komen gauw weer.""Ik voel me helemaal niet ziek meer. Alleen maar een beetje duizelig. Ik ganaar huis."Dokter Dorian schudt haar hoofd. "Geen sprake van. Je hebt geen idee vanwat er gebeurd is, blijkbaar. Je hebt veel bloed verloren en was bijna doodgeweest."Chantal zucht vermoeid. Ze wrijft over de blauwe plek op de binnenkant vanhaar arm."Hoe kom ik aan die blauwe plek?""Dat komt door de naald van het infuus. Je had echt90veel bloed verloren en je hebt nieuw bloed gekregen. Nog een keer of tweeaan het infuus en je zult zien dat je je een stuk beter voelt."Chantal knikt voorzichtig. De kamer en de dokter zwaaien op en neer. DokterDorian trekt de deken recht en stopt Chantal stevig in. "Ga nu maar slapen,kindje. Het is avond, ik doe het licht op de zaal uit."Geen van de twee andere kinderen is wakker geworden. Ze liggen nog evenstil als voorheen, nauwelijks merkbaar ademend."Wat is er met hen aan de hand?" vraagt Chantal. "Ze zien er allemaal zoziek uit. Mogen zij ook snel naar huis?"De dokter kijkt even naar de twee patiënten."Dat zijn ernstige gevallen, kindje. Maak je niet druk, je zult geen lastvan ze hebben. Die zijn allebei al ver weg."Vreemd antwoord voor een dokter. Er klopt nog meer niet, iets wat de doktergezegd heeft. Maar Chantal is nog te versuft en het wil haar niet te binnenschieten."Ga nu maar lekker slapen," zegt de dokter. "Als er iets is, dan roep jemaar. Mijn kamer is in de gang om de hoek." Ze draait zich om en looptterug naar de deur. Het licht gaat uit. Chantal vecht tegen de slaap. Zewil wakker blijven. Het is allemaal heel vreemd en onwerkelijk dat ze hierligt. Bovendien zeurt er in haar hoofd het idee dat de dokter liegt. Maarwaarom? Nadenken valt niet mee. Langzaam overmant de slaap haar toch. Zedenkt aan haar moeder. Wanneer zal zij haar weer zien? Dan, vlak voor deslaap als een deken over haar heen valt, weet ze het opeens. De dokter zei91
dat haar ouders op bezoek waren geweest. Haar beide ouders. Maar dat isonmogelijk. Haar ouders zijn gescheiden, haar vader is twee maanden geledennaar Amerika verhuisd en ze hebben zijn adres en telefoonnummer zelfs niet.Dat zal hij opsturen, zodra hij een huis gevonden heeft. Ze kunnen nooitsamen hier geweest zijn. Bovendien zou haar moeder altijd een kaart ofbloemen of iets lekkers achtergelaten hebben.Er lag helemaal niets op het nachtkastje. Geen enkel teken dat er iemand opbezoek was geweest. De dokter had gelogen. Maar waarom? Misschien om haargerust te stellen. Ze is ontzettend lief en Chantal vond haar meteenaardig. Misschien had haar moeder vandaag geen tijd, al lijkt datonmogelijk. Welke moeder komt niet ogenblikkelijk naar het ziekenhuis alsze hoort dat haar dochter een ongeluk gehad heeft? Maar waarom is mama danniet gekomen? De vraag maalt door haar hoofd, maar ze valt in een diepeslaap zonder dat antwoord te vinden.Veel later wordt Chantal even wakker van een gekreun. Het is de jongen inhet bed naast haar. Hij mompelt iets onverstaanbaars. Chantal opent haarogen. Maanlicht schijnt door de gordijnen en verlicht de zaal zwak. Dejongen naast haar kreunt opnieuw. Zou hij pijn hebben? Met haar slaperigegeest ziet Chantal dat een donkere gedaante naast het bed van de jongenstaat. De gedaante buigt voorover, legt een hand op het hoofd van de jongenen fluistert sussende woorden. De jongen houdt op met kreunen.Gelukkig, er wordt voor hem gezorgd, denkt Chantal en ze valt opnieuw inslaap. Dromen spoken door92haar hoofd. Auto's met felle koplampen als witte ogen komen op haar af.Remmen piepen. Een fiets vliegt in slowmotion door de lucht. Gezichten metwitte masker tj es zweven boven haar en kijken op haar neer.Injectienaalden glinsteren en worden in haar armen gestoken. Een gloeiendepijn snijdt in de binnenkant van haar arm.Met een gil opent Chantal haar ogen. Maar de droom gaat door. Eenmonsterlijk gezicht kijkt haar aan. Oeroud, een en al rimpels, witte ogendie langzaam rood worden, bloedrood en daarna langzaam donkerblauw. De huidin het gezicht verstrakt, wordt gladder. De rimpels trekken weg. De jarenvallen in snel tempo van het gezicht af. Chantal gilt. Onmiddellijk gaathet licht aan. Boven haar ziet ze het gezicht van dokter Dorian dat haarbezorgd aankijkt."Wat is er, kindje?" vraagt de vrouw. "Je hebt zeker naar gedroomd, je lagzo te schreeuwen."Chantal kijkt de dokter verward aan. Haar adem is stotend."Ik... ik zag een gezicht. Een eng, oud gezicht.""Een oud, eng gezicht? Dat was beslist een droom, kindje. Er zijn hier geenoude, enge mensen.""Dus het was echt alleen maar een droom?"Dokter Dorian knikt. "Ga nu maar weer slapen.""Maar er prikte iets in mijn arm, ik voel het nog steeds."De dokter pakt Chantals arm voorzichtig beet en legt haar vinger op debinnenkant van de elleboog. Er zit een nieuwe pleister op."Je hebt weer een infuus gehad, terwijl je sliep. Je zult zien dat je jemorgen al een stuk beter voelt. Een93litertje nieuw bloed doet wonderen." Ze buigt zich over het bed en kustChantal op haar voorhoofd, een onverwacht teder gebaar."Welterusten, kindje.""Welterusten, dokter." Chantal kijkt de dokter na, terwijl ze de zaaluitloopt. Het licht gaat uit. Chantal staart met open ogen in het duister.Ze voelt zich slap en verward. De kus van de dokter heeft haar verrast.Maar nog vreemder vindt zij wat ze zag toen de dokter zich over haar heen
boog. Er zat een rode veeg naast haar mondhoek. Lippenstift misschien. Maargek genoeg deed het Chantal denken aan bloed. Opgedroogd bloed.De jongen naast haar kreunt opeens weer zachtjes. Hij mompelt ietsonverstaanbaars. Chantal beweegt haar hoofd een beetje naar zijn kant."Hé, ben je wakker? Hoe heet jij?"De jongen reageert niet. Hij blijft mompelen in zijn slaap, telkenshetzelfde woord. Na herhaalde malen, meent Chantal hem te verstaan."Vlucht," kreunt de jongen. Chantal begrijpt er niets van. Misschien heeftde jongen een nachtmerrie. Ze is te moe om erover na te denken. Ze voeltzich uitgeput, zo slap als een vaatdoek. Slapen moet ze, dat geeft kracht.Morgen zal ze zich een stuk beter voelen, volgens dokter Dorian.De volgende dag voelt Chantal zieh net zo beroerd als de vorige dag,misschien zelfs nog beroerder. Dat infuus van vannacht heeft dus weiniggeholpen. Hoe laat zou het zijn? Nergens is een klok. De gordijnen zijn nogsteeds dicht. Waarom hebben ze die niet opengemaakt? Dan kan de zontenminste naar binnen.94Zonlicht is goed voor zieken. Het is nog steeds doodstil in de zaal. Er isook niets veranderd. Het moet al lang ochtend geweest zijn, maar er iszelfs geen ontbijt gebracht. Nee, er is wel iets veranderd. Het meisje datnaast de jongen lag, is weg. Zou zij naar huis zijn? Chantal schrikt alsver weg opeens een torenklok slaat, heel zacht. Ze telt de slagen... drie,vier, vijf.Vijf uur! Het is alweer bijna avond. Ze heeft de hele dag doorgeslapen. Ennog steeds voelt ze zich ontzettend moe. Ze kijkt naar het lege nachtkastjenaast haar bed.Mama, denkt ze opeens. Mama is niet geweest. Hoe kan dat nou? De dokterheeft gezegd dat ze vandaag zou komen. Dat was een leugen, denkt Chantal.En over gisteren heeft de dokter ook gelogen. Dat kan maar één dingbetekenen: haar moeder weet niet dat ze hier ligt. Niemand heeft het haarverteld.Het is een verbijsterende ontdekking. Chantal tast met haar hand langs demuur naast het bed. Een knopje, een belletje. Ze moet een verpleegsterroepen. Iemand die haar kan uitleggen wat er aan de hand is. Maar er zitgeen knopje, nergens.En nu Chantal erover nadenkt, beseft ze opeens dat ze helemaal geenverpleegster gezien heeft. Alleen maar de dokter. Dat is raar. In elkziekenhuis lopen toch de hele dag verpleegsters rond en als je ze nodighebt, kun je ze oproepen. Hier niet.De doodse stilte krijgt opeens een akelige betekenis. Er komen geengeluiden uit de gang, geen voetstappen, geen tekenen van bedrijvigheid.Chantal duwt zichzelf overeind. Het kost veel moeite en haar hoofd bonst,maar ze moet weten wat er aan95lde hand is. Voorzichtig zet ze een voet op de grond. Daarna de andere. Zesteunt met haar hand op het nachtkastje en gaat moeizaam staan. Door diezware inspanning ziet ze plotseling twee kamers voor zich en het dubbeleaantal bedden. Ze blijft staan, tot de twee beelden zich weer tot éénsamenvoegen. Voetje voor voetje schuifelt ze naar het bed van de jongennaast haar. Met een zucht gaat ze op de rand van het bed zitten. De jongenwordt niet wakker. Hij ziet nog bleker dan gisteren, zo bleek dat zijn huidvan porselein lijkt.
"Psst, word eens wakker," zegt Chantal. Geen reactie. Voorzichtig schudtChantal de jongen heen en weer. "Wakker worden, alsjeblieft."Misschien komt het door de smekende klank in haar stem. De oogleden van dejongen trillen. Ze gaan een heel klein beetje open."Kun je mij verstaan?" vraagt Chantal.Nauwelijks merkbaar knikt de jongen. Hij kreunt iets."Wat zeg je?" Chantal houdt haar oor vlak bij zijn mond."Vlucht!" Hij spert zijn ogen plots wijd open. Ze lijken groot en hol inzijn ingevallen, wasbleke gezicht. En er spreekt maar één ding uit: angst.Als vanzelf slaat dat gevoel over op Chantal. "Wat is er dan?" fluistertze. "Wat is hier aan de hand?"Met een uiterste krachtsinspanning tilt de jongen zijn arm op. Net als bijChantal zit er ook bij hem een grote, blauwe plek met een pleister op debinnenkant. Met een trillende hand pakt hij de pleister beet en probeerteraan te trekken. Het lukt niet."Moet het eraf? Wacht, ik help je." Chantal wurmt96haar nagels onder de pleister en geeft er een ruk aan. Bij elke bewegingverergert het gebonk in haar hoofd, maar de pleister scheurt los. Chantalsadem stokt even, als ze de wond op de arm van de jongen ziet. Het is eengrote, rauwe wond, met rafelige korsten van opgedroogd bloed."Komt dat van het infuus?" fluistert Chantal. "Hoe vaak hebben ze jou albloed gegeven? En je ligt er nog steeds als een lijk bij!"De grote, donkere ogen van de jongen kijken haar hulpeloos aan."Niet... gegeven. Ze... nemen het!" De stem van de jongen is een heesgefluister."Wat zeg je?" Ze moet hem verkeerd verstaan hebben."Bloedzuigers! Monsters." Zijn ogen worden plotseling feller. "Overdagslapen ze. Maar 's nachts komen ze ons bloed uitzuigen."Chantal kijkt in de ogen van de jongen. Die is echt goed ziek, denkt ze.Hij ijlt.De jongen begint weer te praten, iets harder nu. Ergens heeft hij deenergie vandaan gehaald en nu stromen de woorden uit zijn mond."Dit is geen echt ziekenhuis. Jij denkt dat je bloed krijgt via een infuus.Je hebt de prik van een injectienaald zeker ook gevoeld vannacht."Chantal knikt ademloos. De hysterische uitdrukking van de jongen en zijnwoorden maken haar bang. Zijn handen grijpen haar polsen beet. Het isverbazingwekkend hoeveel kracht hij plots in zijn vingers heeft. "Van onsbloed wordt ze weer jong en mooi. Voor heeleven.97
"Wie?" fluistert Chantal. "Wie?"De greep om haar polsen verslapt. De jongen zinkt weer achterover op zijnkussen. Zijn ogen vallen dicht en even is Chantal bang dat hij weer slaapt."Wie?" fluistert ze nog eens. Langzaam gaan de ogen van de jongen weeropen."Dokter Dorian." Hè>""A XV,.Chantal staart de jongen sprakeloos aan. Hij is gek geworden, dat isduidelijk. De arme jongen heeft hoge koorts. Dokter Dorian is juist eenheel lieve dokter. Ze herinnert zich de kus die ze op haar voorhoofd kreeg.Maar ze heeft wel tegen je gelogen over je moeder, zegt een stemmetje inhaar hoofd. Misschien was die kus alleen maar een truc.En dan herinnert Chantal zieh ook het oeroude, gerimpelde gezicht uit haardroom. Was dat wel een droom? Dat gezicht was langzaam veranderd in eenglad, jong gezicht. Het gezicht van dokter Dorian, die plotseling naasthaar bed stond."Maar dat bestaat toch niet," fluistert ze tegen de jongen. Hij likt langszijn uitgedroogde lippen. "Heb je hun ogen niet gezien? Ze zijn wit. Nietmenselijk. En zie je dat lege bed naast me? Dat meisje is weg. Voor haar ishet te laat." Weer bevochtigt hij zijn lippen. "Zij lag er al, toen ik hierbinnengebracht werd. Ik denk dat zij is... opgebruikt."De kamer begint weer te draaien voor Chantals ogen. Het is te ongelooflijkwat de jongen vertelt. Te afschuwelijk om waar te zijn."Ga kijken," hijgt de jongen. "In de gang, daar is haar kamer. Daar ligt zenu te slapen. Nog even, tot98het donker is.Ga snel kijken en ren dan voor je leven. Ik kan niet meer. Ik ben al te ergverzwakt." Zijn ogen vallen dicht en hij zegt niets meer. Even is Chantalbang dat hij dood is, maar zijn borstkas gaat heel licht op en neer.Gelukkig, hij ademt nog.Wat nu? Ze kijkt hulpeloos om zich heen en schudt haar hoofd. Het kan nietwaar zijn wat de jongen gezegd heeft. Waandenkbeelden van een doodzieke. Enals er niet snel iemand komt, gaat hij misschien echt dood. Ze moet meteendokter Dorian halen. Elke seconde dat ze wacht, kan het te laat zijn."Vlug, vlug," mompelt Chantal. Bij de eerste stap die ze in de richting vande deur zet, wankelt ze al. Hamers kloppen tegen de binnenkant van haarhoofd. Snel grijpt ze zich vast aan het bed van de jongen. Ze was evenvergeten hoe verzwakt ze zelf is."Rustig aan," mompelt Chantal. "Niet te snel, anders haal je de gang nieteens."Langzaam schuifelt ze langs de bedden naar de deur. Ze duwt hem open.Achter de deur is een gang met witte muren. Op de vloer ligt grijze,versleten vloerbedekking. Is dit wel een echt ziekenhuis? Er is geen menste zien en het is muisstil. Grote, glazen ramen zitten verstopt achtergordijnen, waardoor geen daglicht naar binnen valt. Aan het einde van degang is een trap naar beneden, maar ook vandaar komt geen enkel geluid. Hetziekenhuis is zo verlaten als een kerkhof. De twijfel knaagt steeds meeraan Chantal. Maar de jongen heeft hulp nodig, dat is op dit moment hetbelangrijkste. Er moet iemand komen."Help," roept Chantal, "dokter Dorian!" Haar stem99
is een zacht gefluister. Een paar meter naar links is een deur. Daar moetde kamer van dokter Dorian zijn. Steunend tegen de muur loopt Chantalernaartoe. De gang schommelt heen en weer en ook het plafond beweegt bijelke stap. Chantal bijt op haar tanden en dwingt haar voeten verder telopen tot ze bij de deur is. Ze klopt aan. Geen antwoord."Is daar iemand?" Haar stem wordt steeds zwakker. Voorzichtig pakt ze deklink beet, duwt hem omlaag. De deur zwaait zachtjes open.Wankelend blijft Chantal in de opening staan. Ze kijkt in een kleine,schemerige kamer. Net als in de gang zijn ook hier de gordijnen dicht.Langzaam wennen Chantals ogen aan het duister. Ze ziet de omtrek van eenbureau, een tafel, een kast. Toch maakt de kamer een merkwaardig doodseindruk, alsof alles er maar voor de schijn staat. Tegen de muur staat eenlangwerpige, donkere vorm, een bank. En op die bank ligt iemand. Chantalkan de vormen van schouders en een hoofd onderscheiden. Ze hoort eenraspende ademhaling."Dokter Dorian?"Stilte. Een akelige, koude stilte. Chantal voelt kip penvel over heel haarlijf."Dokter Dorian?" fluistert ze nog eens. Het knagende gevoel van angst wordtsteeds groter. Er komt geen geluid meer uit haar keel. Maar dat is ook nietnodig. De gedaante op de bank beweegt. Ogen gaan open en kijken Chantalrecht aan. Spierwitte ogen.Het ongeluk, de broeders, de brancard, de witte ogen boven het maskertje,de bleke gezichten van de kinderen, de vriendelijke lach van dokter Dorian,de100angstige ogen van de jongen, alles flitst in één razendsnelle seconde aanChantal voorbij. De jongen had gelijk. Het was geen koortsdroom van hem."Kom maar bij mij, meisje," zegt dokter Dorian. "Je bent in de war. Ik zalje troosten." Haar stem klinkt oud en gebarsten. Langzaam komt ze overeindvan de bank. De donkere gedaante is krom, uitgezakt, en beweegt moeizaam,heel anders dan de dokter Dorian die naast Chantals bed zat. Haar witteogen proberen Chantal vast te houden. . "Kom bij me, kindje, ik heb jenodig.""Nee," fluistert Chantal hees. Ze houdt zich vast aan de deurstijl om niette vallen. De blik van dokter Dorian brandt in haar hersenen, verschroeithaar netvliezen."Nee," fluistert ze nog eens. Ze stapt naar achteren."Wacht!" roept dokter Dorian, maar Chantal wacht niet. Struikelend enzwabberend schuifelt ze terug naar haar kamer. Ze valt naar binnen over dedrempel. In de gang klinkt geschuifel. Dokter Dorian komt eraan. Met eenenorme krachtsinspanning trapt Chantal de deur dicht. Ze ziet dat de jongenop de grond naast zijn bed ligt. Is hij eruit gevallen? Is hij misschien aldood? Geen tijd om dat te controleren. Op handen en voeten kruipt ze naarhet raam.De gordijnen, denkt Chantal. Openmaken, op het raam bonken, om hulpschreeuwen. De afstand tot het raam lijkt kilometers lang."Doorgaan, doorgaan," fluistert Chantal. Haar spieren willen niet, haararmen en benen werken tegen, haar hoofd lijkt een draaimolen, waarin dekamer rondtolt.101achter haar vliegt de deur open. Dokter Dorian staat op de drempel. Chantalkijkt even om. Een kreet van afschuw blijft in haar keel steken. DokterDorian draagt nog steeds het witte doktersuniform met haar naamplaatje. Datis het enige waar zij aan te herkennen is. Haar gezicht is oud en vermolmdals boomschors, vol groeven, spleten, schilfers, knoesten. Een gezicht waar
de eeuwen in gekrast zijn. Haar haren zijn pluizige, spierwitte strengen.Met uitgestrekte armen waggelt dokter Dorian op Chantal af. Haar gerimpeldemond gaat open, steeds wijder. Slijm druipt uit de mondhoeken en een lange,gevlekte tong ontrolt zich als een slang. Onder de tong komt een glanzendhuisje te voorschijn, scherp als een injectienaald.Chan tal duwt zichzelf overeind. Ze is er bijna. Nog even. Achter haar komtdokter Dorian hijgend dichterbij. Met haar laatste krachten duikt Chantalnaar voren. Haar handen grijpen het gordijn beet en ze blijft er met haarhele gewicht aan hangen. De rail aan het plafond laat los en komt in eenwolk van kalk naar beneden. Het vallende gordijn onthult een grote ruit,die uitzicht biedt op hoge flats. Beneden op straat, vele verdiepingenlager, lopen mensen, klein als mieren. Chantal ligt half bedekt onder hetgordijn. Ze heeft geen kracht meer om het raam te openen en om hulp teroepen. Bovendien zal toch niemand haar horen. Dokter Dorian zal haar tepakken nemen en leegzuigen met dat afschuwelijke ding onder haar tong. Metdie naald slurpt ze het bloed van haar patiënten op. Elke nacht een beetje.Nu pas begrijpt Chantal alles.Chantal voelt geen verzet meer. Het is voorbij. Of toch niet? Dokter Dorianis in het midden van de102103
kamer blijven staan, haar handen opgeheven voor haar gezicht. Achter deflats aan de overkant is een dunne rand van de zon te zien. Goudenlichtstralen schijnen precies door de ruit in de zaal. Dokter Doriankrijst. Rook walmt van haar handen, er verschijnen grote brandplekken ophaar armen, zwarte blaren. Stukken verkoolde huid dwarrelen als bladerenneer in de gouden gloed van het zonlicht. Een smerige barbecuelucht vult dekamer.Zonlicht, denkt Chantal. Ze kan niet tegen zonlicht!Gered! zegt een stemmetje in haar hoofd. Zij zal verbranden.Chantal worstelt onder het gordijn uit. Dan wordt het donkerder in dekamer. De gloed is verdwenen. Aan de overkant zakt de zon weg achter deflat. Dokter Dorian staat nog steeds overeind, doodstil, zwartgeblakerd,als een door de bliksem getroffen boom. Langzaam laat ze haar armen zakken.Uit haar huid walmt rook, haar gezicht is een afzichtelijk, verkooldmasker. Maar de witte ogen zijn nog even fel als voorheen. Een krakendelach komt tussen haar zwarte lippen vandaan. "Te laat voor jou!" Haar kaakzakt open tot op haar borst en onder haar tong schiet de spitse buis weernaar voren.Met een onverwachte snelheid stort dokter Dorian zich naar voren. Chantalziet het monsterlijke wezen op zich af komen, rokend, met verschroeidehanden als zwarte klauwen naar haar uitgestrekt. Plotseling lijkt het evenof dokter Dorian vliegt, ze struikelt en zweeft in volle vaart over Chantalheen. Haar hoofd knalt door de ruit, die rinkelend instort. In een regenvan splinters en scherven verdwijnt dokter Dorian104Ldoor het gat over de vensterbank. Haar armen en benen maaien machteloos inde lucht, als ze met een afgrijselijke kreet in de diepte stort. Gepiep vanremmen. Getoeter. Chantal hijst zich op aan de vensterbank. Haar hart gaatwild tekeer. Gered! denkt ze, al kan ze het nog nauwelijks geloven. Zekijkt hijgend naar beneden. Daar op straat ligt een zwarte gedaante,roerloos. Er klinken kreten van afschuw. Auto's stoppen midden op straat.Mensen komen van alle kanten toegesneld. Sommige kijken omhoog. Chantalzwaait met haar armen. Het lukt haar om één keer hard om hulp te roepen.Mensen hebben haar gehoord. Ze zal gered worden. Zelf kan ze het nauwelijksbevatten. Ze begrijpt nog steeds niet wat er gebeurd is. Dan kijkt ze naarde jongen. Hij ligt achter zijn bed, met één been uitgestrekt. Dat moet hijmet bovenmenselijke inspanning opgetild hebben, zodat dokter Dorianstruikelde en dwars door het raam viel. Op zijn gezicht ligt een vredigeglimlach. Hij beweegt niet meer.Minutenlang zit Chantal stil naar hem te kijken. Tranen vullen haar ogen enrollen over haar wangen.Beneden in de straat klinkt opeens de sirene van een ziekenwagen enonwillekeurig schrikt Chantal van dat geluid. Vlug hijst zij zich op aan devensterbank en kijkt omlaag. Een ambulance is gestopt. Drie verplegersspringen eruit met een brancard. Chantal voelt zichzelf helemaal koudworden.Zij weer! denkt ze. Nee, dat kan niet. Ik moet me vergissen. De drieverplegers duwen de mensen opzij, tillen dokter Dorian op de brancard endragen haar naar de auto. Voor ze zelf instappen, kijken ze alle drie105
omhoog, naar het raam waarachter Chantal zit. Chantals ogen lijken eencamera, die inzoomt op de gezichten en ze dichterbij haalt. Ze zietduidelijk de masker tjes voor de gezichten. En ook ziet ze de ogen van deverplegers. Die zijn spierwit. Het is net of de verplegers lachen achterhun maskertjes.Chantals hart begint sneller te kloppen, dan ziet ze nog iets, waardoor zebegint te gillen. Het lijkt of ze pas ontwaakt is uit een nachtmerrie enontdekt dat ze nog steeds droomt.Want vlak voor de verplegers de brancard in de auto schuiven, beweegt degedaante die erop ligt. Dokter Dorian tilt een zwartgeblakerde hand op,daarna haar verschroeide hoofd. Haar ogen gaan plotseling open: tweebolletjes wit vuur, die vol haat omhoogkijken, naar het raam. Chantal ziethet, ze kan niet stoppen met gillen. Dan gaan de deuren van de ambulancedicht. De verplegers stappen vlug in en scheuren weg, op het moment dat ereen andere ambulance aankomt. De echte.Chantal zakt op de vloer. Ze gilt nog steeds. Ze wil wel ophouden, maar zekan niet.Even later komen vier politieagenten de zaal binnen. Twee van henonderzoeken de dode jongen. De anderen proberen Chanlta te kalmeren, maardat lukt niet."Nou, nou," zegt een agent. "Die heeft een flinke shock te pakken. Ze moetvlug naar het ziekenhuis. Later zoeken we wel uit wat er hier gebeurd is.Wat schreeuwt ze toch de hele tijd?"De andere agent haalt zijn schouders op. "Ik begrijp het ook niet. Ze roeptsteeds maar: dokter Dorian leeft! Misschien bedoelt ze die vrouw, diezojuist met106een ambulance is afgevoerd. Arm kind, ze heeft vast veel van die vrouwgehouden en hoopt dat ze nog leeft. Maar zo'n val overleeft niemand."Hoofdschuddend dragen ze Chantal de kamer uit.107zap!In een flits zijn ze terug in de AW-bus."Dat was de derde halte," zegt Onnoval. Hij leunt met een arm op deschouder van de chauffeur en bladert in De griezelbus."Eens kijken waar we nu heen gaan. Hoe vonden jullie het verhaal trouwens?""Lekker eng," zegt Lydia. "Ik wil nog veel meer zien. Ik vind die AndereWerkelijkheid gaaf, hartstikke te gek. Ik hoef geen televisie meer, dit istien keer beter."Ze aarzelt even. "Alleen ZOu deze bus best wat griezeliger mogen zijn. Ikvind hem een beetje saai.""Saai?" De schrijver kijkt Lydia aan. "Noem jij mijn bus saai?" Verbazingen woede strijden om voorrang in zijn ogen. Lydia wijkt niet voor zijnblik. "Ja. Ik bedoel, dit geval heet de Griezelbus. Maar er is nietsgriezeligs aan. Behalve misschien die knekelkop achter het stuur, maar dieis ook zo suf als een konijn. Het zou leuker zijn als het er hier uitzagals, ik weet niet...""Ais een spookhuis," vult Richard aan.Plotseling krult de mond van de schrijver in een fijn lachje. "Je vergistje, meisje, kijk maar eens achterom."Een hete wind waait van achter uit de bus naar voren. Alle vier tegelijkdraaien ze zich om. De duisternis achter hen opent zich als een reusachtigemond. Een drakenmuil met tanden, groot als druipstenen. Verschroeiendevlammen spuiten over hun hoofden. De muil braakt een zwarte wolk uit, die
uiteenvalt in honderden fladderende wezentjes. Vleermuizen met lelijkehondenkoppen, kwijlende kaken met messcher108109
rrpe tanden. De monstertjes scheren over de hoofden van de kinderen, duikenkrijsend op hen neer."Te gek!" roept Richard. "Net echt." Het volgende moment schreeuwt hij hetuit. Verbijsterd kijkt hij naar de bloederige schram op zijn arm. Eenvleermuis heeft hem geraakt. Hoe kan dat?"Mijn haar!" gilt Lydia. "Die rotzakken zitten in mijn haar en het doetzeer!" Ze slaat woest om zich heen.Shakir voelt klauwtjes in zijn nek en gilt. Om zich heen hoort hij hetpiepend gekrijs en de klapperende kaken van de vleermuizen. Hij drukt zijnhanden tegen zijn oren en voelt iets kleverigs in zijn hals. Berry ligt opde grond te vechten met een hele kluit zwarte, gevleugelde monstertjes.Berry's mouwen hangen in rafels aan zijn armen. Bloed druppelt over zijnhuid.Wat gebeurt er? denkt Shakir. Verbijsterd kijkt hij om zich heen. Uit degloed van de drakenmuil komen schimmige gedaantes te voorschijn: een manmet een strop om zijn geknakte nek, een vrouw met een wol venkop. Achterhaar waggelt een soort worm, overdekt met glinsterend slijm. Zijn zes dunnepoten klauwen in de lucht. Er klinkt gegrom, gelach, gekakel, als steedsmeer gedaantes verschijnen. Door het gangpad komt iets aankruipen, eenbaby. Shakir ziet een misvormd gezicht. De baby strekt zijn handje uit.Klauwen in plaats van vingers. Hij opent zijn mond wijd. Tandjes, lang enscherp als naalden."Stop!" schreeuwt Berry. "Stop! Ik wil niet meer." Hij rolt heen en weerover de vloer, slaat met zijn armen om zich heen, trappelt met zijn benen.Meteen stopt de bus met piepende remmen. Er is een enorme, groenelichtflits, dan is het doodstil. Weg zijn de110vleermuizen, de gedaantes, de vlammen, de drakenmuil.De kinderen bekijken zichzelf ongelovig. Bloed kruipt terug in de wonden,de huid groeit vanzelf weer dicht. Ze hebben geen schrammetje meer, geenspoortje bloed, alle wonden zijn geheeld. Onnoval zit met gekruiste benennaast de chauffeur, pulkt tussen zijn tanden met een lange, scherpe nagel."Griezelig genoeg zo? Jullie hebben kennisgemaakt met enkele bewoners vande Griezelbus. Figuren uit oude verhalen, allemaal bedacht door mij.""Waanzinnig!" zegt Lydia. "Zoiets bedoelde ik ongei" veer!"Ik bloedde," zegt Richard. "Ik zag het en ik voelde het. Maar nu is hetweg. Dat kan toch niet. Of was dat computerbloed?"Onnoval haalt zijn schouders op. "In de Andere Werkelijkheid lijkt allesecht. Zo echt als je zelf wilt.""Maar het leek zo ontzettend echt!" zegt Shakir. De verbijstering is nogsteeds van zijn gezicht te lezen. "Echter dan echt, bedoel ik. Mijn nek zatonder het bloed. Ik zag hoe die vleermuizen aan Berry's mouwen trokken enze verscheurden!"Berry staart glazig naar zijn mouwen. De gescheurde stof is weer heel,alsof een onzichtbare naaister alles bliksemsnel hersteld heeft."Het was geweldig," zegt hij met een toonloze stem. "Geweldig. Ik geloofdat ik in mijn broek gepiest heb.""Waanzinnig," lacht Lydia. "Dat moet dan computerpies zijn. Die Eddy C.lacht zich vast een kriek."Eddy C. grijnst naar zijn computerschermen, waarop hij in veelvoud alleskan volgen wat in de Andere Wer
111kelijkheid gebeurt. Dan draait hij zich om en kijkt naar zijn vierproefpersonen. Langs de randen van de helmen straalt de zachte gloed dieafkomstig is van de beeldschermpjes in de helmen. De kinderen bewegennauwelijks. Dat kan ook niet, want de stalen klem drukt hen tegen de stoel.Bovendien zijn hun polsen en enkels nu ook met stalen banden vastgeklonkenaan de stoelen. Eddy C. bekijkt hen langdurig, de aan flarden gescheurdemouwen van Berry en de bloederige strepen op zijn armen. Ook Richard heeftverwondingen aan zijn armen en bij Shakir zijn rode krassen in zijn nekzichtbaar. Eddy C. kijkt er tevreden naar. "Het werkt!" fluistert hij. "Watzij in de Andere Werkelijkheid meemaken, heeft hier zijn uitwerking. Maardat weten zij niet."Hij balt zijn vuist en kijkt naar het langwerpige litteken op zijnonderarm. Het ziet er rood en opgezwollen uit. Het klopt alsof het leeft."Het werkt, meester," fluistert Eddy C. "Zij zijn voor u en niemand kan zeredden!""Kom op, erin," roept meester Jacques, als de bus eindelijk deparkeerplaats oprijdt. Hij wenkt. De wind waait vonken uit zijn pijp.Langzaam schuifelt de rij de bus in. Joke kijkt Mitchell weer aan. Hijhaalt zijn schouders op. Als laatsten stappen zij de bus in en zoeken hunplaatsen op.Meester Jacques gaat vooraan, naast de chauffeur zitten. Hij vergeet zelfsde koppen te tellen, dat doet hij anders altijd. Deze keer niet. Misschienis hij met zijn hoofd nog bij de stroomuitval, waardoor zijn programma induigen gevallen is. Joke drukt haar gezicht tegen112de ruit en speurt de parkeerplaats af. Als ze nou niet komen, zijn ze telaat."Vooruit, chauffeur, rijden maar," zegt meester Jacques.De motor wordt gestart en de bus trekt op. Langzaam rijdt hij naar deuitgang. Joke schiet overeind van haar zitplaats. "Nee!" gilt ze door debus. "Stop!"De chauffeur remt, zodat iedereen naar voren schiet. Meester Jacques komtlangzaam overeind. Zijn gezicht is rood geworden. Hij ziet eruit alsof hijeen van zijn beruchte ontplofbuien zal krijgen."Joke, wat is hier aan de hand?""We liggen een beetje achter op het reisschema, dus we zetten er vaartachter." Onnoval slaat een bladzijde van De griezelbus om.flits!Het volgende moment zijn de kinderen niet meer in de bus, maar in eenkamer, een soort rommelige kantoorruimte. Er staat een bureau met eencomputer. Kasten vol met boeken, heel veel boeken. Archiefkasten, waarvande laden uitpuilen. De muren zijn behangen met posters van monsters en metoorkondes. Naast de computer liggen stapels brieven. Ook de vloer isbezaaid met enveloppen. Al die brieven zijn aan dezelfde persoon gericht:Dhr. Nol van Lapou, kinderboekenschrijver.Er klinkt een doffe bonk en een luid gekreun. Dan komt er iemand op handenen voeten onder het bureau uit gekropen. Hij vloekt en wrijft met zijn handover zijn voorhoofd.113
IIlHet kantoor van de schrijver"Ik zou er alles voor overhebben om ongestoord mijn boek te kunnenschrijven." Nol van Lapou, kinderboekenschrijver, kijkt treurig naar deberg post die voor hem ligt. Allemaal brieven van fans. Elke dag komen ermeer bij en er lijkt geen einde te komen aan de stroom. Plotseling, met éénbeweging, veegt hij alles van de tafel. Zuchtend vouwt hij de krant open enkijkt hoofdschuddend naar de oproep die hij eergisteren ingeleverd heeftvoor de pagina met personeelsadvertenties.Gezocht: Sehr, zoekt griez. secr. die hem kan hip. met beantw. van poste.d. Spoed."Ik ben benieuwd of dáár iemand op reageert," mompelt hij met ingehoudenwoede. "Het zou een wonder zijn als iemand die advertentie begrijpt."Eigenlijk luidde de tekst die Nol bij de krant heeft ingeleverd: "Schrijvervan griezelverhalen zoekt secretaresse die hem behulpzaam kan zijn bij hetbeantwoorden van lezerspost, telefoontjes en andere zaken."Blijkbaar heeft een of andere ijverige redacteur bij de krant het nodiggevonden zijn tekst grondig in te korten en aan te passen tot één zinnetjevol wartaal waar niemand iets van zal begrijpen."Wat is een griez. secr.?" roept Nol vertwijfeld uit. "Daar snapt geen hondiets van!" Hij verfrommelt de krant en werpt hem woest in de prullenbak.Hopeloos. Nu moet hij dus nog steeds zelf al die brieven beantwoorden. Datkost hem tegenwoordig gemiddeld zes uur per dag, zoveel komen er uit allehoeken van Nederland en België. Het is prettig als lezers je boeken leukvinden en brieven sturen. Maar op deze manier114komt er natuurlijk niets terecht van zijn nieuwe boek dat hij eigenlijkover twee weken bij zijn uitgever moet inleveren. De titel van dat boek is:"De Griezel trein.""Dat red ik nooit," kreunt Nol. "Ik heb pas twintig bladzijden en hetmoeten er wel tweehonderd worden. En dat komt allemaal door die brieven.Waarom is het zo moeilijk om een goede secretaresse te vinden!" Nol trektvertwijfeld met twee handen aan zijn beetje haar en kijkt naar het plafond."Alle duivels nog aan toe! Ik heb er echt alles voor over om dat boekongestoord af te kunnen maken."Zuchtend start hij zijn computer. De brieven moeten vandaag maar wachten.Op het scherm verschijnt de eerste pagina van zijn nieuwe boek. Ophetzelfde moment rinkelt de bel van de voordeur."Ook dat nog! Altijd als ik wil beginnen, gaat de telefoon of de deurbel.Wat een ellende om schrijver te zijn." Hij strompelt zuchtend de hal in enopent de voordeur."Hallo, hier ben ik dan."Nol kijkt de bezoeker ongeduldig aan. Het is een meisje, leeftijd ergenstussen de dertien en de zeventien jaar, schat hij. Ongetwijfeld weer eenfan die achter zijn adres gekomen is."Het spijt me. Ik heb geen tijd voor bezoek. Schrijf maar een brief net alsde anderen. Misschien krijg je dan nog wel eens antwoord van mij." Hij wilde deur dichtdoen, maar het meisje zet haar voet over de drempel."Ik kom voor de advertentie. U vroeg toch om een griezelsecretaresse? Nou,dat ben ik." Het meisje kijkt Nol stralend aan, alsof zij zijn laatsteredding is."Een wat?" zegt Nol.
115
"Griezelsecretaresse. U hebt die advertentie toch geplaatst in de krant?"Ze kijkt Nol strak aan. Groene ogen heeft ze, fonkelend als smaragden. Nolraakt er een beetje van in de war. "Eh, ja. Ik heb een advertentie gezet.Daarin vroeg ik om een...""Griezelsecretaresse!" zegt het meisje, terwijl ze de krant onder zijn neusduwt. Haar vinger wijst naar de advertentie. Ze heeft lange, donkerroodgelakte nagels. Scherp zijn ze ook, want ze prikt een gat in deadvertentiepagina. "Hier staat het: Sehr, zoekt griez. secr."Nol knikt. "Dat klopt, maar eigenlijk...""Nou dan," zegt het meisje, "u hoeft niet verder te zoeken.""Eh, je bent nogal jong. Ik mag geen kinderen aannemen voor dit soortwerk.""Ik ben studente aan de Academie voor Griezelkun de," zegt het meisje. "Enik ben heus niet zo jong als ik er uitzie. Als ik u was, zou ik mijaannemen. Misschien komt er wel niemand anders op uw advertentie af. In elkgeval niet iemand die griezelkunde studeert."Nol moet grinniken. Dat kind is in elk geval niet op haar mondje gevallen.Zij zou aan de telefoon waarschijnlijk uitstekend lastige bellers kunnenafwimpe len. Hij heeft nog nooit van de Academie voor Griezel kundegehoord, maar dat is een leuke vondst van haar.Het meisje verfrommelt de krant tot een prop en rolt die heen en weertussen haar vingers. Tot zijn verbazing ziet Nol dat er alleen dunnereepjes papier overblijven.Tjonge, met die nagels zou ze snel enveloppen kunnen openritsen, denkt hij.Dat bespaart tijd en een briefopener.116"Ik ben namelijk de enige die binnenkort afstudeert in de griezelkunde,"gaat het meisje verder. "De rest haalt het niet. Dat zijn van die halfgareluiwammesen die de hele dag in kisten slapen, of van die figuren die metvolle maan uit hun vel springen. U begrijpt wel dat die nooit hun diplomahalen."Nol knikt geamuseerd. "Dat geloof ik graag.""De leraar is trouwens een zombie," gaat het meisje verder. "Daar heb jehelemaal niks aan. Staat de hele dag maar duf voor zich uit te staren. Maarik ben een doorzetter. Keihard werken. Zelf alle griezelonderzoe ken doen,zonder hulp van die zombie. Mijn hoofdvak is monster-maken en.. ."Nol barst in lachen uit. "Genoeg. Je hebt me overtuigd. Ik neem je aan.""Wist ik wel." Het meisje stapt langs Nol naar binnen en loopt zijn kantoorin.Nol gaat snel achter haar aan. "Wacht even. Hoe heet je eigenlijk? Ik kanniet veel betalen, hoor."Het meisje lacht en kijkt over haar schouder naar hem. Haar ogen lijkengroene vlammen. "Ik heet Marieke. En die betaling, dat zien we later wel.Ik ben allang blij dat ik een baan krijg bij zo'n beroemde schrijver."Ze schuift een stoel bij een tafeltje naast het bureau en begint de stapelspost te sorteren."Gaat u maar rustig aan het werk. Ik zorg wel voor de rest, zodat uongestoord uw boek kunt afmaken. Daar hebt u toch alles voor over, dachtik?"Nol is een beetje overrompeld door Mariekes kordate aanpak.Bovendien lijkt het wel of ze zijn gedachten kan lezen.117
"Eh...ja," zegt hij. "Ik begin altijd pas om één uur 's middags, want ikwerk steeds tot diep in de nacht door. Jouw werk is ...""De post beantwoorden, telefoontjes afhandelen en lastige bezoekers van dedeur weghouden. Ik begrijp het."Marieke gaat meteen aan de slag. Ze leest de brieven die de fans geschrevenhebben, pakt pen en papier en schrijft brieven terug, namens Nol."Je mag best mijn schrijfmachine gebruiken, hoor," zegt Nol. "Zelf werk ikal een tijdje met een compu ter."Marieke schudt haar hoofd. "Hoeft niet, meneer. Een geschreven brief werktaltijd beter dan een getypte brief. Dat heb ik op de Academie geleerd.""Oké, prima."Nol gaat achter zijn bureau zitten en even later is hij verdiept in eennieuw hoofdstuk van "De Griezel trein."De uren vliegen voorbij, zonder dat Nol het in de gaten heeft. Als hijopkijkt van zijn computer, is het elf uur 's avonds. Hij heeft tienbladzijden geschreven. Een record. Zijn hoofd zit nog helemaal vol met deenge avonturen die hij in "De Griezeltrein" laat gebeuren.Dan pas denkt hij aan Marieke. Hij is haar helemaal vergeten, het armekind. Tot zijn verbazing ziet hij dat zijn bureau helemaal opgeruimd is. Destapels post zijn verdwenen. Marieke is ook weg. Op zijn bureau ligt eenbriefje.118Meneer Nol,Alle post is beantwoord. Ik heb de brieven meegenomen,zodat ik ze onderweg naar huis al in de brievenbus kangooien. Ik hoop dat u tevreden over mij bent. Tot morgen,MariekeWat ben ik een bofferd, denkt Nol. Door toeval heb ik de beste secretaressevan de wereld gekregen. Elke schrijver zou een Marieke moeten hebben.Tevreden kijkt hij naar zijn computerscherm. Als ik elke dag zo'n productieheb als vandaag, krijg ik mijn boek toch nog op tijd af.De volgende dagen staat Marieke steeds om één uur 's middags voor de deur.Ze wenst Nol goedemiddag en gaat meteen aan het werk. Nol kruipt achter decomputer en gaat verder met zijn boek. Het vlot lekker. Elke dag komen erminstens tien pagina's bij. Soms is er in het kantoor urenlang alleen maarhet geratel van toetsen en het zachte geluid van een pen op papier tehoren. Marieke stoort hem nooit. Ze beantwoordt de brieven, zet koffie voorNol en zorgt dat hij niet gestoord wordt door telefoontjes. Die handelt zijallemaal snel en vakkundig af, zonder dat Nol er iets van merkt. Blijkbaaris ze ook dol op overwerk, want ze blijft vaak tot 's avonds tien uur."Wat schrijf je eigenlijk aan de kinderen?" vraagt Nol, als hij een poosjenaar Marieke zit te kijken. Ijverig pent ze brief na brief. Ze lijktonvermoeibaar."Och, gewoon iets wat leuk voor ze is," antwoordt Marieke. "De meestenwillen weten wanneer uw nieuwe boek uitkomt en dat soort dingen. Dat zet ikin de119
brief en dan zet ik uw handtekening eronder met de stempel die u hebt latenmaken." Met een dreun stempelt ze Nols handtekening onder een briefje datze juist af heeft."Mag ik het eens lezen?" vraagt Nol. "Ik ben benieuwd wat ik allemaal aanmijn fans schrijf.""Natuurlijk, meneer." Marieke schuift de brief naar hem toe.Zwijgend leest Nol de brief. Alles wat erin moet staan, staat erin."Heel goed, Marieke. Ik zou hem zelf geschreven kunnen hebben. Maar watbetekenen die regels onderaan? Daar staat: Beste griezelfan, omdat jij dolbent op griezelboeken, houd jij vast van monsters. Misschien zou je zelfwel eens een monster willen zijn. Dat kan. Als je hardop de volgendemonsterspreuk leest, verander je in een monster... Dat wordt dolle pret."Nol kijkt fronsend naar Marieke, dan leest hij hardop:Alle duivels, groot en klein. Ik wil graag een monster zijn.Nol kijkt weer naar Marieke en begint hard te lachen. "Jammer, 't werktniet, Marieke. Ik ben geen monster."Marieke geeft Nol een knipoog. "Nou ja, 't werkt natuurlijk alleen bijkinderen, meneer Nol. Die geloven dat soort dingen."Grinnikend schuift Nol de brief terug naar Marieke."Ik vind het prachtig gevonden, Marieke. Dat zijn precies de grapjes diegriezelfans willen lezen."Nog nagrinnikend gaat Nol weer aan de slag op zijn computer. Al gauw zithij weer helemaal in het verhaal.120Zijn vingers ratelen over het toetsenbord. Na een paar uur rekt hij zichgapend uit. Buiten is het al weer donker en Marieke is naar huis. Nolgeniet een poosje van de stilte in het kantoor. In zijn hoofd klinkt hetgeratel van de toetsen nog na. Hij gaapt opnieuw en kijkt door het raamnaar buiten. Zijn mond blijft openstaan en hij valt bijna achterover vanschrik. Er zit iets achter het raam. Een gezicht dat naar hem kijkt. Heeleven maar, dan is het weer weg. Nu is het weer donker achter het glas."Wat was dat nou?" vraagt Nol zich hardop af. Hij voelt hoe zijn hartbonkt. In gedachten ziet hij het bleke gezicht nog duidelijk voor zich. Eenklein, rond gezicht, als een bleke ballon met boze ogen, een platte neus eneen brede mond vol kleine, scherpe tandjes. Het afschuwelijkste gezicht dathij ooit gezien heeft."Onmogelijk," mompelt Nol nog eens. "Ik heb vandaag te lang aan mijn boekgewerkt, daardoor ga ik me rare dingen verbeelden."Hij staat op, loopt naar het raam en kijkt voorzichtig door de ruit. Zijnhart klopt nog steeds te wild. Stel je voor dat dat monsterlijke gezichtopeens weer voor hem opduikt en hem aankijkt! Maar dat kan niet! In hetecht bestaan zulke monsters niet, denkt Nol. Die vind je alleen in mijnboeken.Achter de ruit is niets te zien. Alleen maar glinsterende sterren aan dehemel en een lege straat."Zie je wel. Flauwekul." Nol lacht hardop. "Niet zo kinderachtig doen, Nol.Anders moet je voortaan maar balletboeken gaan schrijven in plaats vangriezelboe ken."121
Na drie weken is Nol bijna klaar met zijn boek. Hij hoeft nog maar een paarbladzijden. Het is alweer avond. Ook nu is Marieke nog niet naar huis. Nolkijkt peinzend naar haar en glimlacht. Er bestaat vast geen tweedesecretaresse op de wereld zoals Marieke. Wat boft hij toch."Niet te geloven, Marieke. Mijn boek is bijna af. Nog nooit heb ik zo sneleen boek geschreven.""Wat fijn voor u, meneer." Marieke ziet er echt blij uit. Haar groene ogenstralen als ze Nol even aankijkt. Dan gaat ze ijverig verder met hetschrijven van de brieven.Nol trommelt met zijn vingers op de tafel. "Weet je wat raar is, Marieke?Een paar weken geleden zag ik iets vreemds toen ik hier alleen in mijnkantoortje zat."Marieke stopt met schrijven. "Iets vreemds? Wat bedoelt u, meneer?"Nol glimlacht verlegen. "Een gezicht voor het raam. Een afschuwelijk,monsterlijk gezicht. En het keek mij aan. Ik kan dat beeld maar niet vanmij afzetten." Hij verwacht dat Marieke in lachen zal uitbarsten, maar datdoet ze niet. Ze kijkt hem even onderzoekend aan. "Waarschijnlijk hebt u tehard gewerkt, meneer Nol. Als u nu snel uw boek afmaakt, kunt u daarnavakantie houden."Nol steekt zijn armen boven zijn hoofd, laat zijn vingers in elkaar grijpenen rekt zich nog eens flink uit. "Je hebt natuurlijk gelijk, Marieke. Ik gameteen aan de slag. Vanavond is mijn boek af!"De volgende uren is Nol alles om zich heen vergeten. Hij staart alleen maarnaar het scherm, terwijl zijn vingers over de toetsen zweven. Nog maarenkele regels122en het boek is af. Nol voelt zich als een marathonloper die de finish inzicht krijgt. Nog drie regels, nog twee, de laatste..."Klaar!" juicht Nol en met een diepe zucht schuift hij zijn stoel naarachteren. Hij heeft zo ingespannen naar het scherm zitten turen dat hijkringen voor zijn ogen ziet. Hij draait zijn hoofd naar het raam. Een bleekgezicht met vreemd gevormde ogen kijkt hem strak aan van achter het glas.Een mond als een halve maan vol kleine, blikkerende tandjes. Er klinkt eenvals gegiechel. Het volgende moment is het gezicht verdwenen. Nol springtop uit zijn stoel en rent naar het raam. Er is niets te zien, alleen demaan, die aan de overkant boven de stille huizen hangt."Meneer Nol, wat is er met u?"Verward kijkt Nol om. Marieke staat achter hem en kijkt hem bezorgd aan.Nol wrijft over zijn ogen en schudt zijn hoofd. Hij wankelt even en gaat opzijn stoel zitten. Zijn gezicht is spierwit en er staan zweetdruppeltjes opzijn voorhoofd."Ik... ik dacht even dat ik weer iets zag achter het raaAn, Marieke. Eeneng gezicht. En ik hoorde akelig gelach."Marieke loopt naar de keuken en komt terug met een glaasje water. Ze geefthet aan Nol, die het gulzig opdrinkt."Ik zag niets, meneer Nol, en ik heb ook niets gehoord. U hebt te hardgewerkt, daar komt het vast door."Nol knikt. "Maar nu ben ik klaar, Marieke. Het is me gelukt. Dankzij jou ismijn boek toch nog op tijd123laf." Hij kijkt naar de klok. Het is half een 's nachts."Marieke," zegt hij geschrokken. "Waarom ben jij eigenlijk nog steeds hier?Jij had al lang naar huis moeten gaan, het is veel te laat."
Marieke haalt haar schouders op. "Ik vind het niet erg om laat te werken.Ik wilde er graag bij zijn als u uw boek afmaakte. Dat is toch een specialegebeurtelìnis.Nol springt overeind. "Je hebt gelijk, Marieke. Ik ben dolgelukkig." Hijpakt Mariekes armen en danst met haar door het kantoortje. "Jij bent debeste secretaresse van de wereld, Marieke, ik wil dat je altijd voor mijblijft werken."Marieke glimlacht. "Dat kan niet, meneer. Binnenkort moet ik afstuderen.""Ja, ha, aan de Academie voor Griezelkunde," lacht Nol en hij knipoogttegen Marieke. Zijn gezicht is vlak bij dat van haar en dan ziet Nol opeensiets vreemds. Marieke strijkt met haar tong langs haar lippen en die tongis groen! Groen en gespleten, als een slangentong. Meteen blijft Nol staanen hij laat Marieke los. Hij wrijft met zijn handen over zijn slapen."Is er iets, meneer?" Marieke lacht vriendelijk naar hem. Geen groene tongte zien. Hij moet het zich verbeeld hebben."Eh, nee, ik denk dat ik even een eindje ga lopen, Marieke. Even wat frisselucht door mijn hersens laten blazen. Ik heb te lang binnen gezeten."Het is stil op straat. De meeste mensen slapen natuur"\ï lijk al lang. Destraatlantaarns branden en er hangt een ' lichte mist.Met zijn handen in zijn zakken wandelt Nol de straat uit.Een blokje om zal me goeddoen, denkt hij. Die rare gedachten zullen dan weluit mijn hoofd verdwijnen. Hij voelt zich schuldig, omdat hij geschrokkenis van Marieke."Schandalig," mompelt hij. "Zonder Marieke zou het mij nooit gelukt zijnhet boek afte krijgen!"Hij zwijgt. Voor hem staat opeens een grote man. Lange zwarte jas, grotezwarte hoed. Zijn kraag staat hoog op en verbergt de helft van zijngezicht. De vreemdeling kijkt Nol enkele seconden doordringend aan enblaast een paar rookwolkjes uit. Nol doet meteen een stap achteruit. Hijhoudt niet van mensen die roken.De man zet een stap naar voren en blaast rook in Nols gezicht. "Bent utevreden?" zegt hij dan.Nol begint te hoesten en doet nog een stap naar achteren."Tevreden? Wat bedoelt u?"Weer zet de man een pas naar voren. Rook walmt over de kraag van zijn jas."Over uw secretaresse, bedoel ik.""Oh, over Marieke, bedoelt u. Jazeker. Kent u haar?"De man knikt. "Ik ben de directeur van de Academie. Marieke is onze bestestudente. Dit is haar eerste eh... opdracht en ik ben benieuwd hoe ze hetdoet."Voorzichtig schuifelt Nol weer iets achteruit. De rook die de man blijftuitblazen, verstikt hem haast, bovendien stinkt die kerel als eenpasgeteerd fietspad. Maar hij is Mariekes directeur, dus wil Nol nietonbeleefd lijken.124125
Maar Marieke sluit de deur niet. In plaats daarvan, kijkt ze Nolbestraffend aan."Maar meneer Nol. Hoe durft u de deur te sluiten voor uw trouwste fans. Datis heel onvriendelijk van»u.Nol ligt uitgeput op de grond. Zijn broekspijp is doorweekt van het bloed.Zijn arm kan hij nauwelijks meer bewegen. Verbijsterd kijkt hij op naarMarieke. "Het zijn geen fans! Het zijn monsters, ze willen mij aan stukkenscheuren."Mariekes ogen fonkelen. Een gevorkte tong flitst uit haar mond. "Het is uweigen schuld, meneer Nol. Het zijn fans. Had u hun brieven maar zelf moetenbeantwoorden. Nu komen ze naar u toe."Marieke duwt de deur wijdopen. Mistslierten drijven naar binnen en met demist mee komen onmenselijke, groene ogen, handen als klauwen, vlijmscherpe,klakkende tanden en snippers van boeken die aan flarden gescheurd worden.Nol maakt een verstikt geluid, de monsters storten zich boven op hem.Een kwartier later gaat de deur van het kantoortje open. Zwarte rookwolkendrijven naar binnen. Als de rook opgetrokken is, staat daar op de drempelde lange man in de zwarte jas. Rook kringelt uit zijn oren, langs de randvan zijn hoed omhoog. Nol is nergens meer te zien. In het midden van dekamer ligt een enorme berg130
versnipperd, kapot gescheurd, kapot gekauwd papier. Marieke zit aan hetbureau en likt langs de rand van een envelop. Haar gevorkte tong flitstover de gom rand. Op de grond, onder het bureau, onder de stoelen en inalle hoeken van de kamer zitten de kleine monsters. Likkebaardend engrommend loeren ze naar de lange man. Sommigen van hen kauwen op botjes,anderen op een stuk van de kaft van een boek.De man knikt goedkeurend, aait een monstertje onder zijn kin en zet zijnhoed af. Boven op zijn hoofd, tussen zijn glimmende, zwarte haar, staantwee puntige hoorns."Prima werk, Marieke. Je bent geslaagd voor monster-maken." Hij overhandigtMarieke een papier, waarop met gekrulde letters geschreven staat: Diplomavan de Academie voor Griezelkunde.De man blaast tegen het papier. Kleine vlammetjes sproeien uit zijn mond ende randen van het diploma krullen om, zwartgeblakerd.Blozend neemt Marieke het rokende stuk papier aan."Dank u, meneer. Ik heb dit eigenlijk allemaal te danken aan meneer Nol."Ze kijkt naar de berg versnipperde boeken in het midden van de kamer. Dannaar een monsterkind, dat knarsend een bot in twee stukken bijt."Jammer dat hij het niet meer heeft mogen meemaken... Maar gelukkig heefthij zijn boek af kunnen maken."132Zesentwintigzap!"Getver, 't was een duivel," zegt Shakir, zodra het beeld opgelost is en zeterug zijn in de AW-bus. De ruiten lijken dichtgeplakt met zwart plastic,zo donker is het buiten."Geinig, toch?" lacht Onnoval. "Ik heb hem ook wel eens ontmoet, toen iknog leefde. Aardige vent, hoor. Toen had hij zichzelf vermomd als eenweerwolf. Enkele jaren na die ontmoeting werd ik een succesvolleschrijver.""Echt waar?" zegt Lydia. "En wat was de prijs die u moest betalen?"Onnoval grinnikt. "Die prijs was niet zo hoog, hoor. Ik werd ook eenweerwolf, dat was alles."De kinderen kijken de schrijver met open mond aan. Hij maakt een grapje,dat kan niet anders."U liegt," zegt Shakir, en even schrikt hij van zichzelf dat hij dat zomaardurft te zeggen. "Ik bedoel: schrijvers liegen altijd, heb ik ooit eensergens gelezen. Ja toch?"Het lijkt of Onnoval hem niet gehoord heeft."Ach ja, vroeger was een mooie tijd. Toen leerde ik ook Beentjes kennen,mijn trouwe chauffeur. Met hem heb ik veel mooie dingen meegemaakt. Al dielieve kindertjes die meereden in mijn bus om naar mijn spannende verhalente luisteren!"De chauffeur draait zich om. Onder zijn pet splijt zijn bleke gezicht open.Hij produceert een hol gelach en slaat met zijn handen op zijn knieën."Nou ja, er waren ook minder mooie tijden, dat133
flmoet ik toegeven," zegt Onnoval."Vooral onze laatste rit, want die werd ons fataal. Toen stierf ik.Beentjes moet daar nog altijd hard om lachen, zoals jullie zien."De chauffeur zit inderdaad hikkend van het lachen achter het stuur, zodatal zijn botten rammelen."In elk geval heeft hij een dodelijk gevoel voor humor," zegt Lydia.Onnoval draait zich even om naar de chauffeur. "Er zijn kinderen aan boord,Beentjes. Let op je stuur, anders zitten we dadelijk weer metsterfgevallen." De bezorgde klank in zijn stem is niet overtuigend en heefteen spottende ondertoon.Krankzinnig, eigenlijk, denkt Shakir. Zitten we hier met het computerbeeldvan een dode schrijver te praten over zijn verleden.Richard kijkt de schrijver met een scheve grijns aan. "Dus... u was eenweerwolf? Maak dat de kat maar wijs."Onnoval kijkt Richard strak aan. Zijn borstkas zwelt op. Het lijkt of zijnkaak langer wordt, zijn oren scherper, zijn schouders gekromd als een dierdat klaarstaat om een prooi te bespringen. "Wil je nog meer zien? Ik kanhet nog steeds hoor, ook al ben ik dood. De moderne computertechnologiestaat voor niets." Zijn stem klinkt als het gegrauw van een wolf.Richard slikt en kijkt gauw de andere kant op. "Eh, nee, laat maar zitten,"mompelt hij zachtjes."Hij wil ons op de kast jagen," fluistert Berry tegen Shakir."Dat lukt behoorlijk goed," antwoordt Shakir met zachte stem. "Ik zit er albovenop. En als hij echt eenweerwolf wordt, schijt ik in mijn broek, boven op die kast.""Ons kan toch niets gebeuren," zegt Berry. "Wij zitten eigenlijk immers inde bus in het Autotron."Shakir kijkt hem met een weifelende blik aan. "Weet je dat wel zeker?""Wat dacht jij dan?""Ik weet het soms niet meer." Shakir aarzelt even. "Die Onnoval is eencomputerbeeld. Maar hij lijkt net zo echt als wij. Hij geeft antwoord oponze vragen. Hij praat over vroeger. Ik bedoel... hoe kan dat?""Gewoon, hij wordt bestuurd door Eddy C. Die zit in de echte bus achter deknoppen en regelt alles.""Dan hoop ik maar dat hij alles goed regelt," zegt Shakir. "Want ik weetecht niet hoe ik weer terug in de bus moet komen, terug in dewerkelijkheid."Berry kijkt Shakir lang aan. Hij heeft nog niet nagedacht over terugkeren.Voor het eerst ziet Shakir in zijn ogen iets van onzekerheid."Nu hebben we genoeg oude koeien uit de griezel sloot gehaald," zegtOnnoval opeens. "Tijd voor het spannendste onderdeel." Plotseling wordt hetlicht in de bus gedempt, tot het bijna donker is. Alleen Onno vals ogenzijn zichtbaar. Ze kijken naar Richard en Berry. Zijn stem klinkt laag enhol, alsof hij uit een rioolput komt. "Zijn jullie bang?""N-nee, hoor," zegt Berry."Ik ook niet," zegt Richard stoer.Lydia lacht alleen maar. "Ik vind het hier waanzinnig!"Shakir zegt niets, bang dat zijn stem zal bibberen."Mooi, want een van jullie mag de hoofdrol spelen in het volgende verhaal."134135
IHijgend rent meester Jacques over het pad terug naar het Automobielmuseum."Eigenwijze kinderen! Verdomme, waarom hebben ze me niet eerdergewaarschuwd dat die deugnieten zijn achtergebleven." Hij heeft deschoolbus met groep acht alvast naar de school gestuurd en gevraagd of dechauffeur terugkomt om hem en de vier spijbelaars op te halen.Hij struikelt bijna, maar rent zonder te stoppen verder. Voor de deur vanhet Automobielmuseum blijft hij staan. Binnen brandt nog steeds geen licht.Achter de glazen deuren is het stikdonker, maar de deuren schuivenautomatisch open, zodra hij dichterbij komt.Aarzelend loopt meester Jacques naar binnen. Achter hem gaan de deuren weerdicht."Hallo, is daar iemand?" roept hij.Geen antwoord."Lydia? Shakir? Waar zijn jullie? Richard? Berry?"Doodse stilte. Meester Jacques krijgt het akelige gevoel dat demuseumauto's in stilte naar hem kijken. Al die auto's die niet meer rijden,het heeft wel iets weg van een kerkhof. Er komen zweetdruppeltjes op zijnhoofd. Waar is het personeel toch gebleven? Zeker naar huis omdat het lichtuigevallen is. Maar blijkbaar zijn ze wel vergeten de deuren te sluiten. Tevreemd allemaal. Er klopt iets niet. Het liefst zou hij omkeren enwegrennen naar de parkeerplaats. Met een zakdoek veegt hij het zweet vanzijn voorhoofd. Niet zo kinderachtig, Jacques, denkt hij. Je gaat niet wegvoor je die kinderen gevonden hebt.Plotseling klinkt er een geluid, achter in de hal. Een getik, alsof iemandop het spatbord van een auto tikt.136Aha, de lummels, denkt meester Jacques. Ze verstoppen zich. Ze denken mijin de maling te kunnen nemen. Maar dan kennen ze Jacques nog niet. Ik zalze! Dat wordt minstens twee weken lang nablijven.Opnieuw klinkt het getik. Het heeft zich verplaatst."Wacht maar," gromt meester Jacques. Hij stopt zijn handen diep in zijnzakken, klemt zijn pijp tussen zijn tanden en gaat op het geluid af. Zijnogen zijn snel aan het duister gewend. Hij kan de donkere vormen van deauto's net genoeg onderscheiden om ervoor te zorgen dat hij op het padblijft. Met gespitste oren luistert hij naar het tikken, dat met kortetussenpozen herhaald wordt. Met elke stap komt hij dichter in de buurt.Dan blijft meester Jacques stokstijf staan. Midden op het pad, vlak voorhem, staat een enorm... iets. Net was het er nog niet, maar nu wel. Evenschrikt de meester, wanneer twee lichten opgloeien, alsof een reusachtigmonster plotseling zijn ogen opent.Een bus! Dat is het, een bus. Achter de ruiten brandt een zachtgroen licht.Een moment vraagt meester Jacques zich af hoe die bus hier opeens kanstaan. Hij weet zeker dat hij er nog niet stond toen hij hier vanmiddag metde groep liep. Maar die vraag is op dit moment onbelangrijk. Belangrijkeris, dat hij de vier spijbelaars gevonden heeft. Want ze zitten natuurlijkin die bus. Nu zijn ze erbij.Met driftige passen loopt hij naar de deur. Heel even voelt hij een soortgetintel op zijn huid als hij vlak bij de bus is, alsof hij door eenonzichtbaar elektrisch veld loopt. Vanuit zijn ooghoeken ziet hijbliksemschicht137ljes, die hem eventjes omhullen. Het volgende moment gaat de deur van de busautomatisch open."Aha, daar hebben we meester Jacques ook," zegt een stem.Meester Jacques kijkt de jongen in de opening sprakeloos aan. Zonnebril,stekeltjeshaar, T-shirt met de opdruk DE GRIEZELBUS.
In meester Jacques' herinnering schuiven in hoog tempo allerlei gezichtenvoorbij. Zijn geheugen is soms net een kaartenbak vol foto's vanoudleerlingen. Uit die kaartenbak komt plotseling een gezicht dat in zijnhoofd blijft hangen.Maar dat is onmogelijk, denkt meester Jacques. Die jongen kan het nietzijn. Hij is een paar jaar geleden verdwenen. Zomaar, op een dag was hijweg en niemand heeft hem ooit nog teruggezien. Iedereen dacht dat hij doodwas en nu staat hij hier.Meester Jacques schudt zijn hoofd, alsof hij een spook ziet, terwijl hijweet dat spoken niet bestaan.De jongen knikt vrolijk. "Toch wel, meester. Ik ben het.""Eddy C.!" hijgt meester Jacques en hij voelt een koude rilling over zijnrug kruipen, als een natte slak.Eddy C. maakt een diepe buiging. "Komt u binnen, meester. Of durft u niet?"Meester Jacques aarzelt, maar op hetzelfde moment grijpen twee harde armenhem van achteren beet. Hij zit in de stalen greep van de armen van eenskelet.Onnoval krabt peinzend aan zijn neus. "Eens kijken, wie zal ik het eerstuitkiezen? Of durven jullie niet?" Dat zei Eddy C. ook, toen hij ons de busbinnenlok138te, denkt Shakir. Wat moet ik nou doen als hij mij kiest? Ik wil niet.Lydia veert meteen overeind van haar stoel. "Ik wil wel!" Maar Onnovalkijkt in zijn boek en schudt zijn hoofd. "Geen meisje.""Hoezo! Denkt u dat ik niet durf, omdat ik een meisje ben!" "Oh, nee,beslist niet," antwoordt Onnoval. "Ik geloof zelfs dat meisjes over hetalgemeen veel dapperder zijn dan jongens.Maar jij moet nog even wachten. In het volgende verhaal is de hoofdrol vooreen jongen." Hij knipoogt naar Lydia. "Als er tenminste een jongen is metnet zoveel lef als jij." Zijn blik glijdt langs de gezichten en blijftrusten op Berry."Jij mag als eerste."Berry kijkt hem met grote ogen aan."Ik? Dat hoeft echt niet, hoor. Ik wacht wel even. Ik..." Zijn stem zaktweg, terwijl hij Onnoval aankijkt. Van het ene op het andere moment is deschrijver veranderd. Er is iets onbegrijpelijks met zijn gezicht gebeurd.Zijn ogen zijn verdwenen. Het zijn zwarte, holle gaten, waarin ietsglibbert en glinstert. De bleke wangen van de schrijver zijn ingevallen ende huid spant dun en doorschijnend over zijn uitstekende jukbeenderen. Zijnonderkaak hangt open, vol gebroken, rottende tanden."Wat zei je?" sist de schrijver. "Wil je niet?" Kevers kruipen uit zijnoogkassen, over zijn wangen. Zijn tong flitst tussen de rottende stompjesheen en weer.Verschrikt deinst Berry achteruit. "Dit... dit is niet leuk meer," stotterthij en hij kijkt hulpeloos naar zijn vrienden. Met een gil springt hij eenandere kant op.139vNaast hem zitten drie figuren, die er uitzien als drie levende lijken. Datkunnen zijn vrienden niet zijn. Maar waarom dragen ze dan wel de kleren vanLydia, Richard en Shakir?"Jij boft, Berry," zegt Lydia, "jij mag eerst." Haar stem kraakt als eengrindpad. Haar gezicht is een masker uit een griezelfilm, gerimpeld, ogenzonder pupillen.
"Bofferd," zegt Richard. Hij knipoogt naar Berry. Zijn oog valt uit de kasen rolt in zijn schoot. Zijn gezicht ziet er uit alsof hij tien dagen onderde grond gelegen heeft. Kleine beestjes kruipen over zijn kin langs zijnmondhoeken. Richard likt er een paar op."Ga dan," zegt Shakir, een doodshoofd met haren en ogen. Die ogen wordenvloeibaar en druipen als dik slijm over zijn weggerotte wangen.Berry schreeuwt het uit en draait zich om. Hij moet vluchten, weg van hier.Vlak achter hem staat Onno val, het boek opengeslagen. Hij toont Berry eentekening van een flatgebouw."Doe je het, of blijf je liever bij ons?" Hij wijst naar de drie kinderen,die likkebaardend dichterbij komen. Zwarte tongen flitsen uit hunafschuwelijke monden."Ik doe het, ik wil weg," schreeuwt Berry.De bladzijde met het flatgebouw begint te stralen, achter de flat staat dezon laag. Vogelgefluit stijgt uit het boek op.Berry weet niets meer, alleen dat hij daar wil zijn, daar is alles normaal.Hij stapt naar voren, weg van de verschrikkingen in de bus."Hé, waar is Berry gebleven?" zegt Shakir. "En waarom schreeuwde hij zo?Zag je hoe hij naar jullie keek?"140Verbaasd kijkt hij naar Lydia en Richard. Er is niets bijzonders aan hen tezien."Nou, hij keek anders ook heel vreemd naar jou, Shakir," zegt Lydia.Onnoval glimlacht alleen maar. "Misschien zag onze vriend iets wat jullieniet zagen. In de Andere Werkelijkheid is alles mogelijk en niets wat hetlijkt. In elk geval zit hij nu in het verhaal. Zullen we met hem meegaan?"Hij duwt het boek onder hun neuzen en ze zien Berry op de tekening voor hetflatgebouw.flits!141
Het flatgebouw"Hé, jij daar, geloof jij in weerwolven?""Hè?"Berry blijft staan in de schaduw van het zes verdiepingen hoge flatgebouwen kijkt verbaasd naar de jongen die op het bankje bij het plantsoentjezit. Rood stekeltjeshaar, te grote jas, de mouwen hangen over zijn handen,versleten gympen. Berry heeft hem nog nooit gezien."Had je het tegen mij?"De jongen knikt en staat op. "Ja. Ik vroeg of jij in weerwolven gelooft."Berry zegt niets en bekijkt de jongen nog eens goed. Een spleet tussen zijnkonijnen tanden. Hij veegt met zijn mouw langs zijn neus. Er blijft eenglinsterende, zilverachtige streep achter op zijn jas. Dat gebaar heeftweinig zin, want op zijn bovenlip verschijnt meteen nieuw snot. De jongenhaalt zijn neus op en het snot wordt weer in zijn neusgat teruggezogen.Berry slikt een keer. Een vies snotjoch dat idiote vragen stelt. Doorlopenis het beste. Maar de jongen gaat pal voor hem staan."Nou?""Nou wat?""Geloof jij dat ze bestaan?"Berry trekt een verveeld gezicht. "Weerwolven? Natuurlijk, net als depaashaas." Hij wil verder lopen, maar de jongen pakt zijn mouw beet. Vlugtrekt Berry zijn mouw los. Stel je voor dat die viezerd snot aan zijnhanden heeft, die kans is redelijk groot."Ik heb er een gezien," zegt de jongen zachtjes.142Berry zucht. "Natuurlijk, ik ook. In de bioscoop op zo'n groot wit doek,een filmdoek, weet je. Daar kun je weerwolven zien en vampiers en zombiesen mummies, zoveel als je maar wilt."De jongen veegt opnieuw zijn neus af. Hij kijkt naar links en naar rechtsen fluistert dan: "Nee, hier in deze flat. Daar woont hij en ik weetprecies waar.""Heb je geen zakdoek?" vraagt Berry. "Ik weet niet of je het in de gatenhebt, maar je jas is aardig aan het versnotten."De jongen doet of hij niets gehoord heeft, misschien is dat ook wel zo. Hijdraait zich om naar de flat en wijst naar een raam op de vierde verdieping."Daar woont hij! Als je me niet gelooft, moet je zelf maar gaan kijken. Opzijn balkon vind je de afschuwelijke bewijzen van zijn slachtpartijen.""Bewijzen? Wat voor bewijzen?""Botten, bloed, gescheurde kledingstukken, de hele mikmak, je kent datwel."Berry kijkt omhoog. Een weerwolf in een flat? Je zult daar maar wonen.Trouwens, waar maakt hij zich druk om? Hij gelooft die kletskoek toch niet.Berry twijfelt tussen kwaad worden en in lachen uitbarsten. Die gozer istypisch zo'n ventje dat op school altijd in elkaar geslagen wordt, omdathij voortdurend probeert interessant te doen. Hij kijkt de jongen aan enprobeert niet te letten op de snottebel onder zijn neus. "Luister, eh...""Peter.""Goed. Luister, Peter. Ik woon al vier jaar in deze buurt en ik heb nognooit een weerwolf gezien, of er iets over gehoord."143
"Natuurlijk niet," antwoordt Peter. "Ze laten zich niet zo makkelijkbetrappen. Je moet weten waar je op moet letten. Ik woon hier pas eenmaand, maar ik had hem al snel in de gaten." "Oh ja?" Berry merkt dat hijongewild toch nieuwsgierig geworden is."Vanavond doet hij het weer," zegt de jongen. "Het is volle maan en dankomt hij te voorschijn.""En wat wil jij daaraan doen?" vraagt Berry.Peter kijkt hem verschrikt aan. "Ik? Niets. Ik ben niet gek. Ik zorg alleendat ik uit zijn buurt blijf. Wees jij dus ook maar op je hoede. Eengewaarschuwd man telt voor twee."Berry stopt zijn handen in zijn zakken. Het begint aardig koud te worden.De zon is al een poosje onder en het zal niet zo lang meer duren voor hetdonker is."Waarom vertel jij dit eigenlijk tegen mij? Je kent mij niet eens.Misschien ben ík die weerwolf wel," voegt Berry er grijnzend aan toe.Peter schudt zijn hoofd. "Jij bent het niet, want ik weet wie het is. Ikvertel het om je te waarschuwen. Tot nu toe wil niemand mij geloven.""Geen wonder, ik geloof het eigenlijk ook nog steeds«met.Peter veegt langs zijn neus en kijkt Berry over zijn mouw strak aan."Oké, kom mee, ik zal het je laten zien.""Waar naartoe?""Naar de flat van de weerwolf, dan kun je de bewijzen met eigen ogen zien.Hij is nu niet thuis, dat weet ik zeker."Berry aarzelt. Hij is er half van overtuigd dat de jongen knettergek is.Maar van de andere kant, stel je144voor dat hij gelijk heeft..."Goed dan, ik heb nog nooit de flat van een weerwolf gezien." Hij looptachter Peter aan naar de ingang van de flat. Even later staan ze samen inde lift. Peter drukt op het knopje van de vierde verdieping."Waarom wil je zo graag dat ik je geloof? We kennen mekaar niet eens,"vraagt Berry, terwijl de lift zoemend omhooggaat. Peter lacht even en veegtzijn neus af. "Als ik iemands leven kan redden, zal ik het niet laten.Misschien wil de weerwolf vanavond jou te grazen nemen. Maar nu ben jegewaarschuwd."Met een zachte 'ting!' stopt de lift. De deur gaat open. Berry deinstverschrikt terug. Vlak voor hem staat een grote man met vierkante schoudersen borstelige wenkbrauwen. Even kijkt hij de jongens met een onderzoekendeblik aan. Dan stapt hij langs hen heen de lift in en sluit de deur.Berry's hart klopt in zijn keel en zijn benen zijn slap. Hij kijkt naarPeter. Die haalt juist zijn neus met een snorkend geluid op."Ik dacht even...," begint Berry, maar Peter schudt zijn hoofd. "Die manwoont aan het eind van de galerij. Vrachtwagenchauffeur, geen weerwolf.""Oh," zegt Berry. Hij voelt dat hij rood wordt. Stom. Een jongen vertelthem een vreemd verhaal en meteen denkt hij dat de eerste de beste kerel dieze tegenkomen een weerwolf is. Dadelijk gelooft hij die onzin nog echt.Peter is de galerij al opgelopen. "Waar blijf je?" roept hij."Eh, ja, ik kom." Snel gaat Berry achter Peter aan. Die staat inmiddelsstil voor de vierde deur op de gale145
rij. Naast de deur is een keukenraam met een gesloten gordijn."Hier is het."Berry leest het naamplaatje op de voordeur. "P. Slo bovitz. Heet hij zo? Isdat de naam van de weerwolf?"Peter knikt. "Is een Oost-Europese naam, geloof ik. Je weet wel, de Balkanen zo, daar komen weerwolven vandaan." Hij probeert door een kier tussen degordijnen te kijken. "Jammer, we kunnen niets zien, alles zit potdicht."Berry voelt het bloed naar zijn kaken stijgen. Hij heeft sterk het gevoeldat hij vreselijk in de maling wordt genomen. Hij is er met beide voeteningetrapt."Oh, ik snap het," zegt hij. "Nu kun je me niet laten zien dat die weerwolfecht bestaat. Nou, voor mijn part stik je in je eigen snot met jerotgeintjes."Peter kijkt hem beledigd aan. "Ik maak geen geintjes.""Oh nee? Waarom bel je dan niet gewoon aan en vraag je meneer de weerwolfof hij zichzelf even wil laten zien? Misschien wil hij zelfs wel op de fotometons:l"Er komt een koude blik in Peters ogen. Hij kijkt naar het keukenraam, dannaar het klapraampje. Dat staat op een kier."Wacht." Hij klimt op de vensterbank, gaat voorzichtig rechtop staan enduwt het klapraam verder open."Hé, wat ga je doen?" zegt Berry.Peter veegt zijn neus af. "Jij wilde bewijzen, nou, die zul je krijgen."Even later is hij al door de kleine opening naar binnen geklommen. Hetgrote raam zwaait146naar buiten open. Triomfantelijk kijkt Peter Berry aan. "Gelukt, fluitjevan een cent." Hij schuift het gordijn opzij en wenkt. "Kom maar."Berry weet niets anders te doen dan op de vensterbank te klimmen en Peterte volgen. Even later staan ze beiden op de keukenvloer. Peter trekt hetkeukenraam dicht en doet het op slot."Luister, we hebben niet veel tijd, want het is bijna donker en hij komtover ongeveer een kwartier thuis.""Hoe weet je dat?" fluistert Berry. Zijn stem trilt een beetje."Omdat ik hem in de gaten houd. Ik weet wanneer hij van huis weggaat enwanneer hij thuiskomt. Kom, we hebben geen tijd te verspillen. Ik weetzeker dat we hier binnen bewijzen vinden."Het is doodstil in het huis, maar Berry voelt zich niet op zijn gemak.Inbraak is geen dagelijkse bezigheid van hem. Het huis van een weerwolfdoorzoeken ook niet. Ze sluipen door de donkere huiskamer. Peter aarzeltniet. Hoewel het behoorlijk donker is in het huis, loopt hij regelrecht vande keuken, door een halletje, naar de woonkamer. Hij kent de weg op zijnduimpje.Hij heeft hier vast al eens eerder ingebroken, denkt Berry.Er is niets bijzonders te zien. De donkere vormen van een bankstel,televisie, stereotoren, een dressoir."Draaien weerwolven ook cd's?" giechelt Berry. Hij kan er niets aan doen,maar hij is bloednerveus. Er hangt ook een vreemde, onbekende geur in hethuis."Wat ruik ik toch?" fluistert hij. In een donker huis ga je vanzelf zachtpraten, ook al weet je dat er nie147
mand thuis is."Bloed. Dezelfde geur ruik je ook in een slachthuis."Berry krijgt het plotseling erg koud. Het liefst wil hij meteen weg. Hijlijkt wel gek, dat hij zich door een onbekende, een jongen met eenconstante snotstroom, heeft laten overhalen om ergens in te breken.Iedereen weet toch dat weerwolven niet bestaan. En als ze wel bestaan, moetje wel geschift zijn om in te breken in het huis van zo'n wezen! Zijn bloedraast door zijn aderen. Zijn hart klopt in zijn keel."Daar is de deur naar het balkon," zegt Peter. "Kom mee, dan zul je debewijzen met eigen ogen zien." Hij draait een sleutel om en duwt de deuropen. Meteen waait een koude wind in hun gezicht. Het is inmiddels bijnadonker buiten. Hoog boven de flat wordt de volle maan langzaam zichtbaarachter een wolk.Peter haalt luid zijn neus op. "We moeten voortma ken. Het is bijnaweerwolftijd."Eerst ziet Berry niets bijzonders op het balkon. Dan merkt hij de plasticvuilniszakken op die in een hoek staan."Daar stopt hij de resten van zijn slachtoffers in," zegt Peter met eenkille stem. "Kijk maar." Hij maakt de plastic binder los. De zak zakt openvoor Berry's voeten. Berry springt met een gil achteruit. Glibberige dingenrollen uit de zak, over zijn schoenen. Het witte maanlicht schijnt op deinhoud van de zak: veren, bot jes, enge dingen, die er uitzien alsslagersafval."Shit," hijgt Berry. Hij kan het niet geloven. "Die botjes en die...ingewanden, die moeten van kippen zijn, net als die veren. Of van katten,of honden, maar niet van..."148"Mensen?" zegt Peter. "Misschien niet. De veren zijn in elk geval niet vanmensen, maar de rest... Wil je nog meer zien.""Maak dicht!" fluistert Berry. Hij wil niet langer kijken naar degruwelijke inhoud van de vuilniszak. Peter doet wat hem gevraagd wordt."Het spijt me dat ik je dit moest laten zien. Maar je wilde bewijzen en dieheb je nu gezien."Berry voelt zich duizelig. Hij hapt naar frisse lucht en kijkt naar devolle maan, die steeds duidelijker zichtbaar wordt achter de wolk. Hoorthij daar in de verte wolvengehuil, of is dat een hond? Hij keert zich woestom naar Peter. "Ik wil hier weg. We hebben het recht niet om hier te zijn.Dadelijk komt hij binnen."Peter knikt. "Je hebt gelijk. Hij kan elk ogenblik thuiskomen."Vlug gaan ze de kamer in. Peter draait de balkondeur op slot. "We kunnengewoon door de voordeur naar buiten," fluistert hij. Ze lopen naar hethalletje. Dan klinken er voetstappen buiten op de galerij.Berry verstijft. "Wie is dat?" fluistert hij."Weet ik niet. Verroer je niet!"De voetstappen houden stil voor de voordeur. Ze zien een schaduw op degeribbelde matglazen ruit."Hij is het," piept Berry. De angst stroomt door zijn armen, zijn benen.Zijn spieren verslappen. Hij drukt zijn knieën tegen elkaar."Stil!" beveelt Peter. Daarna haalt hij luid zijn neus°P"Schei jij zelf uit met dat getrompetter," sist Berry."Dat hoort hij dwars door het glas heen."De gedaante achter de ruit steekt zijn arm uit. Het149
geluid van een sleutel die in een slot gestoken wordt."Hij komt naar binnen, we zijn erbij." Berry's ademhaling slaat op hol. Hijhijgt als een hond in de wachtkamer van de dierenarts."Hoe kan dat nou?" zegt Peter. "Hij is veel vroeger dan anders." Er klinktgeen angst in zijn stem, eerder verbazing."Wat maakt dat nou uit," zegt Berry met een bibberende stem. "Misschienloopt jouw horloge achter, of dat van hem loopt voor. Misschien kan eenweerwolf geen klok kijken."Nog steeds klinkt het gemorrei van de sleutel in het sleutelgat. Dan begintde gedaante achter de deur plotseling te lachen. Ze horen zijn stem. Hijpraat tegen zichzelf. "Sukkel, dat is de verkeerde deur. Geen wonder dat desleutel niet past." Hard lachend wandelt hij verder over de galerij.Berry kijkt naar Peter. Hij kan het nauwelijks geloven. Ze zijn gered. Hetwas de weerwolf niet. Alleen maar iemand die voor de verkeerde deur stond.Peter kijkt Berry aan en veegt met zijn mouw langs zijn neus. "Ik zei hettoch. Hij kon het niet zijn, hij was te vroeg.""Proficiat," zegt Berry. "Zullen we dan nu als de donder vertrekken voordatde echte bewoner thuiskomt?""Goed idee," zegt Peter. Hij opent de voordeur, steekt zijn hoofd naarbuiten en kijkt links en rechts. "De kust is veilig, wegwezen." Zachtjestrekken ze de deur dicht. Dan snel over de galerij naar de lift. Hetlichtje knippert. Er komt iemand omhoog."Vlug, de trap," sist Peter. Met twee treden tegelijk150dalen ze de trap af, die naast de liftkoker ligt. Acht trappen voor zebeneden zijn, maar ze nemen ze in een moordtempo. Berry slaat drie, viertreden over. Het is alsof hij de adem van de weerwolf in zijn nek voelt. Ophet moment dat ze de hal onder in de flat bereiken, gaat op de vierdeverdieping de deur van de lift open. Voetstappen weerkaatsen van de galerijdoor het trappengat.Berry wacht niet meer af. Hij duwt de deur van het halletje open en holtnaar buiten. Met volle teugen zuigt hij de koude nachtlucht op."Kom mee," roept Peter. ,Achter de flat zijn struiken, aan de overkant vanhet grasveld. Als we ons daar verstoppen, kunnen we zijn balkon zien.Meestal gaat hij op het balkon naar de volle maan staan kijken en dangebeurt het."Berry aarzelt. Eigenlijk heeft hij voor vandaag wel genoeg gevaarlijkedingen gedaan, vindt hij. Maar hij twijfelt nog steeds. Misschien is hetallemaal verbeelding. Misschien heeft hij zich mee laten slepen door dewilde fantasieën van een jongen met een loopneus. Hij wil nu wel eens wetenof Peter de waarheid spreekt. Hij knikt. Ze hollen naar de achterkant vande flat en steken het veld over. Daar is een hoop dicht struikgewas. Zekruipen erachter en kijken naar boven. Het is nog steeds donker in devierde woning op de vierde verdieping, het hol van de weerwolf."Let goed op," fluistert Peter in Berry's oor. "De meeste mensen kunnen deaanblik niet verdragen van een mens die in een weerwolf verandert. Je hoortzijn botten kraken, zijn kaken breken open, hij scheurt uit zijn kleren ener groeien nagels door de huid van zijn151vingers en zo. Best vies, eigenlijk."Berry kijkt naar het balkon op de vierde verdieping. Er gebeurt niets."Duurt het nog lang? Ik zie niets. Er is nog steeds niemand daar, volgensmij."
"Geduld," hijgt Peter. "Het kan nu elk moment gebeuren, want de volle maanis doorgebroken. Het is het uur van de weerwolf."Berry kijkt omhoog. De hemel is pikzwart. Er is geen wolk meer te zien, devolle maan kijkt als een koud, wit oog op hen neer. In de flat is het nogsteeds donker. Berry hoort hoe Peter achter zijn rug steeds zwaarder hijgtvan opwinding. Maar er gebeurt niets."Weet je wat ik denk?" zegt Berry, terwijl hij zich omdraait. "Ik denk datjij een grote kletskous bent. Daar woont helemaal geen weerwolf. Jij..."Dan zwijgt hij verschrikt. Peter zit niet meer achter hem. Hij isverdwenen."Peter," fluistert Berry. "Waar ben je?"Geen antwoord."Peter..."Er klinkt een bloedstollend gebrul. De struiken gaan uiteen. Berry denktdat hij gek wordt. Een grote, behaarde wolvenkop met spitse oren, geleogen, klauwen. De tong hangt uit de muil, gescheurde kledingstukken zittentussen zijn kaken. Het beest kijkt Berry aan.Een stortvloed van verschrikkelijke gedachten flitst door Berry's hoofd.Die vent uit de lift. Hij is ons achterna gekomen. Daarom ging het lichtniet aan. Hij heeft Peter opgevreten. Peter had gelijk, de weerwolfbestaat.152153ïAl die gedachten komen tegelijk, misschien in minder dan een seconde.Ondertussen blijft hij als versteend naar de kop van de weerwolf staren. Endan ziet hij iets waardoor zijn hart bijna blijft stilstaan. De twee bredeneusgaten in de zwarte snuit. Er loopt een glinsterende stroom snot uit. Deweerwolf snuift luid en veegt met zijn behaarde poot langs zijn snuit. Opzijn vacht blijft een zilverachtig spoor achter. Ineens is voor Berry allesduidelijk. Hij voelt zichzelf verslappen van angst.Even lijkt het of het beest grijnst. Nauwelijks verstaanbare, onmenselijkeklanken komen uit zijn keel."Ik sprak de waarheid, Berry. Er woont echt een weerwolf op de vierdeverdieping. Zijn naam is ...Peter. Peter Slobovitz."Wat stom, denkt Berry, helemaal verdoofd van angst. Ik had hem naar zijnachternaam moeten vragen. Geen wonder dat hij zo goed de weg wist in dieflat.Dan ziet hij de gele ogen, de blikkerende tanden en de glinsterende klauwenop zich afkomen. Onder de volle maan klinkt de bloedstollende kreet van deweerwolf.154zap!Iedereen is weer terug in de AW-bus. Ook Berry.Nog steeds klinkt het gebrul van de weerwolf in hun oren, totdat het haastongemerkt overgaat in het geronk van de Griezelbus. Beentjes draait aan hetstuur. Onnoval staat naast hem, het boek dichtgeklapt onder zijn arm, eensinistere lach op zijn gezicht. Hij zegt niets."Waanzinnig, Berry is bijna opgevreten door een weerwolf!" Lydia's wangenzijn rood van opwinding. "Hoe voelde dat, Berry?"Berry ziet spierwit en zegt geen woord. Hij staart stil voor zich uit, eendoffe blik in zijn ogen."Hoe was het, Ber?" vraagt Lydia nog eens. "Zeker flink geschrokken. Ha,ha."
Shakir kijkt haar woedend aan. "Je bent gek," zegt hij. "Laat Berry metrust. Zie je niet dat hij helemaal van streek is!"Hij stoot Berry aan. "Berry? Zeg eens wat."Geen antwoord. De jongen lijkt helemaal verdoofd.Lydia haalt haar schouders op. "Maak je niet zo druk. Het is toch maar eenspel, want hij is gewoon weer terug bij ons." Ze knijpt haar ogen totspleetjes en kijkt Shakir onderzoekend aan. "Of begin jij zelf bang teworden nu het echt spannend wordt?""Hou je bek!" snauwt Shakir. Even schrikt hij van zijn eigen woorden. Nognooit heeft hij zoiets tegen Lydia durven zeggen. Maar hij merkt dat hijhaar opeens niet meer zo aardig vindt. Het lijkt of ze zichzelf niet meeris, sinds ze in de bus gestapt is. Ze is155Mhelemaal bezeten van deze Andere Werkelijkheid."Hou zelf je bek," zegt Lydia. "Jij bent een schijtluis. Richard heefttenminste meer lef dan jij! Hè, Richard. Wij willen dat ook wel eensmeemaken, nietwaar?""Nou..." zegt Richard aarzelend. "Berry ziet er niet zo best uit. Ik weetniet of we nog door moeten...""Oh, er is niets met die jongen aan de hand, hoor," zegt Onnoval snel. "Hijmoet gewoon nog bijkomen van zijn avontuur. Dat is een normale reactie. Hijdenkt nu even dat hij echt is opgevreten door een weerwolf. Maar dat isniet zo. Het verhaal hield immers op.""Maar als het nog was doorgegaan?" zegt Shakir, met een vreemde klank inzijn stem. "Als u beschreven had hoe hij door die weerwolf verscheurd werd,wat zou er dan met hem gebeurd zijn?""Tja..." Onnovals wenkbrauwen krommen zich tot een scherpe boog en hijlacht zijn mysterieuze lachje. "Dat zullen we nooit weten..."Vol afschuw volgt meester Jacques de beelden op de schermen, overal om hemheen. Hij kan haast niet geloven wat hij ziet. De sterke armen van hetskelet hebben hem de bus ingesleurd. Daar, in het licht van decomputerschermen, ziet hij eindelijk zijn vier spijbelaars. Vastgeklonkenaan stoelen, met vreemdsoortige helmen op hun hoofd.Een nachtmerrie! Dit moet een nachtmerrie zijn.Eddy C. zit grijnzend op een stoel achter zijn toetsenbord."En? Wat vindt u ervan, meestertje?"Meester Jacques slikt. Hij begrijpt er niets van.156"Wat stelt dit allemaal voor, Eddy C. Waarom hebben mijn leerlingen dierare helmen op? En wat zijn dat voor afschuwelijke films op die schermen?Zitten ze daarnaar te kijken?"Eddy C. lacht keihard. "Beter nog, ze spelen er zelf in mee. Ze belevenhet, want ze zitten in de Andere Werkelijkheid."In het kort legt hij trots uit hoe alles werkt. Meester Jacques kijkt hemongelovig aan. Die jongen is krankzinnig, denkt hij. Hij heeft mij en mijnleerlingen in zijn macht en tovert ze een soort zichtbare droomwereld voormet zijn computers. Dit kan niet echt zijn. Zulke dingen bestaan niet.
Maar het valt niet te ontkennen dat hij nog steeds in een knellende greepwordt gehouden door een skelet, dat allesbehalve aanvoelt als een droom.Hoe hij ook draait of wringt, de bottige armen laten hem niet los."Doe geen moeite," zegt Eddy C. glimlachend. "Als Beentjes iets vasthoudt,laat hij het niet zo makkelijk los. Hij bestaat echt. En niet alleen in deAndere Werkelijkheid, zoals u ziet.""Dit zijn geen grappen meer," gromt meester Jacques. "Zorg dat dat ding mijonmiddellijk los laat."Eddy C. verroert geen vin. "We zijn hier niet op school, meester Jacques.Hier heb ik het voor het zeggen. Gaat u maar rustig zitten, dan kunt ugenieten van de avonturen van uw leerlingen."Beentjes zakt neer op de bestuurdersplaats en trekt meester Jacques op zijnschoot. De meester huivert. Hij voelt ribben in zijn rug, beenderen onderzijn achterwerk. De skeletarmen zitten nog steeds als een bankschroef omzijn armen en zijn borst gevouwen.Een doodskop hijgt in zijn nek."Zit u lekker, meester?" grijnst Eddy C.Meester Jacques voelt zich ellendig, wanhopig. Machteloos zit hij hier bijeen skelet op schoot in het gezelschap van een krankzinnige ex-leerling."Wat is er met jou gebeurd?" fluistert hij. "Jij was verdwenen, een paarjaar geleden. Misschien wel dood, dacht iedereen.""Ze hadden het mis," antwoordt Eddy C. Hij duwt zijn zonnebril even omhoogen kijkt meester Jacques met bloedrode ogen aan.De AW-Griezelbus raast grommend als een beest voort op weg naar de volgendebestemming. Het lijkt of de chauffeur zijn voet op het gaspedaal gelijmdheeft. Hij heeft goede zin. Met krakende stem begint hij vals een lied tezingen:"Berend Botje ging uit varenmet zijn Beentjes naar Zuid-Laren.De weg was recht, de weg was krom,Nooit kwamen Beentjes en Botje weerom."Shakir wisselt een verbaasde blik met Richard, als hij merkt dat Lydia demelodie zachtjes meeneuriet. Ze schijnt werkelijk alles leuk te vindentijdens deze zogenaamde busreis. Richard haalt zijn schouders op.Berry hangt nog steeds uitgeteld als een bokser na een knock-out in zijnstoel. Shakir kijkt bezorgd naar hem. "Kunnen we wel verder gaan? Berryziet er niet zo best uit."Onnoval pakt zijn boek en bladert erin. "Let maar niet op die jongen. Hijmoet gewoon wat uitrusten. Wij gaan door naar het volgende verhaal."15815Tot Shakirs verbazing staat Richard opeens op. Hij heeft lange tijd nietveel gezegd, alleen af en toe wat ongerust naar Berry gekeken."Nee!" zegt hij. "We houden ermee op. We hebben wel genoeg gezien van deAndere Werkelijkheid."Shakir voelt een enorme opluchting. Eindelijk heeft Richard er ook genoegvan. Eddy C. moet dat ook horen in de echte bus in het Automobielmuseum. Numoet hij het programma wel stoppen.Maar Lydia springt van haar stoel op. "Begin jij nu ook al! Niets ervan. Ikwil dit helemaal tot het einde meemaken."Richard kijkt haar woedend aan. "Doe niet zo stom, Lydia. Jij draaithelemaal door. Dat jij een duet zingt met de bottenman, vind ik best, maarzie je niet dat Berry er als een lijk bij zit? We moeten ophouden voor hethelemaal uit de hand loopt."Plotseling schiet Onnoval op Richard af. Uit zijn keel komt een gegrom alsvan een roofdier.
"Je hebt gehoord wat de dame zegt, jongeman. We maken de rit af. En omdatjij zo dapper bent, is het volgende verhaal voor jou. Uitstappen kan nietmeer!"Beentjes trapt op de rem. Door het raam zien ze een etalage, een smerigewinkelruit. Op een versleten uithangbord staat: ANTIEK EN CURIOSA. Onnovalopent het boek en duwt het onder Richards neus. "Hier," sist hij. "Dit isjouw verhaal."flits!Richard is verdwenen, opgenomen in het verhaal. Lydia en Shakir worden hetverhaal ook ingezogen, niet als deelnemers, maar als onzichtbaretoeschouwers. Alleen Berry's geest is niet in staat zich in het ver160haal te verplaatsen. Onnoval kijkt even naar hem en een flauwe glimlachspeelt om zijn mond. "Blijf jij maar rustig achter, jongen. Jou heb ikstraks nog één keer nodig." Hij begint bulderend te lachen.161
fDe antiekwinkelRennen, rennen. Richard kijkt over zijn schouder. In de verte ziet hij dedonkere gedaanten van zijn achtervolgers: de gedrongen gestalte van SimonBak, Robert Lem met zijn woeste haardos en Glenn Avontuur, bijgenaamd 'despin', vanwege zijn lange, dunne armen en benen. Richard probeert zich zoklein mogelijk te maken in de schaduw van de winkels waar hij langs rent.Hij moet ze kwijt zien te raken voor ze hem in elkaar stampen. Zigzaggendrent hij tussen de winkelende mensen door. Maar als hij weer omkijkt, ziethij zijn drie kwelgeesten nog steeds. Richard weet niet waarom die drie hemvandaag als hun slachtoffer gekozen hebben. Misschien staan zijngymschoenen hun wel niet aan. Types als Simon, Robert en Glenn geven voorafnooit een schriftelijke verklaring voor hun acties. Ze pikken er iemand uitop het schoolplein en rammen er dan op los. Puur, onzinnig machtsvertoon.Maar Richard heeft vlugge voeten en tot nu toe is hij ze voor kunnenblijven. Snel vlucht hij een steegje in. Meteen is het of hij in een anderewereld terechtgekomen is. Het stinkt er naar kattenpis en rottend afval.Daglicht dringt hier nauwelijks door en er staat een gure wind. Overal ligttroep. Dozen, verdwaalde fietswielen, oude schoenen, autobanden, zelfskapotte koelkasten. De ramen van de huizen zijn dichtgetimmerd met planken.Een kat zonder staart schiet plotseling tussen Richards benen door.Opgepast hier, denkt Richard. Behoedzaam stapt hij over een houten krat. Erligt een dode rat in. Rillend loopt hij verder. Als hij opzij kijkt,schrikt hij van een162gestalte, maar het is zijn spiegelbeeld in de stoffige ruit van eenetalage. ANTIEK EN CURIOSA staat er op een versleten uithangbord. Wat doetzo'n winkel in een vergeten steegje waar geen mens komt? denkt Richard.Plotseling hoort hij stemmen. Drie stemmen. Zijn achtervolgers staan aan deingang van de steeg. Ze hebben hem nog niet gezien, blijkbaar twijfelen ze."Die eikel is deze steeg in gevlucht." De stem van Glenn, de spin.Duidelijk herkenbaar aan de baard in zijn keel."Nee man, hij is verder gerend." Simon Bak."Waarheen dan? Ik zie hem nergens.""Nou, wat doen we?"Richard beweegt niet en houdt zijn adem in. Misschien lopen ze verder, danis hij gered."De steeg in," beslist Robert Lem op dat moment."Shit!" sist Richard. Hij drukt zich tegen een muur aan en maakt zich zoklein mogelijk achter een doos vol oude kranten. Hij moet zich ergensverstoppen. Waar? Dan maar die antiekwinkel in. Als hij open is, tenminste.De drie jongens komen de steeg in. Hun stemmen weerkaatsen tegen de muren."Waar zit je, weekdier. Kom maar te voorschijn."Gebukt rent Richard naar de deur en duwt. Gelukkig, hij gaat open. Snelstapt hij naar binnen en trekt de deur achter zich dicht. Hijgend blijfthij met zijn rug tegen de deur staan. Alle geluiden van buiten zijn op slagweg, het is hierbinnen doodstil. Hij staat in een donkere winkel,volgepropt met de gebruikelijke rommel die je in een antiekwinkeltegenkomt. Oude kasten, klokken, tafeltjes, maar vooral spiegels. Hangspie163
gels, passpiegels, spiegels met sierlijsten, bijna elke vierkantecentimeter van de winkel is bezet. Om de een of andere reden zijn allespiegels afgeplakt met zwart plastic. Net als Richards ogen, lijken zijnoren even tijd nodig te hebben om te wennen aan het duister. Langzaamdringt het getik van klokken tot hem door. Het is alsof de klokken langetijd stilgestaan hebben, wachtend tot iemand de winkel zou betreden, en numoeizaam weer op gang komen, als de hartslag van iemand die bijna dood was.Richard kijkt angstig naar de deur. Als de drie pestkoppen hem naar binnenhebben zien gaan, is hij verloren, is er geen uitweg meer. Dan kan hij zichalleen nog maar in zo'n oude kast verstoppen.Er klinkt een zacht kuchje. Verschrikt kijkt Richard om zich heen. Hijheeft niet gemerkt dat er nog iemand in de winkel is. Nu ziet hij detoonbank pas, half verscholen achter een groepje staande schemerlampen enkasten met afgeplakte spiegeldeuren. Er zit iemand, verborgen in hethalfduister. Gekraak van een leren stoel."Ik... eh, ik liep zomaar even binnen," zegt Richard."Praat geen onzin, niemand loopt hier zomaar binnen." Een stem, maar geengezicht, want dat blijft verborgen in schaduwen."Wat zoek je? Wil je macht? Wil je kracht?""Ik eh..." Richard aarzelt even, dan besluit hij om alles maar tevertellen. "Drie jongens zitten achter mij aan. Ik moest me verstoppen,dus..."Weer kraakt de leren stoel. De gedaante achter de toonbank beweegt, maarzijn gezicht blijft verborgen in het duister. "Dus liep je mijn winkelbinnen. Een164goede keus, jongeman. Hier is het donker, hier ziet niemand je. En ik hebprecies wat je nodig hebt.""Wat bedoelt u?"Gekraak van leer, een zacht gesnuif. "Iets waardoor je nooit meer banghoeft te zijn. Iets wat je macht over je vijanden geeft."Die vent wil mij zeker een pistool verkopen, denkt Richard. Maar zo gek benik echt niet!De deurklink beweegt. Drie schaduwen achter de glazen ruit.Daar zijn ze, denkt Richard verschrikt."Geen angst, de deur is dicht.""Maar net was hij open," zegt Richard, terwijl hij angstig naar debewegende klink kijkt."Jij had een goede reden om binnen te komen, zij niet. Daarom is de deurdicht."Een hard geluid. De winkeleigenaar heeft iets op de toonbank gelegd."Pak dit. Dan zijn je problemen voorbij."Richard aarzelt. "Wat is het?""Een soort amulet. Hij beschermt je tegen bullebakken en bozeriken."Richard kijkt naar de deur. De klink beweegt niet meer, de schaduwen zijnverdwenen. Hij ontspant een beetje. Voorzichtig baant hij zich een wegtussen kasten, tafels en spiegels met sierlijsten door. De winkeleigenaaris nog steeds praktisch onzichtbaar in de schaduwen. Er ligt een zilverenkettinkje met een hanger op de toonbank. Een met krullen versierd zilverenlijstje met daarin een voorwerp, dat uit ivoor gesneden lijkt. Het ziet eruit als een verschrompeld hoofdje met buitengewoon grote tanden en holleoogkassen.165
"Wil je het hebben?"Richard meent opeens een dringende klank in de stem van de winkeleigenaarte bespeuren. Hij kijkt naar de amulet zonder haar aan te raken."Wat is het?""Een beschermingsamulet. Eeuwenoud. Afkomstig van een of andere Perzischemummie. Die amulet heeft mij vroeger goed geholpen," zegt dewinkeleigenaar. "Ik had dezelfde problemen als jij. Ik heb het ding bewaardtot ik het aan iemand kon geven die het hard nodig heeft. Ik heb heel langmoeten wachten, maar nu ben jij er.""Geven?" vraagt Richard."Ja. Je mag haar hebben, voor niks. Wil je dat?"De leren stoel kraakt, de winkelier beweegt onrustig. Blijkbaar wordt hijongeduldig. Richard aarzelt nog steeds. Hij heeft het idee dat hijtegenover een geheimzinnige oude gek staat die hem iets aan wil smeren,terwijl buiten de drie jongens hem op staan te wachten. Maar stel je voordat dat ding echt werkt, dat het op de een of andere manier voorbescherming zorgt. Wat heeft hij te verliezen? Het is gratis."Hoe werkt het? Wat moet ik ermee doen?""Je hoeft niets te doen. Hang haar om je nek als je bedreigd wordt. Je zultde kracht ervan voelen."Er klinkt een harde bons op de deur. Gedempte stemmen dringen door hetglaswerk."Hij is hier naar binnen gegaan, ik zag het.""Maar de deur is dicht, man.""Dan wachten we, tot hij naar buiten komt.""Shit, ze zijn weer terug," zegt Richard. Hij kijkt naar de amulet op detoonbank.166"Wil je haar?" vraagt de winkelier voor de derde keer. Zijn hand komt uithet duister te voorschijn. Een pikzwarte, gerimpelde hand. Even schriktRichard, dan pas snapt hij het. Het is een handschoen van zwart leer, datis alles. Raar natuurlijk, om binnen handschoenen te dragen, maar verbodenis het niet. De gehandschoende hand schuift de amulet in de richting vanRichard."Zeg ja," sist de stem uit het duister."Wat?""Je moet ja zeggen," de stem van de winkelier krijgt weer een dwingendeklank. Opnieuw een harde bons."Ja!" zegt Richard snel.Een diepe zucht komt uit het duister."Pak aan, ze is van jou. Hang haar om je nek en je kunt iedereen aan."Richard pakt de amulet op en hangt haar om zijn hals. Meteen krijgt hij eenvreemd gevoel. Een nieuw soort zelfverzekerdheid. Komt dat door die amulet?De leren stoel kreunt. De winkelier staat op. "Gebruik haar zo weinigmogelijk.""Waarom?" vraagt Richard, want eigenlijk geeft het ding om zijn nek hem weleen prettig gevoel."Zij geeft je macht, maar zij wil er iets voor terug. Niets voor niets.Draag haar dus alleen als het nodigis.De winkelier beweegt zich iets naar voren, waardoor zijn gezicht even uitde schaduw te voorschijn komt. Een oud gezicht, de witte huid dun alsperkament, grote, gele tanden. Geschrokken deinst Richard terug."Is er iets?" vraagt de man. Hij is al weer onzichtbaar in de schaduwen.167
i"Eh, nee... dank u wel," zegt Richard."Goed, dan moet je nu maar eens gaan.""Oké, bedankt," zegt Richard en hij loopt naar de deur. Hij hoort geenstemmen meer en ook ziet hij geen schaduwen achter de ruit. Misschienhebben ze het toch opgegeven."Nou, tot ziens dan," zegt Richard en hij drukt de klink omlaag. De deurgaat gemakkelijk open. Op het moment dat hij naar buiten stapt, valt hethem op dat de klokken weer ophouden met tikken.Glenn, Robert en Simon staan niet op hem te wachten. Opeens voelt Richardzich een beetje belachelijk met die rare hanger om zijn nek. Waarschijnlijkis het allemaal onzin, die bescherming en zo. Af dat ding, denkt hij.De koude wind jaagt een oude krant door de steeg. Als een verkreukeld, witspook danst hij langs de muren. Richard kijkt ernaar, terwijl hij hetkettinkje om zijn hals met twee handen beetpakt. Maar voordat hij het afkan doen, krijgt hij een harde stomp in zijn rug. Hij krimpt ineen vanpijn."Boe!" zegt een stem achter hem.Richard gaat kreunend weer rechtop staan."Zie je wel dat hij daarbinnen was," zegt Glenn. Zijn twee makkers komen tevoorschijn van achter een koelkast waarvan de deur gesloopt is."Zullen we 'm hier even afrossen," zegt Simon met een valse glimlach. "Danweet hij meteen dat hij nooit mag weglopen als wij hem roepen."Richard draait zich om en kijkt de drie pestkoppen één voor één aan. Gekgenoeg is hij niet bang. Stelletje168slapjanussen, denkt hij. Denken ze nu echt dat ze mij iets kunnen doen?Opeens voelt hij geen pijn meer. Hij ontbloot zijn tanden en lacht op eenvreemde manier."Pak hem, jongens," zegt Glenn.Richard kijkt Glenn strak aan. "Kom dan, snotterige eikels," zegt hijzachtjes, nog steeds met een glimlach. "Waar wachten jullie op? Ik rukjullie strot eruit."De uitdrukking op Glenns gezicht verandert. Zijn glimlach verdwijnt. Hijspert zijn ogen wijd open. Simon en Robert deinzen achteruit en kijken meteen ongelovig gezicht naar Richard."Shit, we hebben de verkeerde te pakken," fluistert Robert. "Dit is Richardhelemaal niet.""Maar net was hij het nog wel," piept Simon. "Hoe kan dat?" Richardbegrijpt niet waar ze het over hebben. Hij is zich plotseling alleen maarbewust van een macht die hij nooit eerder gevoeld heeft. De drie grootsterotzakken van de school zijn bang voor hem. Dat is een fantastisch gevoel.Zijn lach wordt breder."Die tanden!" roept Simon. Zijn gezicht wordt lijkbleek. Hij draait zich omen rent weg."Zijn ogen! Wat gebeurt er met zijn ogen?!" Robert kokhalst, looptachteruit en struikelt over een doos. Glenn grijpt hem bij zijn arm ensleurt hem overeind, terwijl hij over zijn schouder doodsbang naar Richardkijkt. "Kom op, wegwezen, man, voordat..." De lange armen en benen vanGlenn zwabberen als geknakte vlaggenstokken, als hij struikelend en vallendover de troep met Robert de steeg uit holt. Richard kijkt ze na tot zeschreeuwend als bange kleuters om de hoek verdwenen zijn.169
(TITe gek! Hij heeft zijn vijanden op de vlucht gejaagd, zonder zelf ook maariets te doen. Hij heeft niets gezegd. Of toch? Zijn herinnering is eenbeetje vaag. Maar wat doet het ertoe. Ze zijn weg. Ze scheten zowat in hunbroek van angst. Stelletje mietjes.Richard kijkt in de etalageruit van de antiekwinkel. In het donkere glasziet hij alleen maar een onduidelijke weerspiegeling van zich/elf, eenbeetje vervormd door het vuil op de ruit.Die amulet werkt echt, denkt Richard. Ik weet niet hoe, maar die rarewinkelier had gelijk. Hij herinnert zich de waarschuwende woorden van deman. Vooruit dan maar. Met tegenzin doet hij de hanger af en stopt hem inzijn zak. Fluitend loopt hij naar huis."Wat ben je goedgehumeurd," zegt zijn moeder."Drie jongens zaten me achterna," zegt Richard. "Ze wilden me in elkaarstampen."Zijn moeder kijkt hem bezorgd aan. "Dat is echt een reden om fluitend thuiste komen, zeg. Ze hebben je toch niets gedaan, hoop ik?"Richard schudt zijn hoofd. "No problem, ma. Niemand doet mij iets, maak jegeen zorgen." Om de een of andere reden voelt hij dat het beter is om nietover de amulet te praten. Ongetwijfeld zou zijn moeder toch niet gelovendat de kleine hanger een geheimzinnige kracht bezit. Bovendien merkt hijdat hij er niet eens over kán praten, alsof een stemmetje hem influistertdat sommige dingen te geheim zijn om aan anderen te vertellen. "Maak jegeen zorgen," zegt hij nog eens. Moeder glimlacht en geeft hem een stevigepak- kerd. "Lieve jongen," zegt ze.170Vol vertrouwen gaat Richard de volgende dag naar school. Het is prettig omte weten dat je voor niemand meer bang hoeft te zijn omdat je een machtigbeschermingsmiddel in je zak hebt. Voor hij bij de poort van de school is,springt er plotseling iemand op zijn rug. Een lange arm wordt om zijn halsgeslagen en knijpt zijn keel dicht."Jou moet ik nog hebben, kereltje," fluistert Glenn in zijn oor. "Gisterenben je ontsnapt, toen hadden we bijna de verkeerde te pakken. Maar vandaagzal je dat .niet lukken. Ik laat me niet voor schut zetten." Glenn geefthem een harde duw. Richard valt met zijn rug tegen de muur, ook zijn hoofdknalt tegen de harde steen. Even dansen er alleen maar zwarte vlekken voorzijn ogen. Langzaam nemen die de vorm aan van Glenn, die spottend op hemneerkijkt."Zie je, ik moet mijn naam hoog houden," zegt Glenn. "En daarom ga ik jounu helemaal in elkaar trappen."Hij haalt uit met zijn voet, Richard rolt opzij en Glenn trapt keihardtegen de muur. Vloekend danst hij in het rond op één been.Richards hoofd bonkt als een gek. Hij kan nauwelijks denken. Zijn handschiet in zijn jaszak. Daar zit de amulet. Snel laat hij het kettinkje overzijn hoofd glijden. Meteen ontspant hij zich."Dat zal ik je betaald zetten, mannetje," snauwt Glenn. "Nu ben ik pas echtkwaad." Maar als hij naar Richard kijkt, zwijgt hij. Zijn mond zakt open,zijn ogen puilen uit.Richard lacht. "Moest je mij hebben?" zegt hij. Zijn stem klinkt schor envreemd. Glenn begint te gillen,171
rent weg, botst tegen een boom aan, krabbelt overeind en verdwijnt in eenmoordtempo om de hoek.Nog nooit iemand zo hard zien rennen, denkt Richard. Met zo'n snelheid zouhij gemakkelijk olympisch kampioen kunnen worden. Grinnikend loopt hij doorde poort het schoolplein op. Het plein is leeg, iedereen is al binnen. Doordie toestand met Glenn is hij nog te laat ook! Snel loopt hij het gebouwin, de gang door naar zijn klaslokaal. Hij gooit zijn kleren op de kapstoken duwt de deur open. Het geroezemoes in de klas verstomt. Alle gezichtenkijken hem aan. Ook meester Van Dorp kijkt verwonderd om. Er klinken eenpaar kreten van afschuw. Wat is er aan de hand? denkt Richard. Meester VanDorp is bleek geworden."U... u bent hier verkeerd, denk ik," zegt hij met een trilling in zijnstem. Achter in de klas begint Désirée te huilen. Andere kinderen zittenalleen maar met een ongelovige blik naar hem te kijken."Wat is er aan de hand?" zegt Richard, maar hij herkent zijn eigen stemniet. Dat vreemde, schorre geluid is niet van hem. Meester Van Dorp deinstterug. Klasgenootjes kruipen weg achter banken. Behalve Desirée beginnen nuook een paar anderen te huilen.Ze zijn allemaal bang voor mij, denkt Richard. Hoe...? Dan beseft hijopeens dat hij vergeten is de hanger af te doen. Komt het daardoor? Maarwat zien ze dan?"Gaat u alstublieft weg," zegt meneer Van Dorp met een bibberende stem.Richard ziet de zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd.Plotseling gooit Richard de deur dicht. Hij draait zich om en holt naar hettoilet. Gelukkig, daar is nielmand. Hij schiet naar binnen en draait de deur op slot. Dan kijkt hij in despiegel. De schok is zo groot dat hij wankelt en zichzelf moet vasthoudenaan de wastafel.Het gezicht dat hem vanuit de spiegel aankijkt, is niet zijn eigen gezicht.Het is een monsterlijke tronie, een levende kopie van de amulet. Eenschedel die niet op een mensenschedel lijkt, met holle oogkassen, zonderneus, alleen twee smerige, zwarte gaten."Nee!" kreunt Richard en hij slaat zijn handen voor zijn ogen. Hetspiegelbeeld dat niet het zijne is, maar toch ook weer wel, doet hetzelfde.Richard gluurt tussen zijn vingers door in de spiegel. Zijn mondhoekenrekken uit, tot aan zijn oren. Het spiegelbeeld lacht naar hem met eenmondvol enorm grote tanden en Richard moet teruglachen, of hij wil of niet.Met een kreet rukt hij de ketting over zijn hoofd en slingert hem van zichaf. Verwilderd kijkt zijn eigen spiegelbeeld hem aan. Weg is hetmonstergezicht.Zwaar hijgend leunt Richard een poos op de wasbak. Hij ziet gelukkig weerzijn eigen, vertrouwde gezicht in de spiegel. Dat andere was eennachtmerrie, een verschrikking. Geen wonder dat Glenn en zijn vrienden opde loop gingen. En geen wonder dat meester Van Dorp en de hele klas inpaniek raakten. Ik gebruik dat ding nooit meer, denkt hij. Veel teafschuwelijk. Na school mieter ik het meteen in de gracht.Hij raapt de amulet op en propt haar in zijn zak, drinkt wat water uit dekraan en gaat dan terug naar de klas. In de gang komt hij Glenn tegen. Diewordt spierwit, stapt meteen opzij en loopt zo snel mogelijk langs Richard,zijn gezicht afgewend. Richard kijkt172173
fgföë'r^1\Glenn peinzend na. Heel even trekt een glimlachje over zijn gezicht, snelals de schaduw van een wegschietende hagedis. De schrik zit er goed in bijGlenn. Eigen schuld, labbekak, denkt Richard. Dan loopt hij vlug naar zijnklas.Na school loopt Richard in de richting van de gracht, die net buiten hetcentrum van de stad ligt. Hij hoeft alleen maar de hoofdweg over te stekenen dan door drie straten te gaan.In gedachten verzonken steekt Richard de weg over. Van de ene kant is hetnatuurlijk jammer om de amulet in de gracht te dumpen, maar van de anderekant is het beter. Nooit meer wil hij dat afschuwelijke gezicht in despiegel zien."Hé, kun je niet uitkijken, pummel!"Een jongeman op een fiets kijkt hem woedend aan. Naast zijn fiets, op degrond, ligt een doos met gebroken eieren. Het eigeel druipt weg tussen destraatstenen."Sorry," zegt Richard. "Ik..."De man stapt met een rood gezicht van zijn fiets af."Sorry? Daar heb ik wat aan. Kijk eens wat je hebt gedaan, snotneus. Denkje dat de weg van jou is? Misschien heb jij een goed pak rammel nodig."Zijn hand schiet uit. Richard bukt en de hand van de man maait over hemheen. Als Richard zich weer opricht, heeft hij de amulet al razendsnel omzijn hals gehangen."Ik zei sorry," gromt hij met dat vreemde, schorre stemgeluid.Het effect is overweldigend. De man kijkt hem drieseconden zwijgend aan. In die periode springt zijn gezicht van rood opmeelwit, gaat zijn mond open in een geluidloze schreeuw en worden zijn ogentwee keer zo groot."Rot op, zachtgekookt ei!" zegt Richard en hij laat zijn tanden zien. Meerhoeft hij niet te doen."Ga weg, laat me met rust," zegt de man met een snik in zijn stem. Inpaniek springt hij op zijn fiets, blijft achter de stang haken en valttegen de grond. Piepend van angst trapt hij de fiets van zich af, krabbeltovereind en vlucht dan maar met de fiets aan zijn hand. Pas als hij eenflink eind weg is, stapt hij op en racet weg, zonder nog om te kijken.Richard doet de amulet af. Hij ziet de vreemde grijns op zijn eigen gezichtniet. In zijn jaszak klemt zijn vuist zich om de amulet.Bij nader inzien lijkt het hem beter de amulet voorlopig toch nog maar evente houden. Hij herinnert zich opeens een paar figuren met wie hij nog eenappeltje te schillen heeft. Anton van Treen bijvoorbeeld, die hem vroegerin groep drie in het werkhok van de school opgesloten heeft, waar hetstikdonker was. Volgens Anton woonde er een heks in het werkhok en Richardhad hem geloofd. Hij had zijn keel schor geschreeuwd en in zijn broekgeplast van angst, voordat eindelijk iemand hem bevrijd had. Wat hadden deanderen gelachen, toen ze zijn natte broek zagen. En dan had je nog JacoSweijters, die hem twee jaar geleden van het klimrek geduwd had. Expres.Een lichte hersenschudding en een gebroken enkel had Richard eraanovergehouden. Jaco heeft zich daar nooit voor verontschuldigd. En dieafschuwelijke Eli
174175
sabeth Prooijers herinnert Richard zich ook nog goed. Tijdens hetschoolkamp vorig jaar, had zij hem angstaanjagende verhalen over geestenverteld. Richard had geen oog dichtgedaan en was zich letterlijk bijna doodgeschrokken, toen Elisabeth midden in de nacht met een laken over zich heenaan zijn bed verscheen. En zo zijn er nog een paar grappenmakers die nodigeens een lesje moeten hebben. Misschien zijn ze al lang vergeten wat ergebeurd is, maar Richard herinnert zich alles nog haarscherp.De grijns zit nog steeds op zijn gezicht als hij thuiskomt."Wat lach je raar, Richard," zegt zijn moeder. "Ben je soms verliefd? Ofheb je iets gedronken wat je niet mag drinken? Of allebei?""Binnenpretje, ma." Richard merkt dat het moeite kost zijn gezicht weer inde plooi te krijgen. "Ik hoef voor niemand meer bang te zijn. Dat is eenmachtig gevoel." Hij geeft haar een kus."Hè, wat voel je ruw aan," zegt zijn moeder. "Begin je al baardgroei tekrijgen?"Richard wrijft over zijn wang. Zijn huid voelt droog en schilferig aan.Komt zeker van de koude wind. Ach, dat is morgen weer over, denkt hij.De volgende avond is Anton van Treen aan de beurt. Richard verrast hem ophet moment dat hij zijn hond aan het uitlaten is. De hond, een mottig gevalmet witte en bruine vlekken, staat met zijn poot opgeheven in de goot.Anton staat onder een lantaarnpaal en trekt ongeduldig aan de lijn. "Komop, pis eens wat sneller,176Zip. Ik moet mijn huiswerk nog maken." Op dat moment steekt Richard zijnhoofd uit de struiken."Psst, Anton," gromt hij. Anton draait zich om. Hij ziet de monsterlijkekop uit de struiken steken. Het licht van de lantaarnpaal schijnt op deholle oogkassen. Anton verstart en staat daar roerloos. De lijn glipt uitzijn hand. De hond werpt één blik op Richard, jankt hartverscheurend enschiet als een speer weg."Denk jij dat heksen bestaan, Anton?" fluistert Richard, terwijl hij uit destruiken stapt.Anton geeft geen antwoord."Vergeet het maar, etterkop" zegt Richard met een hese stem. "Er bestaanveel ergere dingen! Kijk maar naar mij."Nog steeds beweegt Anton niet, maar er druppelt wel iets uit zijnbroekspijp op zijn schoen. Richard grijnst, waardoor zijn gezicht nogmonsterlijker wordt, als een rubberen masker, dat van oor tot oor wordtuitgerekt. Op dat moment komt Anton weer tot leven. Hij schreeuwt keihard,deinst terug, draait zich om en rent gillend en schreeuwend weg.Richard balt zijn vuist. "Yes!" Hij kijkt omhoog naar de sterren.Eindelijk, na al die jaren. Wraak! En dit is nog maar het begin, denkt hij."Richard, je moet eens een keer naar de tandarts gaan," zegt zijn moederdie avond, als hij thuiskomt."Waarom, ma?" Richard glimlacht. Hij moet nog steeds aan Anton denken, dievan angst in zijn broek stond te pissen.Moeder kijkt hem onderzoekend aan. "Ik weet het niet. Misschien moet je eenbeugel of zo. Het is net of177
je tanden de laatste tijd gegroeid zijn. En of ze te ver uit elkaar gaanstaan."Boven in de badkamer inspecteert Richard zijn gebit. Niets aan de hand.Zijn tanden zien er gezond en stevig uit. Wel heeft hij een paar vreemdeplekken op zijn kaak. Lijkt wel eczeem of zoiets. Als hij erover wrijft,laten een paar schilfertjes los. Niks om je zorgen over te maken. Er zijnveel belangrijkere dingen in de wereld. Zoals Elisabeth Prooijers,bijvoorbeeld. Die heeft ook nog wat van hem te goed.Elisabeth woont in een flat. Als zij uit de lift stapt, schiet Richard inzijn monsterlijke gedaante uit het trapgat te voorschijn. Zij begintloeiend te krijsen en kan niet meer ophouden."Kijk maar goed, Elisabeth," fluistert Richard. "Jij zegt toch dat geestenbestaan? Je hebt gelijk, ik ben er een." Elisabeth staat nog steeds tekrijsen, ook als Richard al lang weer in het duister verdwenen is.Richard heeft zich zelden zo goed gevoeld. Het is zo simpel om macht overanderen te hebben, als je maar de juiste middelen hebt. En hij heeft hetjuiste middel. Hij begrijpt nu zelfs een beetje waarom Glenn en zijnvrienden zo hun best doen om anderen te vertrappen. Het gevoel van macht,daar gaat het om. Dat geeft een kick. En hij hoeft er haast niets voor tedoen. Alleen maar dat kettinkje om zijn hals en zijn gezicht doet de rest.Het is fantastisch. Morgen is Sweijters aan de beurt."Je ziet er niet goed uit, Richard," zegt zijn moeder. "Je bent magerdergeworden. En er is iets raars met je178gezicht aan de hand. De laatste tijd kom je ook elke avond zo laat thuis.Wat spook je eigenlijk uit? Je doet toch geen rare dingen, hè?""Natuurlijk niet, ma," zegt Richard. "Ik voel me juist geweldig. Heus, maakje geen zorgen." Hij leunt op het aanrecht en zwaait het kettinkje met deamulet rond met zijn hand."Wat is dat voor een ding?" vraagt moeder. "Dat heb ik nog nooit gezien."Snel stopt Richard de amulet in zijn zak. "Oh, zomaar een dingsigheidje,ma.""Laat eens zien." Moeder gebaart met haar vinger. Met tegenzin haaltRichard de amulet uit zijn zak. Moeder pakt de ketting uit zijn hand enkijkt met gefronste wenkbrauwen naar de hanger. "Hoe kom je daaraan?""Gewoon. Gekregen van een antiekhandelaar. Voor niks.""Ja, dat kan ik me voorstellen," zegt moeder. "Zoiets koopt natuurlijkniemand, daarom geeft hij het weg. Is hij er zelf vanaf. Wat eenafschuwelijke hanger. Die hang je toch zeker niet om je nek." Ze huiverteven."Ach, nee, ik bewaar hem in mijn zak, zomaar voor de lol," zegt Richard."Nou, ik vind er geen lol aan," zegt moeder. "Wat een vreselijk kopje isdat, met die tanden en die holle ogen. Ik heb liever dat je dat dingweggooit. Het geeft me een akelig gevoel."Richard graait de amulet uit haar hand en stopt haar terug in zijn zak."Wegdoen? Dat zou je wel willen," snauwt hij. "Waar bemoei je je eigenlijkmee, stom mens. Ze is van mij."179
iIMoeder kijkt hem geschokt aan. "Richard..." stamelt ze. Dan loopt zesnikkend de woonkamer in. Richard rent de trap op en smakt zijnslaapkamerdeur achter zich dicht. Woest laat hij zich op zijn bed vallen.Wat denkt ze wel! Huh! Ze wil de amulet natuurlijk zelf hebben. Ze wil demacht zelf hebben. Maar niemand krijgt haar. Niemand!Boze gedachten woeden in zijn hoofd, tot hij ten slotte in slaap valt.Midden in de nacht slaat hij zijn ogen op. Hij schiet overeind in zijn bed.Wat heb ik gedaan? denkt hij. Ik heb mama uitgescholden. Ik heb me als eenmonster tegen haar gedragen. Zoiets heb ik nog nooit gedaan. Ik lijk welgek! Zwetend stapt hij van het bed. Hij heeft al zijn kleren nog aan, zelfszijn jas en zijn schoenen."Ben zo in slaap gevallen," mompelt hij met een schorre stem. "Moet naarmama toe. Zeggen dat het me spijt." Nog slaapdronken loopt hij de overloopop. Het is donker in huis. Zijn moeder slaapt al lang.Misschien is ze wel huilend in slaap gevallen, denkt hij. Hoe kon ik zoafschuwelijk tegen haar doen.Richard voelt zich ellendig. Zijn kleren plakken aan zijn lichaam. Hij isvan top tot teen bezweet, alsof hij koorts heeft.Eerst mijn gezicht wassen in de badkamer, denkt hij. Dan mama wakker maken.Hij duwt de deur van de badkamer open, trekt aan het koordje van het lichten draait de kraan open. Met twee handen gooit hij het water in zijngezicht. Dat verkoelt tenminste. Hij pakt de handdoek van het rekje180en droogt zijn gezicht voor de spiegel af. Enkele seconden blijft hijroerloos voor de spiegel staan. Diepe, holle oogkassen kijken hem aan overde handdoek. Als hij de handdoek laat zakken, ziet hij zijn hele gezicht.Hoe kan dat nou? Ben ik vergeten de hanger af te doen? Zenuwachtig frommeltRichard aan de kraag van zijn blouse. Geen ketting om zijn hals. Hij voeltin zijn jaszak. Daar vindt hij de amulet. Zijn blik schiet heen en weer vande amulet naar de spiegel. Dat kan toch niet! Het werkt toch alleen als hijde hanger om zijn hals draagt? Zijn hart klopt razendsnel. Er is iets mis.Er is iets goed mis!Hij voelt met zijn handen aan zijn gezicht. Het spiegelbeeld doethetzelfde. Harde botten voelt hij, een rimpelige huid, dun als perkament."Nee!" fluistert hij. Maar zijn spiegelbeeld lacht breed naar hem en of hijwil of niet, hij moet teruglachen. Hij voelt zijn mondhoeken uitrekken, deenorme tanden komen te voorschijn. Richard wil schreeuwen, maar vanuit despiegel lacht zijn monstergezicht naar hem.Oh, shit, oh, shit, ik ben veranderd, denkt hij. Ik ben écht veranderd.De waarschuwing van de antiekhandelaar klinkt in zijn hoofd. "Gebruik haarzo weinig mogelijk, alleen in noodgevallen, want zij wil er iets voorterug. Niets voor niets.""Ik was het vergeten," fluistert Richard. "Ik heb er helemaal niet meer aangedacht. Het was zo makkelijk. Ik wilde alleen maar..."Hij wankelt en zoekt met twee handen steun bij de spiegel. Dan pas ziet hijdat zijn handen ook veranderd zijn. Dunne, benige vingers met lange, gelenagels. De181II
botten zijn zichtbaar onder de flinterdunne huid. De handen van een mummie.Richard rukt de bovenste knoopjes van zijn blouse open. Sleutelbeenderen enribben onder vergeeld, gerimpeld vel.Er komt een zacht jankend geluid uit Richards mond. Op de overloop klinkthet geluid van een deur. Moeder is wakker geworden. In paniek kijkt Richardom zich heen. Zij mag hem niet zien zo."Richard? Ben jij daar?" Moeder klopt op de deur van de badkamer. "Ben jein orde, lieverd?""Ga weg!" hijgt Richard. Hij verbergt zijn gezicht onder de handdoek. Opdat moment maakt moeder de deur open."Richard, ik ben heus niet boos op..." Hij stormt langs haar heen, debadkamer uit, de handdoek tegen zijn gezicht gedrukt. "Richard, wat..."Hij luistert niet, dendert de trap af, stormt door het halletje naarbuiten, trekt de voordeur in het slot. Het is doodstil op straat. Zwaarhijgend kijkt hij om zich heen. Iemand moet hem helpen. Wie? Deantiekhandelaar natuurlijk. Hij moet de amulet terugnemen, zodat alles weergoed komt. Nu. Met de handdoek over zijn hoofd rent Richard de straat uit.De steeg vindt hij makkelijk terug. Er lijkt niets veranderd. Alleen nogmeer rotzooi dan de vorige keer. En de wind is kouder en gemener. Richardstrompelt de steeg in. Het is net of zijn benen niet meer willen, of ze vankarton zijn. Hij botst tegen kratten aan, schopt dozen omver, struikelt enkrabbelt weer overeind. De182Ihanddoek laat hij op de grond liggen. Hier heeft hij die niet meer nodig.Papier ritselt in de wind. Kleine oogjes blinken in het donker. Ratten, diewegvluchten voor zijn voeten.Daar is de winkel al. Hij ziet er net zo doods en verlaten uit als devorige keer. De deur is op slot. Natuurlijk, het zou wel gek zijn als hijmidden in de nacht open was. Richards ogen zoeken. Nergens een bel. Hijpakt de klink met twee handen beet en rammelt. Open! Die deur moet open."Laat me erin!" Zijn stem is zwak, krakend, oud. Als op zijn bevel zwaaitde deur langzaam open.Richard stapt naar binnen. Meteen hoort hij het regelmatige getik vanklokken. Hij kijkt rond. Van alle kanten strompelen donkere gedaanten ophem af. Afwerend heft Richard zijn handen op. De gedaanten doen hetzelfde.Het zijn spiegelbeelden. Tientallen spiegelbeelden van hemzelf. Hijherinnert zich de spiegels, maar de vorige keer waren ze afgeplakt. Nu ishet zwarte plastic verwijderd."Hallo, is er iemand?" roept Richard met een zwakke stem. Hij probeertlangs de spiegels heen te kijken, om niet dat afschuwelijke beeld vanzichzelf te hoeven zien. Die kromme gedaante, met armen en benen alsstaken, dat verkreukelde gezicht."Ah, ben je daar," zegt een stem van achter uit de winkel. "Ik wist wel datje terug zou komen, vroeg of laat."Richard strompelt naar voren, naar de toonbank. "U moet de amuletterugnemen," hijgt hij. "Ik hoef haar niet meer." Hij vist de ketting metde hanger uit zijn jaszak en gooit hem op de toonbank.183
184"Het spijt me, maar dat is onmogelijk." Een zachte klik. Achter de toonbankflitst een schemerlamp aan. Onder de lamp zit een man in een zwarte, lerenstoel. Hij lijkt een jaar of vijftig. Bleek gezicht, alsof hij nooit de zongezien heeft, lang haar in een staart gebonden die achter zijn schoudersverdwijnt. Plotseling pakt hij een spiegel onder de toonbank vandaan en zethem voor Richard neer. Met een kreet slaat Richard zijn handen voor zijngezicht."Kijk!" zegt de man. "Want zo zul je er uitzien, tot er iemand komt die deamulet nodig heeft, die haar van je overneemt.""Wat bedoelt u?" fluistert Richard. "Ik wil haar niet meer. U moet haarterugnemen. Ik wil er niet zo uitzien, als... als een mummie.""Aah! Maar je bént een mummie," zegt de man. "Op dit moment ben jefeitelijk dood. Je hebt mijn raad in de wind geslagen. Ik had jegewaarschuwd, maar je hebt niet goed geluisterd. Je hebt haar te vaakgebruikt". Hij wijst naar de amulet. Dan staat hij op. Zijn paardenstaartis ongelooflijk lang en hangt bijna tot op de grond. "Ik weet hoe het is,"zegt hij. "Ik voel met je mee, maar op den duur wen je eraan. Ik was netals jij, dertig jaar geleden. Ik kreeg de amulet in deze winkel, van devorige eigenaar. Ik gebruikte haar ook te vaak, nam wraak op iedereen diemij ooit iets had aangedaan. Die macht, dat was geweldig. Tot ik op een dagin de spiegel keek. Toen was het te laat. Ik was een mummie geworden, netals jij.""Maar... hoe kan dat?" fluistert Richard schor.De man kijkt vrolijk naar Richard en haalt zijn schouders op. "Simpel. Deamulet geeft je macht,185^maar zij wil er iets voor terug. Zij wil leven, zij neemt je lichaam over.Maar nu ben ik eindelijk weer mezelf, dankzij jou. Ik leef weer, alleen benik een flink stuk ouder. Ach, door schade en schande word je wijs. Dertigjaar lang heb ik moeten wachten, voor iemand de amulet wilde overnemen.Jij. Je hebt mij bevrijd. De winkel is nu van jou." De man loopt naarachteren, komt terug met een lange jas en trekt die aan. "Ik wens je veelgeluk. De regels zijn eenvoudig. Als er iemand komt, moet je hem eerstwaarschuwen. En hij moet ja zeggen. Je mag de amulet niet stiekem in zijnzak stoppen, bijvoorbeeld." Hij zet een hoed op."Nee," zegt Richard in paniek. "U mag niet gaan. U kunt mij zo nietachterlaten."De man kijkt hem aan en glimlacht. "Oh, jawel, hoor. Ik kan niet wachtentot ik eindelijk buiten ben. Ik moet nodig eens naar de kapper. Gek, hè,mijn haar is dertig jaar lang blijven groeien, terwijl ik een mummie was.Misschien gebeurt dat bij jou ook."Richard steekt hulpeloos zijn hand uit. "Help me, alstublieft. Ik...""Het spijt me, ik kan je verder niet helpen. Dat zul je zelf moeten doen.Misschien komt er morgen al iemand, misschien over dertig jaar. Tabé." Metgrote stappen loopt de man naar de deur. "Oh, da's waar ook," zegt hij metzijn hand op de klink. "Als ik jou was, zou ik die spiegels weer afplakken.Dat heb ik ook gedaan, toen ik nog was zoals jij. Ik kon mijn gezicht nietmeer verdragen.""Wacht!" roept Richard, maar de deur valt in het slot. De man is verdwenen.Onmiddellijk is het doodstil in de winkel. Alle klokken zijn opgehouden mettikken.186Richard staart tussen zijn vingers door naar de spiegel op de toonbank. Hijwil huilen, maar het gaat niet. Mummies hebben geen tranen. Zijn handschiet uit, de spiegel klettert tegen de grond. Glassplinters steken inzijn hand. Geen bloed. Mummies bloeden niet. Een razende woede maakt zichvan hem meester. Als een dolle strompelt hij door de winkel. Links en
rechts slaat hij om zich heen. Glas vliegt in het rond, spiegels gaan aanscherven. Het deert hem niet dat zijn huid scheurt, dat splinters in zijngezicht vliegen. Hij voelt niets. Alleen woede, machteloosheid en spijt.Ten slotte keert hij terug naar de toonbank, doodmoe, uitgeblust.De ravage in de winkel is enorm, geen enkele spiegel is meer heel. Richardkijkt naar de scherven die over de vloer verspreid liggen. Morgen zal hijdie opvegen. De winkel moet er netjes uitzien als er een klant komt. Hijloopt om de toonbank heen en gaat in de leren stoel zitten. De amulet ligtnog steeds op de toonbank. Richard trekt een la open. Hij legt de amuleterin. Dan drukt hij op het knopje van de schemerlamp. Het licht gaat uit.Richard zit achter de toonbank in de stoel, in het donker. Hij wacht...187zap!De donkere antiekwinkel lost op in kleine stippel tjes.Terug in de AW-bus. Berry zit nog steeds in dezelfde houding. Het lijkt ofhij slaapt. Richard hangt doodstil tegen de rugleuning van zijn zitplaats.Opeens zakt zijn hoofd opzij op zijn schouder en Shakir kijkt recht in eengezicht met ingevallen wangen vol rimpeltjes en lege oogkassen."Aaah!" Shakir gilt en springt van schrik achteruit. "Kijk dan! Het is jouwschuld!" schreeuwt hij tegen Lydia. "Richard wou stoppen, maar jij wildesteeds verder gaan. Nou is hij een mummie geworden.""Doe niet zo hysterisch, man," snauwt Lydia. "Er is niets met hem aan dehand."Zwaar hijgend kijkt Shakir nog eens naar Richard. Er is niets vreemds aanhem te zien, behalve dan dat hij niets zegt en stil voor zich uit staartnaar een onzichtbaar punt. Maar zijn huid is glad, zonder rimpeltjes. Hijlijkt in de verste verte niet op een mummie. Shakir wrijft met zijn handenover zijn gezicht. Hoe kan hij zich zo vergist hebben! Ik word langzaamgek, denkt hij."Weet je nog," zegt de stem van Onnoval vlak achter hem, "in de AndereWerkelijkheid is niets wat het lijkt.Misschien zag je alleen maar wat je verwachtte te» zien.Shakir kijkt de schrijver verward aan. "Wat bedoeltu?'De schrijver knikt naar Lydia. "Zij is een meisje naar188mijn hart. Zij is niet bang, zij zag niet wat jij meende te zien." Vanuitzijn ooghoek ziet Shakir Lydia glunderen."En wat wilt u daarmee zeggen?""Misschien," zegt Onnoval, en zijn gezicht verandert haast onmerkbaar envervormt tot een vleermuizen snuit. "Misschien ben jij gewoon eenschijtluis!""Nee!" roept Shakir. "Dit is niet echt. Niet echt! Ik ben niet hier! EddyC., haal me terug!""Niet echt?" zegt Onnoval. "Wat doe jij dan in deze bus." Hij trekt eenwenkbrauw op en fluistert in Shakirs oor: "Heb jij eigenlijk wel eenstrippenkaart?"Verbluft kijkt Shakir opzij, maar Onnoval staat al weer aan de andere kantvan hem."Aha, geen kaartje dus. Dan roepen we de conducteur erbij.""Conducteur? Strippenkaart? Waar hebt u het over,i » ik...
Shakir zwijgt. Achter de rugleuning van zijn zitplaats duikt opeens eenzwarte figuur op, alsof die daar de hele rit al heeft zitten wachten. Hetis een conducteur in een zwart pak, met een zwarte pet op. Hij heeft eenakelig bleek gezicht en kijkt Shakir ernstig aan. "Mag ik uw kaartje zien?""Kaartje?" zegt Shakir. "Ik heb geen kaartje. Wat is dit voor...""Aha, u bent een zwartrijder dus," zegt de conducteur. "Daar staat eenboete op, dat weet u.""Boete? Ik...""Kom, kom, geen flauwekul, kin omhoog, zodat ik bij uw hals kan." Deconducteur spert zijn mond wagenwijd open en plotseling schiet zijn hoofdnaar189lvoren, snel als een slang die aanvalt. Shakir gilt als hij de lange,scherpe hoektanden ziet."Genoeg!" zegt Onnoval. Hij knipt met zijn vingers en de conducteur isverdwenen, opgelost in stippeltjes."Dat," zegt de schrijver, "was ook een figuur uit een verhaal van mij. Zolevensecht zijn mijn verhalen nou. Grappig, hè!"Shakir ligt hijgend van angst op de grond, zijn handen tegen zijn keelgedrukt. Hij krimpt ineen en slaat zijn armen om zich heen. De spottendelach van Lydia snijdt als een mes door hem heen. "Schijtluis," zegt zij."Hij wil terug, maar helaas, dat kan niet," zegt Eddy C. "Vindt u het ookzo spannend, meester? Wilt u nu dan iets leuks zien?" Langzaam neemt hijzijn zonnebril af. Zijn ogen glanzen. Ze zijn vuurrood, alsof hij lenzengevuld met bloed draagt. Meester Jacques heeft kramp in zijn kaken, omdathij zijn pijp niet uit zijn mond kan nemen en hem tussen zijn tandengeklemd moet houden. Het is zijn lievelingspijp, een heel dure, die hijliever niet op de grond laat vallen. Nu bijt hij haast de steel in tweestukken van schrik. "Wat ben jij voor een monster, Eddy C.," hijgt hij."Hoe ben jij zo geworden? Waarom doe je dit allemaal?"Eddy C. lacht zachtjes. "Omdat het moet van mijn meester.""Jouw meester? Wie is dat?""Mijn meester is meneer Onnoval," zegt Eddy C. met eerbied in zijn stem."Hij was een schrijver, een beroemde schrijver. En hij was ook eenvampier.""Een vampierschrijver?" zegt meester Jacques met een stem vol ongeloof.Eddy C. knikt. "Wij hadden hem gedood, verbrand, een paar jaar geleden ophet kerkhof. Ik en mijn vrienden van toen, Hassan, André en Anke. Maar zijngeest leefde voort. Hij bezocht mij en vertelde mij wat ik moest doen. Ikwerd zijn dienaar. Beentjes, die eigenlijk al in zijn graf lag, kroop erweer uit en werd mijn hulpje. Samen hebben we de Griezelbus omgebouwd engemoderniseerd. Jaren werk was dat. Wij hebben de Andere Werkelijkheidgeschapen. En in de AW kan mijn meester voortbestaan als computerbeeld. Zokan hij toch weer zijn verhalen vertellen, ze zelfs zichtbaar maken. Envoor de gein heb ik van Beentjes ook een computerbeeld gemaakt. Dat vindthij best leuk, hè, Beentjes."De kaken van het doodshoofd klapperen luid, als Beentjes enthousiast knikt.Meester Jacques heeft ademloos zitten luisteren. Hij begrijpt er geen bietvan en vindt het een volslagen krankzinnig verhaal."Waarom werd jij de dienaar van die Onnoval?" zegt hij schor. "Dat snap ikniet."
Eddy C. legt zijn vinger op zijn hals. Meester Jacques ziet twee rode,opgezwollen littekens."Ik was uitverkoren," zegt Eddy C. met trots in zijn stem. "De meester hadmij gemerkt met zijn hoektanden, kort voordat hij stierf. Daardoor kon zijngeest mij bereiken. Hij zoog mij leeg, zorgde ervoor dat ik geen last meerhad van menselijke gevoelens."Meester Jacques huivert om de koele manier waarop Eddy C. beschrijft hoehij eigenlijk in een zombie veranderd is. Een willoze pop die de wensen vaneen vreselijke geest uitvoert.190191
"Ik keerde 's nachts terug naar het kerkhof," gaat Eddy C. verder. "Daarheb ik zijn boek weer hersteld met mijn bloed." Trots toont hij hetlitteken op zijn onderarm."Zijn boek? Welk boek?" Meester Jacques begrijpt er steeds minder van. EddyC. haalt het handgeschreven exemplaar van De griezelbus te voorschijn enlaat het aan meester Jacques zien."Dit boek, het levenswerk van mijn meester. Anke had het verbrand. Nietsdan as was ervan over. Maar ik heb mijn bloed op de as gedruppeld endaardoor werd de as weer een boek.""Wat wil hij dan nog meer, die Onnoval?" fluistert meester Jacques."Oh, heel eenvoudig. Hij wil meer zijn dan alleen maar een geest en eencomputerbeeld in de AW. Hij wil ook weer echt bestaan in zijn eigen lichaamvan vlees en bloed. Hij is gedood door vier kinderen, drie jongens en eenmeisje. Ze hebben hem verbrand tot een hoopje as. Om hem weer tot leven tewekken zijn de levens van vier kinderen nodig, drie jongens en een meisje."Meester Jacques voelt zijn bloed bevriezen in de aderen."Wat bedoel je daarmee?" fluistert hij."Simpel," zegt Eddy C. vrolijk. "Hun bloed moet op zijn graf gedruppeldworden in de Andere Werkelijkheid ...""Ben ik nou eindelijk aan de beurt?" zegt Lydia. "Ik wil onderhand ook eenavontuur beleven. Lijkt me een waanzinnige kick." Ze kijkt Onnoval brutaalaan.192"Lydia, doe niet zo stom," zegt Shakir met een krachteloze stem. "Kijk dannaar Berry en Richard. Wil jij er straks ook zo uitzien? Zo suf, zolevenloos?""Het zijn gewoon slappelingen, net als jij," zegt Lydia. "Maar ik ben nietzoals jullie. Ik wil alles meemaken."Onnoval begint luid in zijn handen te klappen en de chauffeur rateltvrolijk mee met zijn botten."Bravo, meisje, bravo. Dapper gesproken. Jouw wachten wordt beloond, wantwe zijn bij de volgende halte aanbeland." De bus remt knarsend en door deruit wordt een groot gebouw zichtbaar. VAN DER EINDE STUDIO prijkt inneonletters op de voorgevel.Onnoval slaat zijn boek open. "In ons volgende verhaal speelt een tv-studioeen belangrijke rol." Licht vlamt van de bladzijden."Doe het niet, Lydia. Houd ermee op, alsjeblieft," smeekt Shakir. MaarLydia kijkt niet eens naar hem. Haar ogen zijn alleen maar op het boekgericht. Ze wil het verhaal in, dat is duidelijk.Hulpeloos kijkt Shakir naar de twee andere jongens. "Richard, Berry, houdhaar tegen. Zeg dan iets."Richard en Berry zeggen niets. Allebei staren ze glazig voor zich uit.Shakir krabbelt overeind. Hij wil Richards schouder beetpakken, maar zijnhand schiet dwars door Richards arm heen. Da's waar ook. Even was hijvergeten dat zij ook computerbeelden zijn.Misschien kan er dan toch niets gebeuren, denkt hij. In elk geval is hijmachteloos. Lydia staat op het punt om de hoofdrolspeelster in het volgendeverhaal te worden. Niets kan haar van gedachten doen veranderen.193Onnoval houdt het geopende boek vlak voor haar gezicht. De schrijver draaitzijn hoofd plotseling naar Shakir. "Gaje mee kijken, of niet...schijtluis?"
"Ik ben geen schijtluis," fluistert Shakir. "En ik wil weten wat er metLydia gebeurt."Onnoval glimlacht en wenkt hem. "Kom dan..."flits!,-*;/C'«a»*sll194"Waarom lees jij toch altijd dat soort boeken, Lydia?" Met een bedenkelijkgezicht kijkt vader naar de kaft van het boek waarmee zijn dochter in deleunstoel zit, benen opgetrokken, twee kussens achter haar hoofd. Het boekheet Griezelhandboek en Lydia zit er al de halve avond in te lezen.Ze kijkt even op. "Omdat het gaaf is, pap. Het gaat over monsters, waar zevandaan komen en wat je ertegen kunt doen als ze je aanvallen en zo.""Als ze je aanvallen en zo," herhaalt vader. Hij grijpt met een overdrevengebaar naar zijn voorhoofd. "Ik dacht dat ik een intelligente dochter meteen goede smaak had. Hoe kan ik me zo vergist hebben!""Pech, pap," grinnikt Lydia. "Je kunt me nu niet meer inruilen. Daar is hette laat voor.""Mag ik dat boek eens?" zegt vader. "Ik ben benieuwd wat er nou zointeressant aan is." Hij plukt het Griezelhandboek uit Lydias handen enloopt er snel de kamer mee uit."Hé, waar ga je naartoe met mijn boek?""Naar bed," roept vader vanaf de trap in de hal. "Ik moet morgen vroeg op,om mama op te halen van het station en dit lijkt me echt een boek waarbijik snel in slaap val. Maak jij het ook niet te laat?""Leuk hoor, nou kan ik niet meer lezen," zucht Lydia. Dan grinnikt ze. Papazal inderdaad wel vlug in slaap vallen met het Griezelhandboek. Wat hijspannend vindt, zijn boeken over oude Romeinse vazen en dat soort dingen.Van de grootste hobby van zijn dochter snapt hij geen fluit. Lydia is dolop alles wat195imet griezelen te maken heeft: boeken, films, stripverhalen. Haar favorietecd is De Griezel-cd van Vof de Kunst.Lydia grijpt de afstandsbediening en drukt op een knop. Misschien zenden zeergens nog een leuke, oude griezelfilm uit. Zo eentje waar je bij demonsters de ritssluitingen op de rug nog kunt zien. Die zijn best grappig.De zenders flitsen voorbij. Praatprogramma's, een koor dat kerkliederenzingt, nog meer praatprogramma's, Oprah Winfrey, sport, een tv-dominee.Lydia gaapt. Nergens een leuke film."Hé, wat was dat?" Lydia zapt terug naar de vorige zender."Welkom, late kijkers, in de Horrorstudio. Snelle bellers kunnen vanavondweer mooie prijzen winnen." De man op het scherm is gekleed in een vuurroodpak. Zijn gezicht is spierwit geschminkt en hij draagt een rode, hoge hoed
met horentjes. Het decor bestaat uit grafstenen, die er bedrieglijk echtuitzien. De presentator staat op een graf en leunt op de steen. Naast hem,boven op de grafsteen, staat een rode telefoon. Langzaam legt Lydia deafstandsbediening op de stoelleuning. Ze gaat er eens goed voor zitten. Ditis haast net zo leuk als monsters met ritssluitingen."Zit u klaar bij de telefoon?" vraagt de presentator. "Als u het antwoordop de volgende vragen weet en snel belt, maakt u kans op... een zombie."Lydia rolt haast uit haar stoel van het lachen. Dit wordt dikke pret. Ophet scherm verschijnt de vierkante kop van het Monster van Frankenstein inzwart wit. Onder in het beeld knippert een telefoonnummer:1960666-666, l gulden per minuut.Lydia pakt snel de draadloze telefoon. Ik doe mee, denkt ze. Misschien winik wel zo'n kartonnen zombie. Dat wordt lachen als papa die ziet."Nou, kom op met die vragen," zegt ze. "Wedden dat ik het antwoord weet,want die film heb ik al duizend keer gezien."De presentator verschijnt weer in beeld."Daar gaat-ie: hoe heet deze film, in welk jaar kwam hij uit, wie speeldede hoofdrol en wie was de regisseur." Nog voor de presentator isuitgesproken, rinkelt de telefoon in de studio al.Lydia houdt de hoorn tegen haar oor, haar blik strak op het scherm gericht.Stel je voor dat zij echt de eerste is die belt. Dan... Klik. "Met deHorrorstudio," klinkt het aan de andere kant van de lijn. "U bent de eerstedie belt. Weet u het antwoord op de vragen?"Van schrik zegt Lydia een moment helemaal niets. Dan ratelt ze in detelefoon:,, Frankenstein, Negentien eenendertig, Boris Karloff, JamesWhale."De presentator kijkt Lydia vanaf het scherm aan. Hij neemt de hoed met dehoorntj es af, gooit hem in de lucht en roept: "Dat is... goed!" Er klinkteen geratel, alsof honderden botten op een tegelvloer kletteren. Voor degrafzerken rijzen papieren zombies op, die applaudisseren. Plasticvleermuisjes fladderen langs de camera. Er klinkt orgelmuziek."Gefeliciteerd," zegt de presentator. "Onze eigen, vers opgegraven zombiekomt zo spoedig mogelijk naar je toe. Veel plezier ermee. Geef je adreseven door aan de regisseur van de Horrorstudio. Dan gaan wij nu verder metde hoofdfilm van vanavond: De Wandelen197
de Ingewanden. En vergeet het niet, wij zenden de hele nacht uit."Lydia geeft haar adres door aan de regisseur van het programma."De zombie wordt per expresse afgeleverd," verzekert hij haar. "Veelplezier ermee."Als Lydia de telefoon neerlegt, kan ze het nog nauwelijks geloven. Ze heefteen prijs gewonnen. Wanneer zal hij komen? Ze kan haast niet wachten.Hartstikke gaaf om zo'n kartonnen zombie op je slaapkamerdeur te plakken.Dan durft niemand meer naar binnen. Ze is te opgewonden om naar bed tegaan. Ze kijkt een poosje naar 'De Wandelende Ingewanden', maar zet de tvdan uit. Niet griezelig, niet grappig, alleen maar vies, denkt Lydia. Opdat moment schijnen er lichten door de gordijnen. Een auto stopt voor hethuis.Hé, is mama misschien al eerder naar huis gekomen? denkt Lydia. Dat zoufijn zijn voor papa. Hoeft hij morgen niet zo vroeg op.Ze loopt naar het raam en schuift het gordijn een stukje opzij. Midden opde weg staat een auto met draaiende motor. Het is geen taxi. DEHORRORSTUDIO staat er in lichtgevende letters op het dak.Lydias hart begint sneller te kloppen. Dat is pas snel, denkt ze. Ze komende prijs zelf brengen. Wat een service.Een deur gaat open en een gestalte stapt moeizaam uit. De deur gaat dicht,de auto rijdt weg. De persoon die uitgestapt is, loopt wankelend hettrottoir op. Onder een lantaarnpaal blijft hij staan. Zijn hoofd beweegtvan links naar rechts en het licht glijdt over zijn gezicht. Zelfs vanuithet huis kan Lydia de staren198de blik in de ogen zien, de gaten in de rottende wangen en de dunne, witteharen, die als slierten touw van de schedel afhangen.Lydia verstijft achter het gordijn. Zij herkent een zombie wel, als ze ereen ziet. Daar, over het tuinpad, komt haar prijs aangewandeld: eenlevensechte wandelende dode.Lydia gilt en trekt het gordijn dicht. Angstig kijkt ze om zich heen. Watnu? Wat moet ik doen?Plotseling rinkelt de telefoon. Ze rent ernaartoe en pakt de hoorn."Ja, hallo, hier met de Horrorstudio. Je bent weer rechtstreeks in deuitzending. Ik bel even om te vragen of de zombie heelhuids is aangekomen.""Ja. Nee. Ik bedoel, hij is nog buiten, maar ik hoef hem niet," gilt Lydia.Er wordt op de voordeur gebonkt."Daar is hij al. Ik ben bang. U moet hem terughalen!"Nog harder gebonk op de voordeur."Ha ha, nee nee. Wij nemen nooit prijzen terug. Dat is tegen de regels. Alsik jou was, zou ik hem gauw binnenlaten. Anders...""Stomme eikel!" Lydia smijt de hoorn neer. Het gebons op de voordeur houdtop. Lydia rent naar de lichtknop en doet het licht uit.Misschien gaat hij weg, als hij denkt dat er niemand thuis is. Maar denkenzombies eigenlijk wel? In films doen ze dat nooit. Oh, laat hem alsjeblieftweggaan.Met ingehouden adem luistert Lydia. Is hij weg? Dan hoort ze een slependgeluid. Moeizame voetstappen. Ze komen in de richting van het raam.Oh nee! Hij komt door het raam naar binnen, denkt Lydia. Of zou hetallemaal een grap zijn? Is die zombie199
K!'misschien alleen maar een geschminkte acteur? Word ik gefilmd door eenverborgen camera en kan iedereen op dit moment rechtstreeks op de tv volgenwat er gebeurt?Op hetzelfde moment valt de voorruit aan diggelen. Geen grap dus, want ditis te erg. Glas klettert op de vloer. Lydia springt overeind en rent naarde deur. Over haar schouder ziet ze hoe de gordijnrail loskomt van hetplafond. Het gordijn valt neer over de gedaante, die door het raam naarbinnen stapt. Met woeste gebaren trekt de zombie het gordijn van zich af.Zijn hoofd draait naar de deur, waar Lydia een ogenblik als versteend isblijven staan. Sprakeloos kijkt ze naar de figuur met het halfverganegezicht, de holle, donkere ogen, de gescheurde, tot op de draad versletenkleren, die met aarde bedekt zijn. In de kamer hangt opeens een geur vanverrotting en bederf. Met een klap slaat de zombie de tafel doormidden. Hijmaakt geen omweggetjes en volgt een rechte lijn, richting Lydia. Alles watin de weg staat, maait hij opzij. Lydia smijt de deur dicht en rent de trapop. Achter haar splijt de deur krakend in tweeën. Zombies maken geen deurenopen, zij gaan er dwars doorheen. Op de vierde traptree glijdt Lydias voetweg en ze schuift naar beneden. Meteen voelt ze een sponzige hand om haarenkel. De ogen van de zombie staren haar aan met een dode blik. Hij opentzijn mond, alsof hij iets wil zeggen, maar er komt geen geluid uit, alleenmaar kluiten aarde, waar maden en wormen in krioelen. Lydia geeft een gilen trapt met haar andere voet naar het gezicht van de zombie. Haar schoenschampt langs zijn wang, neemt een stuk huid mee en raakt zijn oor, datafbreekt en op200201
de trap valt. De hand van de zombie laat haar enkel los en gaat omhoog naarzijn hoofd, waar het oor gezeten heeft. Hij lijkt verbaasd, al is dat nietaan zijn gezicht te zien.Lydia kruipt snel omhoog. Boven aan de trap kijkt ze even om. De zombiestaat daar nog steeds aarzelend, alsof hij niet weet wat hij moet doen.Langzaam bukt hij zich en raapt het oor op van de trap. Hij bekijkt het vanalle kanten en drukt het dan tegen de zijkant van zijn hoofd, maar het valtmeteen weer via zijn schouder op de trap. De zombie probeert het nog eens.Lydia kijkt niet meer. Ze rent naar de slaapkamer van haar ouders. Papasnurkt natuurlijk nog rustig. Je kunt 's nachts een kanon in huisafschieten, zonder dat hij wakker wordt. Lydia stormt naar het bed. Hetnachtlampje is nog aan. Papa is zo in slaap gevallen. Naast hem op hethoofdkussen ligt het Griezelhandboek.Lydia grijpt zijn schouder beet en duwt hem heen en weer. "Wakker worden,papa. Gauw." Haar vader bromt wat onverstaanbaars en draait zich op zijnandere zij. Op de trap klinkt een krakend geluid, alsof de spijlen van deleuning aan barrels geslagen worden."Papa, papa, word wakker, er is een zombie in huis." Woest schudt Lydiahaar vader heen en weer. Ze trekt aan zijn haren, knijpt in zijn neus enbijt in zijn oren."Hè? Wat? Wat?" Slaperig opent papa zijn ogen.Zware voetstappen klossen op de overloop."Een zombie, papa," gilt Lydia. "Er is een zombie in huis. Hij staat op deoverloop. Wat moeten we doen?"Papa krabt in zijn verwarde haren en geeuwt. "Een zombie? Zout. Dat helpttegen zombies.""Zout? Wat moet ik daarmee. Hoe...?"202Papa geeuwt nog eens. "Als een zombie zout proeft, herinnert hij zichopeens dat hij dood is. Dan gaat hij terug naar zijn graf. Dat heb ikgelezen in jouw Griezelhandboek voor ik in slaap viel. Saai boek, zeg. Magik nu verder slapen?" Hij kruipt weer onder de deken en begint haastonmiddellijk te snurken.Zout! Dat is het. Ik was het helemaal vergeten, denkt Lydia. Met een enormeklap knalt de slaapkamerdeur open, zodat er barsten in de muur komen. Vadervliegt verschrikt overeind, klaar wakker nu. Met grote ogen staart hij naarde gedaante op de drempel. Met uitgestrekte armen komt de wandelende dodeop Lydia af."Meneer," zegt vader. Hij springt uit bed en gaat voor Lydia staan. "Watdoet u..." Met een mep slaat de zombie hem opzij. Vader vliegt over hetbed, knalt tegen de muur aan."...hier?" mompelt hij nog. Dan zakt hij langs de muur op de grond.Lydia wacht niet af. Razendsnel glipt ze tussen de benen van de zombiedoor, de kamer uit. Ze rent naar de trap, breekt bijna haar nek als ze deleuning wil vastgrijpen, want die is er niet meer, holt dan naar benedenzonder zich vast te houden.Zout! denkt ze. Ik moet zout vinden. Vlug de keuken in. Waar is het zout?Ze klimt op het aanrecht en trekt een kastdeurtje open. Met haar hand veegtze alle dozen, blikken, pakjes van de planken. Waar zet mama toch altijdhet zout neer? Of is het misschien op? Dat zou een ramp zijn.Bonk! Bonk! Loodzware voetstappen komen de trap af. Lydia trekt een anderdeurtje open. Pakken thee,203
kopmerkt, gromt hij kwaadaardig."Laat mijn dochter los, vieze stinkbak," schreeuwt vader. Hij grijpt dezoutpot, schroeft het deksel eraf en gooit de hele inhoud in het gezichtvan de zombie. "Hier, proef dit maar eens!"Het gezicht van de zombie is opeens spierwit, alsof hij recht uit eensneeuwstorm komt. Het zout zit in zijn neus, zijn ogen en zijn mond. Hijblijft doodstil staan. Enkele seconden beweegt niemand in de keuken.Langzaam likt de zombie het zout van zijn lippen. Hij houdt zijn hoofdschuin en likt nog wat zout op. Zijn handen laten Lydia los. Ze landt ophaar voeten en schiet meteen naar haar vader. De zombie veegt met zijnwijsvinger wat zout van zijn wang en stopt de vinger in zijn mond.Plotseling laat hij zijn schouders hangen. Hij ziet er opeens moedeloosuit. Langzaam draait hij zich om en sloft naar de kamer. Lydia en vaderlopen voorzichtig achter hem aan. De zombie kijkt niet om. Hij loopt naarhet raam, stapt over de vensterbank het duister in. Lydia ziet hoe dezombie moedeloos voortsjokt over het trottoir en ten slotte om de hoek vande straat verdwijnt. Dan pas draait Lydia zich om en kijkt ze haar vaderaan met een schuldig gezicht. Hij staat midden in de kamer en kijktverbijsterd om zich heen, naar de ravage die de onverwachte bezoekeraangericht heeft. Alleen de tv staat nog overeind."Dus dat was een zombie," zegt vader ten slotte. "Hoe is die hier in huisgekomen?""Ik... ik heb hem gewonnen," zegt Lydia zacht. Ze kan zelf nauwelijksgeloven wat er gebeurd is en haar gezicht is lijkbleek. Vader kijkt haarzwijgend, met eenoffie, zelfrijzend bakmeel, bloem, maar geen zout. De keukendeur vliegt uitzijn hengsels, de zombie stapt naar binnen. Hij gromt en stootonverstaanbare klanken uit.Lydia springt van het aanrecht af. Alleen de keukentafel staat tussen haaren de zombie. En opeens ziet Lydia het. Achter de zombie, op de koelkast,staat een grote pot met zout. Ze is er straal voorbijgelopen toen ze dekeuken binnenkwam. En nu staat dat lopend lijk ervoor."Rustig," maant Lydia zichzelf. "Kalm blijven." Ze veegt haar haren uithaar ogen. Ze zijn nat van het zweet en plakken aan haar gezicht."Luister, Japie. Als je even opzij gaat, heb ik een cadeautje voor je. Ikmoet even iets pakken.""Huh?" zegt de zombie. Dat is ongetwijfeld de intelligentste klank die totnu toe uit zijn mond gekomen is."Braaf zo," zegt Lydia. Voorzichtig, heel langzaam loopt ze om de tafelheen. "Even zo blijven staan, dan..." Met één klap slaat de zombie hettafelblad doormidden. Hij loopt dwars door de uiteenvallende stukken tafelheen, grijpt Lydias hoofd met twee handen beet en tilt haar van de vloer.Lydia krijst het uit. De zombie kijkt haar uitdrukkingsloos aan en spertzijn mond open.Op dat moment strompelt vader de keuken binnen. Hij kijkt verdwaasd voorzich uit. Er zit een lelijke, rode schaafplek op zijn wang."Het zout!" krijst Lydia. "Op de koelkast." Even is de zombie afgeleid.Terwijl hij Lydia nog steeds in de lucht houdt, kijkt hij over zijnschouder. Als hij vader204205
stomme uitdrukking op zijn gezicht, aan."Ik heb meegedaan met zo'n telefoonspelletje op de tv," gaat Lydiahakkelend verder. "Je weet wel, bellen voor een gulden per minuut. En toenwon ik die zombie""Ik geloof het niet," zegt vader. "Het is te krankzinnig om waar te zijn."Lydia pakt de afstandsbediening en zet de tv aan. "Kijk, dat programma ishet. Ze zenden de hele nacht uit."Op het scherm zien ze de presentator. Hij staat nog steeds op het graf endraait een nummer op de rode telefoon.Meteen rinkelt de telefoon bij Lydia zo hard dat zij verschrikt opveert.Vader grijpt de hoorn. "Ja?""Hallo, met de Horrorstudio. U bent rechtstreeks in de uitzending. Wewillen graag weten of u tevreden bent met de zombie, ha, ha... Gaat hijlekker? Voelt hij zich al thuis."Vaders gezicht betrekt. Hij kijkt naar het scherm. De man in het vuurrodepak leunt op zijn gemak tegen de grafsteen en lacht op een duivelse manierin de camera."Nee!" snauwt vader. "Hij is weg. We hebben hem zout gevoerd."De man op het scherm verstart. "U hebt wat?""Zout!" roept vader. "Een hele pot!" Hij knalt de hoorn neer. "Maar...datmag niet!" roept de man op de tv. Hij zet zijn hoed af en verfrommelt hemtussen zijn vingers. "Je mag een zombie nooit zout voeren, want dan..." Hijzwijgt en kijkt verschrikt opzij. Ergens in de studio klinkt een hoopkabaal, alsof er dingen omvallen.206"Want dan gaat hij terug naar zijn graf," maakt Lydia de zin van depresentator af. Op het beeldscherm zien ze de presentator achteruitdeinzentegen de grafsteen. Een grote gedaante loopt met uitgestrekte armen hetbeeld in. De bewegingen van de camera schokken, het beeld staat ineens opzijn kop."Dat is Japie!" jubelt Lydia. "Hij is teruggegaan naar zijn graf, het grafwaar de presentator op staat!" Het laatste wat ze zien is hoe de zombiezijn grote handen om de hals van de presentator legt. Dan flitst het beeldweg. Een poosje blijft het donker. Ineens verschijnt er een tekst op hetscherm: Tot onze spijt is de verbinding met de Horrorstudio verbroken. Wijwensen u een plezierige nachtrust.Vader kijkt Lydia streng aan."Ten eerste: je doet nooit, maar dan ook nooit van je leven meer mee metdie rare belspelletjes op de tv. Begrepen?"Lydia knikt zwijgend. Ze staart naar de grond en durft vader niet aan tekijken."Ten tweede," gaat vader verder, "ga je naar boven en haal je als debliksem het Griezelhandboek voor»mij.Verbaasd kijkt Lydia op. "Waarvoor?"Vader zucht diep. "Morgenvroeg komt mama thuis. Als ze deze puinhoop ziet,wordt ze nog tien keer gevaarlijker dan een op hol geslagen zombie. Ze zalnooit geloven wat er is gebeurd. Misschien staat er in het'Griezelhandboek' ook een beschermingsmiddel tegen woedende moeders..."207PNegenentwintig
zzapp!Shakirs hoofd suist en hij voelt een vreemde vermoeidheid, een zwaar gevoelin zijn hoofd. Dat heen en weer gezap door de Andere Werkelijkheid kostveel energie van je geest, vooral als je eigenlijk alleen maar een geest ineen computerlichaam bent.Misschien is dat wat er ook met Richard en Berry aan de hand is, denktShakir. Misschien zijn ze gewoon hartstikke moe van hun avontuur in deAndere Werkelijkheid.De motor van de AW-Griezelbus ronkt monotoon in zijn oren.Waar is Lydia? denkt hij opeens. Is ze al terug uit dat verhaal? Even washij haar helemaal vergeten.Lydia is er. Ze zit stil in haar stoel."Hoe was het?" vraagt Shakir. "Hoe was het om zelf de hoofdrol te spelen inde Andere Werkelijkheid? Ben je nu eindelijk tevreden?"Lydia geeft geen antwoord. Ze zit daar maar, haar hoofd een beetje gebogen.Plotseling valt ze helemaal slap voorover. Shakir springt overeind enprobeert haar op te vangen. Ze valt dwars door zijn armen heen."En toen was er nog één over," zegt Onnoval. Hij staat achter Shakir, demantel als zwarte vleugels om hem heen geslagen, zijn gezicht is spierwit,zijn ogen glanzen rood. Zijn hand komt plotseling onder de mantel uit, erzit een dun, spits voorwerp in.Wat is dat? denkt Shakir. Een mes? Voor hij zich kan bewegen gaat Onnovalshand omhoog, vlak voor Shakirs gezicht. Een zilverachtige flits."Nee!" roept Shakir en hij heft allebei zijn handen op."Hoe vind je mijn pen?" vraagt de schrijver. Hij opent zijn hand en toontShakir de zilveren pen op zijn handpalm.Even is Shakir sprakeloos. Niets is wat het lijkt, dat was hij evenvergeten. En een schijtluis maakt van een pen natuurlijk meteen een mes.Ondertussen ligt Lydia nog steeds roerloos op de grond."Wat is er met haar?" roept Shakir.Onnoval geeft geen antwoord. Hij glimlacht alleen maar, haalt het boekonder zijn mantel uit en begint erin te schrijven.Hulpeloos kijkt Shakir naar zijn twee andere vrienden. "Doe dan wat!" roepthij. Maar Richard en Berry verroeren nog steeds geen vin. Ze kijken hem aanmet een vreemde, lege blik.Zonder op te houden met schrijven, zegt Onnoval: "Ze luisteren toch nietnaar je. Ze luisteren alleen naar mij." Hij wijst met zijn pen naar Lydia."Sta op!"Lydia doet wat haar bevolen wordt."Ga zitten!"Zonder een spier op haar gezicht te vertrekken gaat Lydia op de stoel naastRichard zitten."Zie je?" Onnoval kijkt een beetje trots."Hoe... hoe kan dat?" vraagt Shakir. "Hypnose? Hebt u ze gehypnotiseerd?Waarom?"De schrijver veegt zijn vraag met een handgebaar weg. "Hypnose? Kinderspel.Zij...," hij wijst naar Lydia, Richard en Berry, "zij hebben meegedaan ineen verhaal van Onnoval. Een droomwens voor veel kinderen, de hoofdrolspelen in een verhaal." Hij stopt even208209
en schrijft weer een regel in zijn boek. Dan kijkt hij Shakir listig aan."Maar daarmee zijn ze van mij geworden, begrijp je. Alle figuren waaroverik schrijf, zijn van mij. Dus zij nu ook. En daarom luisteren ze alleennaar mij."Shakir weigert te geloven wat hij hoort. Het is te krankzinnig om waar tezijn. Hij springt op en kijkt de schrijver woedend aan. "Dat kan niet! Datmag niet! Ze zijn niet van u. Ze zijn van zichzelf."Onnoval trekt een treurig gezicht. "Het spijt me, jonge schijtluis, maarhet is echt zo. Je kunt er niets aan doen. Zo is het leven in de AndereWerkelijkheid." Hij bijt peinzend op zijn pen. "Alleen jij bent nog aan debeurt. Ik weet niet...""Nooit!" roept Shakir. "Ik wil geen rol in een verhaal van u. Ik wil eruit.Nu."Onnoval knikt. "Dat vermoedde ik al. Jij durft niet, jij bent de grootsteschijtluis. Het is ook zonde om een verhaal aan jou te verspillen. Goed,jij mag eruit." De minachting druipt van zijn stem, maar dat kan Shakirniet schelen. Hij mag uit die ellendige AW-bus, eindelijk."Wij gaan er namelijk allemaal uit!" vervolgt Onnoval. "Zijn we op deplaats van bestemming, Beentjes?"De chauffeur trapt giechelend op de rem, de bus stopt. Met een luid gesisgaat de deur open. Het lijkt alsof de bus zelf sist."Goed, uitstappen," zegt Onnoval. Maar Shakir blijft zitten."Nee, dit bedoel ik niet. Ik wil uit de AW. Terug naar het Autotron, inmijn eigen lichaam.""Wat jij bedoelt, interesseert mij geen lor. Wij gaan210er hier uit!" Onnoval ziet er een moment zo dreigend uit dat Shakir haastigovereind komt."Jullie drie, mee!" zegt Onnoval tegen Richard, Berry en Lydia. Zegehoorzamen onmiddellijk en lopen als slaapwandelaars naar de uitgang.Beentjes komt achter het stuur vandaan en volgt het groepje. Shakir blijftaarzelend op de onderste trede van het trapje staan. Buiten de bus is hetdonker. Niet zomaar donker, maar een pikzwarte duisternis zoals Shakir nognooit gezien heeft. Opeens krijgt hij het verschrikkelijke gevoel dat erbuiten de bus helemaal niets is. Een zwarte leegte, een peilloze, donkerediepte."Eruit!" zegt Onnoval en Shakir krijgt een harde duw in zijn rug.Schreeuwend valt hij voorover. Het bodemloze, zwarte gat slokt hem op."Wat gebeurt er, wat gebeurt er?" roept meester Jacques. Zijn gezicht isvuurrood geworden. Angstig kijkt hij naar Shakir, die op zijn stoel zit teschudden en te schokken. Zijn benen schoppen, zijn ellebogen slaan op destoelleuningen en zijn hoofd met de AW-helm rolt van links naar rechts.Maar de stalen banden om zijn borst en om zijn polsen houden hem aan destoel geketend. Richard, Berry en Lydia bewegen niet en zitten doodstil.Dat beangstigt meester Jacques net zo als het gespartel van Shakir.Hij wil opstaan, maar de armen van Beentjes houden hem muurvast op zijnplaats. Hij is net zo machteloos als de vier kinderen.Meester Jacques kijkt met een smekende blik naar Eddy C. "Maak hem los,alsjeblieft. Shakir heeft een aanval, misschien wel epilepsie of een andereziekte."211
Eddy C. glimlacht zonder medelijden. "Welnee. Hij is in de AndereWerkelijkheid uit de Griezelbus gestapt. En nu valt hij naar het laatsteverhaal. Kijkmaar.Op de beeldschermen ziet meester Jacques Shakir met zwaaiende armen enbenen in een bodemloze, zwarte diepte vallen."De Andere Werkelijkheid is een lege ruimte," zegt Eddy C. "Pas als mijnmeester zijn boek opent, wordt de ruimte gevuld en ontstaat de omgevingwaarin het verhaal zich afspeelt."Op het scherm ziet meester Jacques nu ook de andere kinderen en Onnoval enBeentjes verschijnen. Zij vertonen geen tekenen van paniek. Het lijkt ofzij doodstil staan met onder, achter en boven hen niets dan een zwart vlak.Ik moet iets doen, ik moet iets doen, denkt meester Jacques. Het zweetdruppelt uit zijn haren en glijdt over zijn kaken in zijn baardje. Beentjesklemt zijn armen weer even extra stevig om de meester heen en giecheltklapperend in zijn oor.Shakir schreeuwt en zwaait en maait met armen en benen. Hij valt en blijftvallen in de zwarte leegte. Het enige wat hij hoort is zijn eigen gegil,verder is er geen enkel geluid in dit niets. Zelfs geen wind, die in zijnoren zou moeten suizen en zijn adem zou moeten afsnijden. Er is alleen nogzijn stem, die ongecontroleerd zijn doodsangst uitschreeuwt.Dan, opeens, houdt hij zomaar op met vallen. Hij staat, hoewel hij geengrond onder zijn voeten voelt. Hij staat gewoon in een absoluut, zwartniets. Als hij212om zich heen kijkt, ziet hij Onnoval en de rest. Beentjes' botten stekenfel, haast lichtgevend af tegen het zwart. Gek genoeg kan Shakir in dieinktzwarte duisternis de anderen net zo duidelijk zien als wanneer ze inhet daglicht zouden staan. Door de computer geschapen figuren op een zwarteachtergrond."Hier is niets," fluistert Shakir.Onnoval grijnst. "Dat klopt, schijtluisje. De AW is niets, totdat ik eriets van maak: een verhaal dat werkelijk wordt. Let maar op, want ik hebnog een extra verhaal in de aanbieding. Speciaal geschreven voor jou, voorje drie vrienden en voor mij." Beentjes buigt naar voren en met klapperendekaken fluistert hij iets in het oor van Onnoval."Oh, ja, en voor Beentjes, natuurlijk," zegt de schrijver. Hij stopt dezilveren pen achter zijn oor en opent het boek.flits!Een spierwitte, ronde maan verschijnt uit het niets.Klang! Een poort met ijzeren spijlen, die glanzen in het maanlicht. Aanweerszijden lange, stenen muren. Krekels sjirpen opeens. Shakir voelt grasonder zijn schoenen. In de verte klinkt een droefgeestig gehuil.Shakir moet aan wolven denken. Hij krijgt het ijskoud en rilt van top totteen."Waar zijn we?" fluistert hij.Onnoval wijst naar de poort. "Oh, da's waar ook. Vergeten!"Snel krabbelt hij met zijn pen wat in het boek. Op de poort verschijnt eenvierkant bord, waarin letters gegraveerd zijn:Begraafplaats Rust Zacht. Open van zonsopgang tot213
zonsondergang."Een kerkhof," fluistert Shakir bevend. Richard, Lydia en Berry kijkenonbewogen toe.Onnoval kijkt omhoog naar de maan en houdt zijn hoofd schuin, alsof hijnaar iets luistert. "Hoor je ze, de kinderen van de nacht? Wat maken zetoch een mooie muziek. Precies de juiste soundtrack voor het laatsteverhaal."Shakir hoort geen muziek. Hij hoort alleen ver weg het bloeddorstig gehuilvan maanzieke wolven."Wat voor een verhaal?" roept hij. "Ik wil geen verhaal meer." Hetbloeddorstige gehuil klinkt opnieuw. Een koude wind strijkt langs Shakirshuid."Jawel," zegt Onnoval. "Hier gaat het allemaal om. Nu kan ik eindelijkrechtzetten wat er twee jaar geleden mis is gegaan." Hij wenkt. "Volg me."Gehoorzaam lopen Richard, Berry en Lydia achter hem aan naar de ijzerenpoort. Ze hebben nog steeds die willoze, starende blik. Shakir heeft geenandere keus dan mee te gaan. Beentjes sluit de rij."Het laatste verhaal speelt zich af op dit kerkhof," verklaart Onnoval. "Ikgeeft toe, het is niet echt een gebouw, zoals in de andere verhalen, maarals je er zo lang gewoond hebt als ik, beschouw je het toch een beetje alseen huis. Een huis met vele kamertjes onder de grond." Hij knipoogt naarShakir. Dan legt hij zijn hand op de ijzeren klink van de poort."Twee jaar geleden werd ik in de werkelijkheid gedood op dit kerkhof.Verbrand werd ik, door vier kinderen. Maar hier, in de AndereWerkelijkheid, ben ik de baas. Ik ben een schrijver en ik heb dat verhaalherschreven, zodat het deze keer anders afloopt. Beter.214Voor mij tenminste..." Hij drukt de klink omlaag, scharnieren knarsen, depoort zwaait open. "Volg mij, kinderen. Het verhaal begint nu!"Dit gaat fout, denkt meester Jacques. Dit gaat hartstikke fout. Ik moetiets doen! Maar wat?Op de beeldschermen ziet hij zijn vier leerlingen het kerkhof oplopen. EddyC. zit geboeid toe te kijken en grijnst af en toe. De rode gloed uit zijnogen straalt over heel zijn gezicht. Hij geniet.Hij is geen gewone jongen meer, denkt meester Jacques. Niet meer de Eddy C.van vroeger. Hij ziet er alleen maar uit als een mens, maar hij is eenharteloos monster geworden, een zombie, bezeten door de geest van eenvampier. Ik moet hem uitschakelen. Als dat vervloekte skelet mij nou maareens losliet.Alsof Beentjes gedachten kan lezen, sluit hij zijn armen nog strakker ommeester Jacques. De meester kreunt.215
Het kerkhofPlassen water glinsteren in de kuilen in het zand en de maan wordttienvoudig weerspiegeld. Het pad kronkelt tussen het hoge, natte gras door,waar grafzerken schots en scheef omhoogsteken. De zes bezoekers wandelenstil over het pad. Onnoval voorop in zijn wijde, zwarte cape, het dikkeboek onder zijn arm. Shakir kan nauwelijks geloven dat hij hier loopt inhet gezelschap van een dode schrijver, een skelet en Lydia, Richard enBerry, die er alle drie ook meer dood dan levend uitzien. Hij heeft hetallemaal niet gewild. Niet stiekem weggaan van meester Jacques en de groepin het Auto tron, niet in die vreemde bus stappen die daar plotseling inhet gangpad verscheen, niet de geheimzinnige AW-helm op zijn hoofd zetten.Hij wilde niet dat zijn vrienden een rol in de verhalen gingen spelen. Enhet minst van allemaal wilde hij zelf in een verhaal meespelen. En toch isdat allemaal gebeurd. Nu loopt hij hier als een figurant in het laatsteverhaal van Onnoval over een verlaten kerkhof. Hoe is het mogelijk? Hijkijkt vertwijfeld omhoog. De boomtoppen wiegen als duistere boodschappersin de wind. Shakir voelt zijn duimen prikken. Er is iets kwaads inaantocht. Op en rondom de grafstenen kruipt heel langzaam een dunne nevelomhoog en bedekt de grond van het kerkhof tot die overal lichtgevend lijktin het maanlicht.Achter hem begint Beentjes zachtjes te zingen:"Moet dwalen, moet dwalen,langs kerkhoven en graven..."Een zingend geraamte, dat maakt alles nog absurder. Shakir weet niet of hijlachen moet of huilen.216Geen van beide, denkt hij. Vluchten, dat moet ik. Maar waar naartoe? Buitenhet kerkhof is alleen maar het zwarte niets van de Andere Werkelijkheid,waar onzichtbare wolven huilen. Daarin verdwalen... De gedachte alleen almaakt hem ziek van angst. Nee, vluchten kan niet meer. Hij moet hier bijzijn vrienden blijven en afwachten wat er gebeurt. Misschien...Tot zijn eigen verbazing blijft hij plotseling stilstaan en draait zich om.Hoe kan dat nou? Er gebeurt alweer iets wat ik niet wil. Ik wil nietvluchten! denkt Shakir. Maar zijn lichaam doet niet wat zijn geest wil.Zijn benen bewegen vanzelf. Met een sprong is hij voorbij Beentjes en rentterug in de richting van de poort. Zijn voeten draven over het modderigepad, steeds verder van het groepje vandaan.Wat gebeurt er met mij? denkt Shakir. Waarom doe ik wat ik niet wil? Enwaarom kan ik zo makkelijk vluchten? Hij kijkt over zijn schouder. Deschrijver staat daar rustig met het boek onder zijn arm. Hij komt nietachter Shakir aan. Onbegrijpelijk. Ook de anderen kijken hem alleen maarna.Hoog in de bomen fladdert een vogel op. Shakir schrikt van het geklappervan zijn vleugels. Over de vochtige grond komt een grijze mist aandrijven.Maar is het wel mist? De slierten kronkelen als slangen over het pad enlijken meer op lange grijparmen met dunne vingers. De mist kruipt als eenmuur om hem heen omhoog, neemt allerlei vreemde vormen aan. Hij hoortgegiechel, gekakel. Omringd is hij opeens, door wazige gestalten met holleogen, vuilgrijze gewaden. Hun monden gaan open, alsof ze tegen hem praten,217
maar hij hoort geen enkel geluid. Plotseling barst de grond onder hem open,kluiten aarde worden omhooggeduwd. Een hand schiet uit de grond tevoorschijn, grijpt zijn enkel vast. Hij is oud, mager, ijskoud. De hand vaneen dode. Shakir rukt en trekt, maar de hand laat niet los. Dwars door demistige gestalten om hem heen ziet hij Onnoval en de anderen. De schrijverwijst plotseling naar hem. Zijn stem schalt over het kerkhof: "Haal hemterug!"Richard, Berry en Lydia komen in beweging. Met snelle passen lopen ze naarShakir toe. De mistige gestalten wijken terug en laten de kinderen door."Lydia, Richard, help me," hijgt Shakir. De jongen en het meisje kijken hemstrak aan. Shakir huivert als hij de uitdrukking op hun gezichten ziet.Vlak, geen teken dat ze hem herkennen."Berry, doe iets."Ook Berry kijkt Shakir zonder meegevoel aan. Dan grijpen ze hem alle driebij zijn armen. De hand laat zijn enkel los en verdwijnt weer onder deaarde. De drie kinderen trekken Shakir mee terug naar Onnoval en Beentjes.Shakir kijkt verbaasd naar hun handen, die hij kan voelen om zijn armen.Opeens beseft hij dat er iets wonderlijks gebeurd is. De anderen kunnen hemaanraken hier, terwijl dat eerst niet kon, toen ze in de bus zaten. Toenwaren ze computerfiguren zonder een tastbare vorm. En nu... Nu zijn wijechte verhaalfiguren, denkt hij. Ze doen alleen wat Onnoval zegt. En zekunnen mij aanraken omdat het zo in het verhaal geschreven staat."Zo, schijtluis, dus jij wilde ontsnappen, hè!" zegt de schrijver. Hijkijkt dreigend op Shakir neer.218m"Niet waar!" roept Shakir. "Ik bedoel, ik wilde wel, maar eigenlijk wildeik niet en toen rende ik zomaar weg, tegen mijn eigen wil." Het klinkt zoidioot, dat de schrijver hem niet zal geloven.Maar Onnoval begint keihard te lachen. "Precies! Zo is het. Zo moest hetgebeuren, omdat ik het zo opgeschreven heb. Een verhaal heeft spanningnodig en daarom heb ik deze ontsnappingspoging van jou bedacht."In het maanlicht glimt zijn gezicht van trots. "Alles heb ik bedacht enopgeschreven, zelfs wat jij denkt op dit moment. Ook wat ik nu zeg. Hetstaat allemaal in mijn boek." Hij duwt het boek opengeslagen onder Shakirsneus. "Hier, lees maar wat er op bladzijde 219staat.Shakir kijkt in het boek en leest: "Niet waar!" roept Shakir. "Ik bedoel,ik wilde wel, maar eigenlijk wilde ik niet en toen rende ik zomaar weg,tegen mijn eigen wil. " Het klinkt zo idioot, dat...Shakir houdt op en kijkt met een ongelovige blik in zijn ogen naar deschrijver. Dan slaat hij een stel regels over en leest nog een stuk:Shakir houdt op en kijkt met een ongelovige blik in zijn ogen naar deschrijver. Dan slaat hij een stel..."Genoeg," zegt Onnoval en hij klapt het boek dicht. "Je hoeft nog niet telezen wat er verderop gebeurt. Dat merk je vanzelf wel.""Dus..." fluistert Shakir, "alles staat vast?"De schrijver knikt. "Alles staat geschreven, dus alles staat vast. Ook heteinde van dit verhaal. Alles gebeurt zoals ik het wil.""Maar dan is alles verloren, wat er ook gebeurt!"219l
¡iShakir voelt zich als een ballon die langzaam leegloopt. Weer kniktOnnoval. "Precies, voor jullie tenminste. Voor mij is alles gewonnen."Meester Jacques schudt zijn hoofd. Hij ziet op de beeldschermen zijnleerlingen in de mist op het kerkhof lopen."Onnoval liegt," gromt hij met opeengeklemde kiezen. "Hij maakt de kinderenalleen maar bang. Er kan niets met hen gebeuren want ze zitten hier in debus." Hij praat hardop tegen zichzelf, maar Eddy C. heeft hem gehoord. Hijdraait op zijn kruk, zodat hij meester Jacques kan aankijken."U vergist zich, meestertje. Er kan wel iets gebeuren. We hebben een kleinetest gedaan, een poosje voordat u hier zo gezellig op bezoek kwam."Meester Jacques begint zich ongemakkelijk te voelen. "Wat voor een test?""Uw leerlingen werden in de AW verwond door vleermuizen. Diezelfdeleerlingen begonnen hier in de bus te bloeden. Kijk maar." Eddy C. wijstnaar Berry. "En de mouwen van zijn jasje werden aan flarden gescheurd."Eddy C. klinkt als een wetenschapper die zojuist het bestaan van eenonbekend, dodelijk virus heeft aangetoond en daar nog trots op is ook.Meester Jacques ziet de gescheurde, gerafelde kleding van Berry. Op zijnarmen zijn nog steeds bloedsporen duidelijk zichtbaar. Ook Richards armenhebben verwondingen.Meester Jacques voelt alle bloed wegtrekken uit zijn gezicht. "Dus alsOnnoval mijn leerlingen doodt in de Andere Werkelijkheid, dan..."220221
ll"Dan sterven zij hier in de bus!" jubelt Eddy C. "Is dat niet geweldig? Endan zal mijn meester weer echt leven!" Hij draait zich om, zodat hij naarde schermen kan kijken.Meester Jacques voelt zijn temperatuur stijgen tot het smeltpunt van ijzer.Hij heeft lang geprobeerd het hoofd koel te houden, om een plannetje teverzinnen, maar dat heeft niets opgeleverd. Eddy C. is niet voor redevatbaar en het is duidelijk dat Beentjes niet van plan is zijn knellendeomarming te laten verslappen. Meester Jacques begint steeds zwaarder ademte halen. Er is geen houden meer aan. Een van zijn zeldzame ontplofbuien isin aantocht."Beentjes, wijs onze gasten even de weg," zegt Onno val, alsof hij eenrondleiding door een groot landhuis verzorgt.Het skelet stapt van het pad af en duwt met zijn arm de laaghangende takkenvan een treurwilg opzij. Het lijkt alsof in een theater het gordijnopengaat en het toneel zichtbaar wordt. Achter de boom valt het licht vande maan op een open plek. Onnoval spreidt zijn armen in een wijd gebaar."Voilà, het toneel waar de vier jonge acteurs hun laatste rol in de AWmogen spelen."Een eenzame grafsteen, daarnaast aan beide kanten twee gaten in de grond.Vier lege grafkuilen.Shakir staart er een poos naar. Dan begint hij te rillen over heel zijnlichaam. Hij kan er niets aan doen. De aanblik van de lege grafkuilen is zomacaber. Vooral als hij beseft voor wie ze bedoeld zijn. Voor ons, denktShakir. Dat kan niet anders.222Richard, Berry en Lydia kijken onbewogen toe. Shakir wenst haast dat hijnet zo was als zij nu. Zij voelen geen angst meer en zijn zich niet bewustvan het vreselijke dat gaat gebeuren.Beentjes weet het blijkbaar wel. Hij loopt neuriënd langs de kinderen, meetvlug hun lengte en doet daarna hetzelfde met de grafkuilen. Hij knikttevreden."Dit is de plaats waar het gebeurde, twee jaar geleden," zegt Onnoval. "Hetmiddelste graf met de steen is natuurlijk van mij. Ik heb er jareningelegen in mijn vampiertijd. De andere graven waren bedoeld voor de vierkinderen die toen mijn kerkhof betraden. Maar ze hielden zich niet aan hetscenario. Ze doodden mij, terwijl ik hen toch zulke prachtige verhalenverteld had." In zijn stem klinkt de woede duidelijk door.Hij zucht droevig en schudt zijn hoofd. "Helaas, dankzij hen is het nujullie beurt. In ruil voor vier levens, vier bloedoffers op mijn graf, zalik weer herrijzen. Dat lijkt mij een eerlijke ruil."Eerlijk? Het is helemaal niet eerlijk, denkt Shakir. Wij waren er niet eensbij. Wij hebben er niets mee te maken. Wij zijn in de val gelokt, door dieakelige Eddy C. Dat wil hij allemaal uitschreeuwen. Maar wie zal hem horen,hier in de AW, behalve de schrijver, het geraamte en Eddy C., die nuwaarschijnlijk lachend in de echte Griezelbus zit toe te kijken? Er komtgeen geluid uit zijn keel."Vooruit dan maar, deze keer mag de dame het eerst," zegt Onnoval, terwijlhij dwingend naar Lydia kijkt. "Beentjes, leg haar op mijn graf."Opeens is het doodstil geworden op het kerkhof. Geen hond of wolf huiltmeer in de verte, geen gras223
sderlijke daad van de schijtluis. Hij offert zichzelf op voor het meisje.Hoe ontroerend. Ik..." Plotseling zwijgt hij en fronst zijn wenkbrauwen.Hij kijkt even peinzend in het boek."Wacht eens even, dit staat helemaal niet in het verhaal. Merkwaardig. Jijhebt mijn verhaal veranderd, kleine schijtluis."Even lijkt de schrijver verward. "Misschien had ik je toch eerst in eenander verhaal moeten zetten, net als je drie vrienden," mompelt hij. "Ikdacht dat zo'n onderkruipsel als jij vanzelf wel het verhaal zou volgen,nadat je je broek had volgescheten. Ik dacht dat je verlamd zou zijn vanangst. Maar blijkbaar zit er toch meer in jou dan ik dacht. Misschien welmeer dan je zelf dacht. Nou ja, doet er niet toe."Hij glimlacht en haalt iets onder zijn mantel vandaan. Zilver schittert inzijn hand.Wat moet hij nou weer met die pen, denkt Shakir. Hij is inderdaad verlamdvan angst, maar de woorden van Onnoval geven hem, gek genoeg, een sprankjehoop. Als hij werkelijk het verhaal veranderd heeft, staat het eindemisschien ook niet meer vast? Is ontsnapping dan toch nog mogelijk? Voorhij verder kan denken, vervliegt al zijn hoop. Het is geen pen in Onnovalshand. Het is een mes, lang, dun en vlijmscherp. Onnoval lacht met zijn mondwijdopen. Lange hoektanden schitteren in zijn mondhoeken."Ik zou je wel willen bijten, schijtluis, maar toch doe ik dat niet. Ikword nogal gulzig namelijk en ik zou elke druppel bloed uit je halsjezuigen. Voor deze gelegenheid is het beter als ik het mes gebruik, zodatjouw kostbare, rode vocht op mijn graf kan druppelen."prietje beweegt, geen krekel sjirpt. De spookachtige mistslierten, de dodenvan het kerkhof zweven langzaam dichterbij en sluiten hen in. Shakir kijktvertwijfeld naar Richard en Berry. Laten zij dit echt zomaar gebeuren? Enlopen ze daarna zelf vrijwillig naar de slachtbank?Beentjes stapt naar Lydia, legt haar hand op zijn arm en voert haar dannaar het graf van de schrijver, als een bruid die naar het altaar geleidwordt. Lydia doet wat haar bevolen wordt, wat de schrijver in zijn verhaalgeschreven heeft. De wanhoop bouwt zich op in Shakirs maag, kruipt langzaamomhoog, blijft een moment als een prop in zijn keel steken en barst dandoor zijn mond naar buiten."Nee!" roept hij en hij springt naar voren, werpt zich op Beentjes.Kletterend rolt het geraamte over de grond. Het gaat onmiddellijk weergrijnzend recht staan."Kijk, kijk, de schijtluis wordt dapper," zegt Onno val. "Wie had dat ooitgedacht?"Shakir zit op de grond. Zijn haren hangen voor zijn ogen en tussen deslierten door kijkt hij vol afkeer naar Onnoval."Laat haar met rust, monster. Zij weet niets meer. Neem mij dan in plaatsvan haar." Shakir weet niet of hij dit uit zichzelf zegt, of dat het alleenmaar regels zijn die de schrijver in zijn verhaal voor hem bedacht heeft.Maar het kan hem niet schelen. Hij schreeuwt alleen maar wat hij diep vanbinnen voelt.Onnoval kijkt verbaasd naar hem en knikt dan glimlachend. "Je zou anderstoch wel aan de beurt komen. Maar als jij eerst wil, mij best." Hijknipoogt naar Shakir, alsof ze samen een geheim delen. "Een laatste rid224225
DertigMeester Jacques ontploft. Niet echt, maar in zijn hoofd zegt er iets POEF!Normaal gebeurt dat één keer per jaar als een of andere leerling echt hetbloed onder zijn nagels vandaan gehaald heeft. De laatste keer is ongeveereen halfjaar geleden, toen twee leerlingen van groep acht een jongetje uitgroep vijf met zijn hoofd in de toiletpot geduwd hadden. Meester Jacqueshad bij de twee boosdoeners hetzelfde gedaan. Ais extraatje had hij hettoilet ook maar meteen doorgespoeld, zodat de jongens een gratishaanvasbeurt kregen. Natuurlijk heeft hij naderhand meestal spijt van zijnuitbarsting, maar zijn leerlingen weten wel precies wat ze aan hem hebben.En meestal geven ze hem zelfs gelijk.Nu komt de ontploffing op het moment dat de meester op het scherm ziet datOnnoval een mes te voorschijn trekt en Shakir bedreigt.poef!Een rood waas voor de ogen van meester Jacques. Een hete, witgloeiendewoede raast door zijn lijf, bonkt door zijn aderen, stijgt naar zijn hoofd.Zijn bloed kookt. Geen tijd meer om te denken. Doen!Hij draait zijn hoofd zo ver mogelijk naar achteren, zodat hij hetgrijnzende doodshoofd van Beentjes achter zich ziet. De pijp zit nog steedsstevig in zijn mondhoek tussen zijn tanden geklemd."Wilt u mijn pijp even vasthouden, meneer Beentjes?" zegt meester Jacquesop een vriendelijke toon, dezelfde toon waarop hij een leerling wel eensvraagt het bord schoon te vegen. "Ik kan er zelf niet bij."226Beentjes knikt en doet prompt wat hem gevraagd wordt. Met één hand pakt hijde pijp vast.Meteen rukt meester Jacques zich los en springt overeind. Beentjes kijktverbluft naar de pijp die hij vasthoudt, alsof heel langzaam tot hemdoordringt dat hij beetgenomen is."Je bent een brave jongen," gromt meester Jacques, "maar helaas met eenholle schedel zonder hersens!" Hij grijpt Beentjes vast onder zijnribbenkast, tilt hem boven zijn hoofd en smijt hem over zijn vierleerlingen heen ver achter in de bus. Uit het duister klinkt gekletter engekraak van brekende botten."Hè, wat is dat?" zegt Eddy C., die verbaasd omkijkt. Op de schermen zetOnnoval zijn mes op de keel van Shakir. Meester Jacques handelt razendsnel.Met een grote stap staat hij voor Shakir. Hij legt zijn handen om de randvan de AW-helm en trekt hem dan in één keer van Shakirs hoofd af."Bloed is het leven," zegt Onnoval, terwijl hij Shakir op zijn graf duwt."En in dit geval zorgt jouw bloed met dat van jouw vrienden ervoor, dat ikstraks weer leeP. Houd hem vast, Beentjes."Beentjes drukt Shakir stevig tegen de grafsteen aan. Het mes in Onnovalshand flitst razendsnel omhoog, een zilveren streep in het maanlicht.Shakir sluit zijn ogen. Nu is het voorbij. Dit is het einde. De maan bovenhet kerkhof wordt bloedrood. De nevelige gestalten van de doden komendichterbij om hem mee te nemen zodra hij een van hen geworden is.Onnoval stoot het mes naar Shakirs keel met een227llkreet van triomf. De punt ketst keihard op de grafsteen.
"Wat voor de duivel..." Onnoval kijkt verdwaasd naar de grafsteen waarShakir zojuist nog tegenaan gedrukt stond.Nu is hij verdwenen, nergens meer te zien. Opgelost in het niets. Zomaar!Tegelijkertijd is Beentjes uit elkaar gevallen. Zijn botten liggenverspreid over de grond, sommige zijn gebroken."Beentjes!" roept Onnoval. "Waardeloos skelet dat je bent." Boos schopt hijde botten van zijn chauffeur opzij. De schedel van het skelet ligt eeneindje verderop en kijkt zijn meester treurig aan.Met een ruk draait Onnoval zich om naar de drie andere kinderen. "Waar isde jongen gebleven? Zeg op! Wat is er met Beentjes gebeurd."Niemand geeft antwoord. De drie kijken hem wezenloos aan. Zij weten niets,zij zijn alleen maar verhaalfiguren die zich gedragen zoals de schrijverhet geschreven heeft.Onnoval heft zijn hoofd naar de donkere nachtlucht."Eddy C.!" schreeuwt hij. "Jij vuile verrader!" Zijn kreet doet de bomentrillen en de bladeren ritselen. De mistige gestalten van de doden wijkenangstig terug. Lydia, Richard en Berry staan stil als standbeelden. Geenenkel teken van angst op hun gezichten. Alleen maar leegte."Best!" snauwt Onnoval. "Goed. Uitstekend. Dus het verhaal is veranderd.Dan zal ik het alleen met jullie moeten doen. Misschien is dat ook genoeg."Hij grijpt Lydia beet en duwt haar tegen de grafsteenaan."Jij zult als eerste bloeden op mijn grafi"228Knipperend met zijn ogen kijkt Shakir om zich heen. Is hij in de hemel? Ofin de hel? Staat daar de duivel met zijn rode, woeste kop voor hem?Niets van dat alles. Het is het bezwete, rode gezicht van meester Jacquesdat hij voor zich ziet."Meester!" roept hij"Alles goed, jongen?"Shakir knikt. Dan schudt hij zijn hoofd. Hij weet eigenlijk niet of allesgoed is. Naast zich ziet hij Berry, Lydia en Richard, doodstil, nog steedsmet de AW-hel men op hun hoofden. Hij voelt de stalen banden om zijn polsenen om zijn borstkas. Op de beeldschermen is te zien hoe Onnoval Lydia tegende grafsteen duwt."Vlug, u moet Lydia's helm ook afdoen, anders is het te laat." MeesterJacques knikt. Op dat moment springt Eddy C. met een rauwe kreet op zijnrug. De meester wankelt, valt voorover met de AW-helm van Shakir in zijnhanden en Eddy C. boven op hem. Machteloos kijkt Shakir toe. Vanuit zijnooghoek ziet hij op de beeldschermen hoe Onnoval Lydia op haar knieëndwingt. Shakir rukt en trekt met zijn armen om los te komen. Het lukt niet.De stalen banden schaven zijn huid. Hij zit nog steeds muurvast."Meester!" gilt hij.Meester Jacques rolt om en duwt Eddy C. van zich af. De jongen springtovereind en komt grommend op de meester af. Hij ziet er nauwelijks nogmenselijk uit. Zijn tong hangt uit zijn mond en hij gromt als een wildbeest."Jij hebt het verhaal van mijn meester onderbroken, meestertje," grauwthij. "Nu ga ik jou aan stukken scheuren." Hij springt vooruit, zijn handengekromd229
''lals klauwen. Meester Jacques handelt in een reflex. Hij tilt de AW-helm vanShakir op en ramt hem dan over het hoofd van Eddy C.Onmiddellijk verstart Eddy C. Er gaat een siddering door zijn lijf. De AW-helm op zijn hoofd maakt knetterende geluiden. Uit de helm straalt eenfelgroen licht."Wat gebeurt er?" zegt meester Jacques verbaasd. Hij heeft dit nog nooitmeegemaakt."Kijk op de beeldschermen, meester," zegt Shakir. "U hebt Eddy C. zojuistnaar de Andere Werkelijkheid gestuurd."Onnoval heft zijn arm op om toe te steken. Als uit het niets verschijntplotseling Eddy C. naast Lydia op de plek waar Shakir het laatst gestaanheeft."Jij!" zegt Onnoval. "Wat doe jij hier? Wat voor spelletje speel jij? Eerstverdwijnt die jongen, dan valt Beentjes in gruzelementen en nu ben jijopeens hier. Jij hoort niet thuis in dit verhaal. Jij hoort in dewerkelijkheid in de Griezelbus achter de knoppen te zitten!"De schrijver briest van woede. Niets loopt zoals hij het geschreven heeft.Alles gaat anders.Eddy C. valt op zijn knieën. "Het spijt me, meester. Ik kan er niets aandoen. Het is allemaal de schuld van meester Jacques. Ik had hem in de busgelokt, maar toen ging het een beetje fout. Hij heeft Shakir teruggehaalden Beentjes door de bus gesmeten, zodat hij uit elkaar viel."Onnoval kijkt hem verbijsterd aan. "Jij hebt nóg iemand in de bus gehaald?De afspraak was vier kinderen. Vier kinderen had ik nodig. En nu..." Hijzwijgt"!en er komt een verschrikte blik in zijn ogen. "Dus nu, op dit moment, is ernog iemand in de bus?"Eddy C. knikt onderdanig. "Meester Jacques, mijn oude schoolmeester."Onnoval laat het mes vallen en grijpt met twee handen naar zijn hoofd."Stomme idioot. Dat betekent dat hij onze weg terug naar de werkelijkheidkan afsluiten. Wat heb je gedaan, nietswaardig onderkruipsel!""Het spijt me, meester," fluistert Eddy C. Op hetzelfde moment is Lydia ineen flits verdwenen. Nog twee flitsen en ook Richard en Berry zijn weg.Onnoval en Eddy C. zijn alleen op het kerkhof. De schrijver kijkt Eddy C.met een verwilderde blik aan. "Hier zul jij voor boeten, modderkruiper."Spitse, harige oren schieten uit zijn hoofd te voorschijn, zijn mond gaatwijd open en toont lange, messcherpe hoektanden. Zijn handen zijnplotseling overdekt met een vacht van ruw haar en uit zijn vingers komendikke, spitse nagels tevoorschijn. Als een vreemde vermenging van eenweerwolf en een vampier, wezens die hij geweest is toen hij nog leefde,staat de schrijver daar. Grommend stort hij zich bovenop Eddy C."Zo, dat is dat," zegt meester Jacques, terwijl hij de laatste AW-helm, dievan Richard, op de grond zet. Daarna trekt hij de AW-handschoenen van hunhanden. Bezorgd kijkt hij naar de gezichten van zijn leerlingen. Richard,Lydia en Berry zijn lijkbleek. Hun ogen draaien in hun kassen, hun mondenhangen open. Ze zien er niet best uit, maar in elk geval leven ze. Shakiris er nog het beste aan toe van allemaal.230231
lMaar ook hij is nog steeds aan de stoel gekluisterd."Hoe voel je je?" vraagt meester Jacques."Prima," antwoordt Shakir met een bibberstem. "Kan niet beter." Dan geefthij over op de vloer, voor de voeten van meester Jacques."Sorry, meester," zegt Shakir met een wit gezicht. "Dat moest er even uit.""Geeft niet, Shakir." De meester kijkt met een treurige glimlach naar devieze vlekken op zijn schoenen. "Ben ik even blij dat jij je niet beroerdvoelt."Eddy C. is op zijn knieën gezakt, net zoals in de Andere Werkelijkheid.Onder de AW-helm brabbelt hij onverstaanbare klanken. Meester Jacquesbesteedt geen aandacht aan hem. Hij onderzoekt snel de stalen banden diezijn leerlingen gevangen houden."Ah, ik zie het al," mompelt hij. Door een simpele druk op een schakelaaraan de zijkant van de stoel, schieten de banden met een zwiep los. Eén vooréén bevrijdt de meester zijn leerlingen. Shakir staat meteen op, maar dedrie anderen zijn nog te zeer verzwakt. Heel langzaam wordt de blik in hunogen helderder, alsof ze pas ontwaken."Waar ben ik?" zegt Richard met een lome stem. Lydia en Berry kijken hunmeester aan, alsof ze hem niet herkennen. Maar er is geen tijd voor uitlegnu."Opstaan, jongens, we gaan hier snel weg," zegt meester Jacques. Op datmoment begint Eddy C. te bewegen. Hij zit nog steeds op zijn knieën. Zijnlichaam schokt wild heen en weer.Er komen gesmoorde klanken onder de AW-helm uit. Eddy C. grijpt met zijnhanden naar zijn keel. Daar verschijnen bloederige sporen. Rits, rats. ZijnT232shirt vertoont opeens grote scheuren, alsof onzichtbare klauwen erdoorheensnijden."Wat gebeurt er met hem?" zegt meester Jacques."Daar!" Shakir wijst naar de beeldschermen. "Onno val probeert hem tevermoorden in de AW."Op alle schermen is het woeste gezicht van de schrijver te zien. Zijnscherpe tanden ontbloot in een dierlijke grijns. Zijn handen gekromd totklauwen knijpen de keel van Eddy C. dicht."Eigen schuld, nu is hij zelf het slachtoffer," zegt Shakir. Hij wendt zijngezicht snel van het scherm af."Nee!" Meester Jacques buigt zich over Eddy C. "Hij is een ex-leerling vanmij. Ik kan hem niet zomaar laten vermoorden, ook al is hij dan zelf eenmonster geworden." Hij pakt de AW-helm beet en rukt hem van het hoofd vanEddy C.In de Andere Werkelijkheid schreeuwt Onnoval het uit, want Eddy C. isplotseling verdwenen. De schreeuw is zo hard, dat de grafsteen in stukkenbreekt.Op hetzelfde moment knallen drie beeldschermen kapot. Glassplinters vliegenin het rond, een schroeilucht verspreidt zich door de ruimte. Langzaamopent Eddy C. zijn ogen. Er druipt bloed uit de wonden in zijn hals. Hijschijnt het niet te voelen en kijkt meester Jacques aan met een valsegrijns op zijn gezicht."Bedankt voor de redding, meestertje. Nu kan ik mijn meester terughalen endan vergeeft hij mij mijn fouten wel." Razendsnel komt hij overeind enschiet langs meester Jacques naar het toetsenbord waarmee hij de AW-computers bestuurt."Houd hem tegen!" roept Shakir. Hij stapt naar voren, maar deinst weerterug. Eén voor één knallen de
233Bschermen aan stukken. Meester Jacques en Shakir laten zich op de grondvallen om de rondvliegende stukken glas te ontwijken. Richard, Lydia enBerry kijken verschrikt op."Liggen!" roept meester Jacques. Traag, alsof ze niet begrijpen wat er aande hand is, laten de drie zich op de grond zakken. Eddy C. is de enige dienog staat. Hij let niet op de knallende beeldschermen en het rondvliegendglas. Hij staart naar het scherm voor in de bus boven het toetsenbord, hetenige scherm dat nog werkt. Vanaf dat scherm kijkt Onnoval hem strak aan.Eddy C. drukt snel op een aantal toetsen, met weinig succes. Hettoetsenbord vonkt, rook kringelt omhoog."Het werkt niet meer, meester," fluistert Eddy C. "Ik kan u nietterughalen. Ik denk dat de computers overbelast zijn." Onnovals gezichtzwelt op en lijkt te barsten van woede. Nu is hij als geest een gevangenevan de Andere Werkelijkheid geworden. Zijn gezicht lijkt steeds dichterbijte komen en vult het scherm helemaal."Mislukt," grauwt hij. "Alles is weer mislukt, dankzij jou. Al mijn mooieverhalen heb ik voor niets verteld. Maar als jij mij niet terug kunthalen... dan haal ik jou wel hierheen." Het beeldscherm stulpt plotselinguit, wordt rekbaar, als de huid van een ballon. Het krijgt de vorm van eenklauw. Een arm komt te voorschijn. Steeds verder rekt het scherm mee met dehand.Meester Jacques en de kinderen liggen op de grond en kijken met grote,verschrikte ogen toe. De klauw uit de beeldbuis grijpt Eddy C. beet entrekt hem dan met een ruk naar binnen, het scherm in. Ze horen234i235
Them krijsen, ze zien hem spartelen, maar ze kunnen niets doen. Met eenkreet versmelt Eddy C. met het beeld op het scherm. De kreet sterftlangzaam weg, alsof Eddy C. schreeuwend in een diepe afgrond valt. Hetvolgend moment is het scherm weer vlak. Een laatste flits van Onnovalsgezicht, dan explodeert de monitor. Alle verlichting in de bus dooft.Minutenlang is het doodstil. Niemand kan iets zeggen, na wat er zojuistgebeurd is. Ten slotte komt meester Jacques overeind."Misschien is het maar beter zo, want ik geloof niet dat er nog ietsmenselijks in Eddy C. zat. Eigenlijk hoorde hij al thuis in die vreemdeAndere Werkelijkheid. En nu is hij daar. Voorgoed."Shakir springt als eerste uit de Griezelbus. Daarna stappen Richard, Lydiaen Berry uit. Verbaasd kijken ze om zich heen. Ze staan in het doodstille,verlaten Automobielmuseum van het Autotron. Terwijl in de Griezelbus alleverlichting gedoofd is, flitsen in het museum de lampen eindelijk weer aan.Shakir knippert met zijn ogen tegen het plotselinge, felle licht. Hij zietde glanzende auto's, de drie vliegtuigen, die aan het immens hoge plafondhangen. Alles ziet er weer hetzelfde uit, als toen ze het Automobielmuseumbinnenliepen, voordat de stroom uitviel.Misschien is die kortsluiting wel veroorzaakt door de Griezelbus, denkthij. Misschien onttrok de bus alle energie aan het gebouw, had hij dienodig om de Andere Werkelijkheid te laten bestaan.Shakir huivert even. Het lijkt of hij de Griezelbus nog steeds als eenlevend ding beschouwt. Een spook236wezen, een monster van staal. Maar nu staat dat monster daar doods enuitgeblust. Het zal niemand meer naar binnen lokken.Waar blijft de meester eigenlijk? denkt hij. Juist op dat moment staptJacques uit de bus."Eh, ik zocht mijn pijp," zegt hij. "Die is mij nogal dierbaar. Hij heeftonze levens gered." Hij knoopt snel zijn jas dicht. "Kom. We gaan hierweg."Samen met hun meester lopen de kinderen naar de uitgang.Richard, Lydia en Berry staan gammel op hun benen. Ze begrijpen nog steedsnauwelijks wat er gebeurd is. Berry heeft vreemde, verwarde gedachten overweerwolven in zijn hoofd. Soms kijkt hij angstig over zijn schouder."Waar zijn we precies?" vraagt hij steeds.Richard kijkt telkens naar zijn handen, voelt aan zijn gezicht en plukt aanzijn halskettinkje. Lydia staart naar de grond en mompelt af en toe:"Zout?" Het is duidelijk dat ze de verhalen waarin ze gespeeld hebben nogniet helemaal verwerkt hebben. Meester Jacques kijkt naar Shakir en schudtzijn hoofd. "Ik hoop dat zij snel weer de ouden zullen worden. Hoe moet ikdit allemaal uitleggen aan hun ouders. Het is een geluk dat jij heelhuidsuit dit vreselijke avontuur te voorschijn bent gekomen."Shakir haalt zijn schouders op. "Dat komt doordat ik een schijtluis ben,"zegt hij met een somber gezicht. "Zij durfden veel meer dan ik. Ik wildeeigenlijk vanaf het begin niet in de bus. En toen ik er toch inzat, wildeik er alleen maar uit." Hij moet moeite doen om de tranen, die opeens opkomen zetten, terug te dringen.237l
De meester strijkt hern over zijn bol. "Ik weet één ding, Shakir. Ze mogenblij zijn dat jij erbij was, anders was alles misschien heel andersafgelopen. Jij hebt het verhaal van Onnoval veranderd. Dat is een heleprestatie voor een schijtluis."Shakir kijkt de meester aan. Dan beginnen ze allebei te lachen."Zout tegen zombies," zegt Lydia met een ernstig gezicht.Als ze naar de grote, glazen deuren lopen, schuiven die plotseling open.Een nachtwaker in een uniform stapt naar binnen. "Hoe komt u hier binnen?"zegt hij verbaasd. "Het is half zeven en het Automobielmuseum is al langgesloten. Vandaag ook nog vroeger dan anders, vanwege een onverklaarbarestroomuitval. Zelfs het personeel is vroeger naar huis gestuurd."Shakir kijkt even naar meester Jacques. Half zeven! Dat betekent dat zemaar een uur of twee in de Griezelbus gezeten hebben. Het leken wel tienuren."Met de bus," zegt hij dan. "Wij zijn met de bus gekomen. Hij staat nogbinnen."De mond van de nachtwaker zakt open. "Met de bus? Hoe komt een bus in hetAutomobielmuseum terecht?""Dat weten wij ook niet," zegt meester Jacques. "Maar als ik u was, zou ikhem niet binnen laten staan. U kunt hem maar beter buiten neerzetten, hijis gevaarlijk. Het is de Griezelbus."238SlotVoor de nachtwaker iets kan zeggen, wandelen de meester en zijn leerlingennaar buiten. Het is donker, de lantaarns op het plein voor hetAutomobielmuseum zijn aan."Hoe gaan we eigenlijk naar huis?" vraagt Shakir, als ze naar deparkeerplaats lopen.Meester Jacques strijkt een lucifer af en houdt de vlam boven zijn pijp. Depijp lag tussen een stapel computeruitdraaien op de grond. Daar lag ook hethandgeschreven boek van De griezelbus. Zonder het tegen zijn leerlingen tezeggen, heeft de meester het opgeraapt en onder zijn jas gestopt. Hij weeteigenlijk niet waarom. Misschien kan hij in het boek een verklaring vindenvoor alles wat er deze dag gebeurd is. Het gekke is, dat het leek of hetboek wilde dat hij het mee zou nemen. Alsof het boek hem dwong het onderzijn jas te stoppen, zonder het tegen zijn leerlingen te vertellen. Alsofhij eigenlijk iets verbodens deed, iets gevaarlijks.Meester Jacques staart dromerig naar de brandende tabak in zijn pijp."Meester, hoe gaan we naar huis?""Oh, eh... met de schoolbus, die zou ons komen ophalen."Shakir blijft stokstijf staan. Ook de andere drie kijken meester Jacquesverschrikt aan."Ik wil niet meer in een bus," zegt Lydia met een klein stemmetje. "Ik wilniet."De meester blaast een rookwolk uit. Dan schudt hij zijn hoofd. "Nee, julliehebben gelijk. Vandaag hebben239we lang genoeg in de bus gezeten. We gaan wel te voet en proberen op deautoweg een lift te krijgen."Met zijn elleboog drukt hij het boek onder zijn jas stevig tegen zijn zijaan. Dan wandelt hij samen met zijn leerlingen het duister in.Aan de lezers van De griezelbus 3
.Raar, hè, zoals de dingen kunnen ¡open. Een schrijver zit eigenlijkvoordurend met zijn geest in de Andere Werkelijkheid. Het gekke is datjevan tevoren nooit weet watje in de AW zult tegenkomen. Heel lang wist ikdan ook niet dat De griezelbus 3 er ooit zou komen. Maar in de AW kwam ikgeregeld Onnoval tegen en ook ontstonden er verhalen die gewoon vroegen omin een nieuw boek over de Griezelbus te komen. Tja, dan heeft een schrijverweinig keus. De griezelbus 3 moest geschreven worden. Ik hoop dat je weerprettig gegriezeld hebt. Als je daarover iets kwijt wilt, kun je mijbereiken op het onderstaande adres. In tegenstelling tot Nol van Lapou leesik zelf alle brieven, en je krijgt in elk geval een berichtje terug.Behalve als je je adres niet op je brief zet. (En dat komt nogal eens voor,dus opletten.)En vergeet vooral niet om een postzegel bij te sluiten. Zonder postzegelkan ik je geen antwoord sturen!Stuur je brief naar: Lezersservice ElzengaPostbus 8055000 AVTilburg -(Nederland)Griezelgroeten,240
^Paul van Loon over zichzelf en de GriezelbusVolgens mij leven schrijvers zoals ik voor een groot gedeelte in een AndereWerkelijkheid dan die waarin de meeste mensen leven. Die AW is de plaatswaar de ideeën voor verhalen liggen. Die liggen niet altijd voor hetoprapen, omdat ze zich verstoppen achter geheime deuren, in duisteresteegjes, onder rotsblokken, achter grafstenen. En soms bespringen ze mijineens. Dan klauwen ze zich aan me vast, verankeren zich in mijn brein envanaf dan zit ik ermee opgescheept. Ik kan er dan ook maar het beste ietsmee doen, anders blijf ik ermee rondlopen, ook als ik mij weer in dewerkelijkheid bevind. Ze spoken door mijn hoofd terwijl ik bij de bakkereen brood koop. Ze duiken plotseling op als ik ergens een hapje zit teeten. Ze duwen de beelden van het televisiescherm als ik bijvoorbeeld naarHet Klokhuis zit te kijken en ten slotte verschijnen ze vanzelf in de vormvan een verhaal op het beeldscherm van mijn computer.Heel soms raken de werkelijkheid en de Andere Werkelijkheid elkaar even. Deamulet uit 'De Antiekwinkel' heb ik in mijn bezit. Ik kwam haar tegen opeen rommelmarkt, en de mevrouw die haar verkocht was maar al te blij dat zeervan af was. Ze had geen idee waar het ding vandaan kwam. Het lag opeenszomaar tussen haar spulletjes, zei ze. Ik hing de amulet om mijn nek endaarna kwam het verhaal vanzelf, alsof iemand het mij influisterde. Dezombies uit 'Het Zwembad' heb ik gezien, toen ik, ver weg op Aruba, aan derand van een zwembad in het water zat te turen. Niemand anders zag ze, maarmijn geest zat op dat moment weer in de Andere Werkelijkheid en daardoorkon ik ze wel zien.a11Al de verhalen uit De griezelbus 3 (maar ook die uit De griezelbus l en Degriezelbus 2) zijn zo op de een of andere manier ontstaan. Ik hebbijvoorbeeld een zilveren ring met een oog, die 'Het oog van Loena' heet.Over Loena staat een verhaal in De griezelbus 1.'i«Lange tijd wist ik zelf niet of er een derde boek over de Griezelbus zoukomen. Ik hield mij bezig met andere verhalen (die ook hun oorsprong in deAndere Werkelijkheid vonden), zoals bijvoorbeeld Nooit de buren bijten.Maar langzamerhand werd me duidelijk dat ik nog niet van die bus af was. Inhet tweede boek was de bus dan wel uitgeschakeld en half ingestort,bovendien was Onnoval vernietigd, maar ongeveer een jaar geleden hoorde ikhet grommende geluid van de bus. Het kwam ergens vanuit de AW naar mij toe.Ver weg nog, maar ik bleef het geluid horen, als een lastige bij die steedsin mijn oor zoemde. Langzaamaan werd het mij duidelijk: de Griezelbus reedweer. Hoe, dat was mij een raadsel. Later begreep ik pas hoe de vork in desteel zat en dat Eddy C. de schuldige was. Hij had de bus op de een ofandere manier weer aan het rijden gekregen en hij had er zelfs allerleinieuwe snufjes in gebouwd. Het gebrom van de bus (dat af en toe meer op hetgegrom van een wild beest leek) maakte mij duidelijk dat het nog nietafgelopen was. Er moest een derde boek komen. Toen ik dat besluit eenmaalgenomen had, leek alles samen te vallen. Tijdens mijn zwerftochten door deAndere Werkelijkheid, vond ik alleen maar ideeën die geschikt waren vooreen verhaal in De griezelbus 3. En toen ik op een keer voor de etalage van'De Kinderboek winkel' stond (die van Rietje, in Amsterdam) zag ik niet
mijn eigen weerspiegeling in de ruit, maar ik zag Onnoval! Hij leek eengeest en hij keek me lang en zwijgend aan. Opeens verdween hij en ik keekweer naar mijn eigen spiegelbeeld. Maar ik had de hint uit de AndereWerkelijkheid begrepen. Onnoval wás een geest en hij had zich aan mijvertoond omdat ook hij wilde dat ik De griezelbus 3 schreef. Negen maandenlang ben ik daar alleen maar mee
bezig geweest. Voor mijn familie is dat niet altijd even leuk, want somsben ik hele tijden onbereikbaar. Ik geef geen antwoord, ik hoor ze niet, ikzie ze niet, want ik zweef door de Andere Werkelijkheid en zie en hoordingen die zij niet kunnen zien of horen.Nu, terwijl ik dit stukje schrijf, is het boek af en is iedereen weertevreden. Ik hoor het geronk van de Griezelbus niet meer, Onnoval vertoontzich niet meer aan mij in etalageruiten. Voorlopig staat de Griezelbus inhet Autotron in Rosmalen. Hij staat niet in het Automobielmuseum, maarbuiten, zoals meester Jacques geadviseerd heeft. Als je ooit eens in hetAutotron komt, moet je maar eens gaan kijken. Als je durft, kun je zelfsinstappen, maar zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb...O ja. Ondertussen heb ik nog steeds geen tijd gehad om Wolven in de stad \&schrijven.Manisha, mijn dochter, was vier jaar toen ze voor het eerst met die titelkwam en zei dat ik daar een boek over moest schrijven. Nu is ze zeven enhoewel ik dat boek nog steeds niet geschreven heb, heeft ze voor mij weereen vampier getekend. Heel anders dan de vampier die ze voor De griezelbus2 getekend heeft (toen was ze dus vier), maar net zo mooi.Paul van LoonDe griezelbus lTijdens de Kinderboekenweek nodigt een bekend schrijver een leraar met zijnklas uit voor een speciale tocht met zijn Griezelbus. Tijdens de rit zal deschrijvei griezelverhalen voorlezen uit zijn nieuwe boek. Hierbij gebruikthij een aantal voorwerpen die hij in de bus heeft uitgestald.Maar naarmate de tocht vordert, blijkt dat iemand in de bus een akeliggeheim verbergt. Of zijn er meer die iets verbergen?Lees ook De griezelbus 2 en De griezelbus 3 van griezelkunstenaai Paul vanLoon, de voorzitter van het Griezelgenootschap.Paul van LoonDe griezelbus 2Vier kinderen zijn stiekem op een autokerkhofaan het rondneuzen. Ze moetenin een oude bus schuilen omdat het vreselijk gaat regenen en onweren. Plotsslaat de bliksem in. De verlichting van de bus gaat aan en de radio zendteen programma uit dat De griezelbus heet. Een presentator, die zichzelf P.Onnoval noemt, vertelt griezelverhalen. Eerst vinden de kinderen deverhalen wel leuk, maar dat wordt anders als ze merken dat ze moetenluisteren of ze willen of niet. Ook kunnen ze de bus niet meer uit. Ze zijnvolledig in de macht van de presenrator.Dan stapt een merkwaardige chauffeur in en de bus verrrekt naar eenduistere bestemming...Dubbel getipt ¿oor de Nederlandse Kinderjury 1995.I!l-^^^^^^^ñzM/ zw« LoonGriezelbeelden
Zodra Louisa aankomt bij haar oom en tante gebeuren er vreemde dingen:Louisa krijgt, gewoon overdag, griezelige droombeelden van mensen die zeniet kent en van andere vreemde gebeurtenissen. Steeds meer en steedsheftiger. En oom en tante lijken ook niet zo blij met haar komst.Langzaam aan begint Louisa een verband te ontdekken tussen de droombeelden.Ze vermoedt dat er in het verleden iets vreselijks gebeurd is. Maar juistals ze op het punt staat de puzzel op te lossen, krijgt ze ruzie met Alex,de enige persoon die ze heeft leren kennen en die ze kan vertrouwen...Paul van LoonGriezelhandboekWil je nu eindelijk eens alles weten over vampiers, weerwolven, spoken,geesten, zombies en andere griezelige wezens, dan heb je het goede boek inhanden: het Griezelhandboek. Zoek je informatie over Dracula, het monstervan Frankenstein, een goede griezelfilm of een lekker griezelboek, hetstaat allemaal in het Griezelhandboek. Er gaat een griezelige wereld voorje open als je dit boek leest en Paul van Loon laat merken dat hij er allesvan af weet. Met een bijdrage over griezelfilms van Eddy C. Bertin, eenandere Elzenga-griezelkunstenaar.l ;*?|»<>a dei>£f>' jplsjren btjtcä>^Paul van LoonliNooit de buren bijtenDe buurtbewoners vinden de familie Rip maar rare lieden: de gordijnen zijnaltijd dicht; mevrouw Rip komt nooit ergens op de koffie; regelmatig wordter een kip bij de buurman leeggezogen en er struint bij volle maan steedseen grote hond door de tuinen. 'Lief zijn voor de buren,' zeggen de Ripssteeds tegen elkaar. Want nou willen ze wel eens een keer lang in hetzelfdehuisblijven wonen. Buurman Knieper ziet dat anders. Rip Rot Op,denkt hij en hij opent de aanval. Maar hij heeft er geen idee van wathem allemaal te wachten staat...Nooit de buren bijten is een grumor-boek van de griezelkunstenaarPaul van Loon.P»!Paul van Loon Jack DiddenVampierhandboekAls je dit boek gelezen hebt, ben je een echte vampierkenner. Want allesover vampiers en vampirisme staat erin. Van vroeger tot nu. Gruwelijke,griezelige en grappige feiten over dit geliefde monster: 23 manieren om eenvampier te worden, 15 onmisbare zaken voor een vampierjager, 10 dingenwaaraan je een vampier kunt herkennen en maar liefst 16 kenmerken van eenvampier. En nog heel veel meer. Griezelkunstenaar Paul van Loon en zijnduistere compagnon Jack Didden hebben dit handboek speciaal geschreven voorde 'eeuwige' jeugd van 10-100.Met het vampierhandboek op zak win je elke griezelquiz en wordt je de bestevampierjager ter wereld. Als je dat tenminste wilt...
Het GriezelgenootschapIn de greep van de duisternisOp Walpurgisnacht (30 april) gaat de donkere winter over in de lente.Volgens oude legenden deden de krachten van de duisternis een laatste,wanhopige poging om het oprukkende licht te verslaan. Een baby die op dezenacht geboren werd, moest wel over magische gaven beschikken. Maar als zo'nbaby nu eens precies te middernacht werd geboren? Op de grens van licht enduisternis? Aan wiens kant zou dit kind dan staan? Kim, Bas en Tosca wordenop Walpurgisnacht geboren. Om 24.00 uur. Ieder op een andere plek. En nietzonder problemen...Duisterlingen is een serie griezelboeken waarin drie kinderen ontdekken datze dezelfde 'kennis' hebben: de Mentor, de zwarte griezel.Het GriezelgenootschapMaak me niet wakker, alsjeblieft!Bas Devaen heeft besloten dat hij niets met zijn magische droomgave temaken wil hebben. Ook niet met de Mentor, met Kim en Tosca. En ook niet methet Avondland, die wonderlijke wereld aan de andere kant van de droom. Maarde Mentor is niet van plan Bas met rust te laten. Hij wil Bas dwingen zijndroomgave te gebruiken en hij zet een val op.Bas' moeder verwacht een baby. Als Bas' pasgeboren zusje nu eens naar hetAvondland ontvoerd wordt? Dan zal Bas zeker alles doen om haar te redden.Alles... Dus ook iets waardoor hij voorgoed bij de duistere kant zalhoren...Eddy C. EertinMetro van de angstDe dertiende nachtBloedrode kamersOveral vuurDorstige schaduwenDuivelse dromenBies van EdeAchter donkere ramenDe man met de staakIjskoude handen (13+)Een hart van suikerHet GriezelgenootschapGriezellige feestdagenGriezellige beestenGriezellige vertellingenGriezellige tijdenGriezellige klankenGriezellige schooldagenGriezelverzen iGriezelverzen 2In de greep van de duisternisMaak me niet wakker, alsjeblieft!Gezicht van de nachtHet hart van de duisternisDe beet van de demonNieuw bloedPaul van Loon ' De griezelbus oDe griezelbus iDe griezelbus 2De griezelbus 3
De griezelbus 4Cd-rom De griezelbus iCd-rom De griezelbus 2GriezelbeeldenVampier in de schoolNooit de buren bijtenGriezelhandboekVampierhandboekWeerwolfhandboek (Jack Didden)Dolfje WeerwolfjeVolle maanGezicht in de mist (13+)Tow van ReenDe violist van de heksensabbatBloedbroedersHet wolfsvelEen vriendin voor dag en nachtTais TengKlauwen van ijsDe wortels van het woudDode ogen (13+)Voorbij de zerken (13+)BloedzustersLangs de DuisterwegHet derde antwoordGruwelgeintjesJaques WeijtersDood spel(i3+)Lekker slapen?LievelingsplekjeAnnette Curtis KlauseBloed en chocolade (13+)De zilveren kus (13+)